Home

Emma Doude van Troostwijk (27) schreef een droomdebuut: ‘Intellectueel-zijn wordt in Frankrijk meer gewaardeerd dan in Nederland’

Maar liefst drie Franse literatuurprijzen kreeg de Nederlandse, in de Elzas opgegroeide Emma Doudevan Troostwijk voor haar debuutroman Ceux qui appartiennent au jour. Dit jaar verscheen de Nederlandse vertaling Mensen van de dag. „Ik ben een enorme stresskip”, zegt ze. „Maar waar die stress, die angst, vandaan komt, weet ik niet.”

Het Walenpleintje, in de binnenstad van Amsterdam. Loop vanaf het station dwars door het red light district, slalom langs dwalende toeristen, steek de Oude Hoogstraat over en sla af op de Oudezijds Voorburgwal. Een gietijzeren hek, een betegeld pleintje en dan, ingeklemd tussen de grachtenpanden: de Waalse kerk. Al 450 jaar een goed verborgen Franse enclave.

In de zestiende eeuw onteigende het stadsbestuur de katholieke eigenaren van de kerk en droeg die over aan Franstalige protestantse vluchtelingen uit de Zuidelijke Nederlanden, in de zeventiende eeuw kwamen ook de hugenoten – protestanten die het katholieke Frankrijk ontvluchtten. Voortaan heette de kerk L’Église wallonne en werd er in het Frans gepreekt.

Op het hoogtepunt waren er in de Republiek 62 Waalse kerken. Koning Lodewijk Napoleon begon die in de negentiende eeuw af te schaffen – Franstalige kerken vond hij overbodig, de voertaal in Nederland wás al Frans. De kerk in Amsterdam bleef Franstalig en protestants, en is dat nog steeds.

De Waalse kerk, op een maandagavond in maart. Emma Doude van Troostwijk zit op het podium en leest voor uit haar boek dat in het Nederlands Mensen van de dag heet. Ze is 26. Het publiek in de zaal – Franse Nederlanders en Nederlandse Fransen – is minstens tweeënhalf keer zo oud als zij. Op een van de zijbeuken is een mobieltje gemonteerd, via FaceTime luistert haar grootmoeder mee.

Haar boek verscheen eerst in Frankrijk – daar heet het Ceux qui appartiennent au jour (2024) – en was een sensatie. Debutante van – toen nog – 24 met een onuitspreekbare achternaam. Ze schrijft en spreekt Frans, maar is Nederlandse, haar tekst is doorspekt met onvertaalde zinnetjes Nederlands. De recensent van de Zwitserse krant Le Temps vindt dat juist die tweetaligheid bijdraagt aan de „muzikaliteit van haar schrijven”. Haar boek kwam uit bij een prestigieuze uitgever: Les Éditions de Minuit. In 1941 opgericht als clandestiene uitgeverij, wereldberoemd door de eenvoudige witte boekomslag met de letters van de titel in blauw en één blauw sterretje in het midden. Samuel Beckett werd er uitgegeven, Marguerite Duras en Nathalie Sarraute.

En met die laatste schrijfster wordt Emma Doude van Troostwijk vergeleken in de vijf-ballen-recensie van de Nederlandse vertaling in NRC: ze schreef „een mozaïek van momenten”. Net als in de nouveau roman uit de jaren vijftig en zestig, gooit Emma Doude van Troostwijk de regels van het romanschrijven overboord: in haar boek geen plot, geen intrige, maar de beschrijving van „een reeks ogenblikken”. Voor haar boek ontving ze niet één, maar drie literaire prijzen. (Prix Françoise Sagan, de Prix Robert Walser en de Prix du métro Goncourt.)

In ritmisch Nederlands, met af en toe een Franse klemtoon leest Emma Doude van Troostwijk in de Waalse kerk voor. Geluidskunstenaar Jean Galmiche begeleidt haar met keyboardklanken. In haar handen een stapeltje losse vellen papier, goed voor ruim vijftig minuten luisteren naar het verhaal over een jonge vrouw die vanuit Rotterdam naar haar ouderlijk huis gaat. Het huis is een pastorie, ergens in Frankrijk. Vader, moeder, oudere broer, opa en oma wonen er allemaal bij elkaar. Drie generaties dominee en zij, de enige niet-dominee van het gezin, komt op bezoek. Grootvader begroet haar bij binnenkomst met een handdruk: „Aangenaam kennis te maken, mevrouw, ik zat op u te wachten.”

Opa heeft Alzheimer, vader een burn-out, broer Nicolas koudwatervrees, hij is in de laatste fase van zijn opleiding tot dominee, maar twijfelt of hij het nog wel worden wil. Wat heeft het nog voor zin predikant te zijn in een wereld die nergens meer in gelooft? Oma streelt opa’s handen en houdt de moed erin. Moeder haalt vader uit bed voor ze zelf naar de kerk moet om te preken. De vertelster houdt de herinnering levend aan wat iedereen in huis langzamerhand aan het vergeten is: zij vertelt hun verhaal.

De vrouwen stutten de mannen en dragen het verhaal. Is het een somber boek? Een beetje. Beklemmend? Dat ook. Maar stukken minder somber en beklemmend dan Nederlandse lezers kennen van de boeken van Maarten ’t Hart of Jan Siebelink, die ook schreven over domineesgezinnen en religie die verdwijnt. In Mensen van de dag wordt de tristesse weggezongen, -gedanst, -geaaid en -gekust.

Na afloop van de lezing komen er vragen uit het publiek en vrijwel allemaal gaan die over wat er ‘echt’ is in het boek. Iedereen denkt, óók de Franse en Nederlandse recensenten trouwens, dat de pastorie uit het boek ergens in de Elzas is. Nu is er in de Elzas een vrij grote protestantse minderheid (ongeveer 17 procent van de inwoners) en ja, Emma Doude van Troostwijk is daar inderdaad opgegroeid, maar het boek speelt zich er niet af, zegt ze met een kalme glimlach. Ja, haar moeder is dominee. Nee, haar vader niet, al is hij wel theoloog. Zijn vader, haar opa, weer wel. En ze woont zeker niet met drie generaties in één huis. „Ik kom dus uit Rotterdam”, zegt een mevrouw uit het publiek, „maar de plek die jij beschrijft, die herken ik niet.”

Kan kloppen, Emma Doude van Troostwijk is nooit in Rotterdam geweest, ze heeft zelfs nog nooit in Nederland gewoond.

Ze woont in Parijs. In het twintigste arrondissement, in de wijk Belleville. Vroeger een zelfstandige gemeente, maar in de loop der tijd ingelijfd door de stad. Hoge flats tussen landelijk aandoende negentiende-eeuwse woonhuizen en in een daarvan woont zij. Met zes pas afgestudeerden deelt ze de keuken en zitkamer, „gigantisch voor Parijse begrippen”, en, „uitzonderlijk voor Parijse begrippen”, een tuin. Ze gaat voor naar haar kamer. Er past een bureau in en een eenpersoonsbed met een gehaakte sprei erover, daarboven is ruimte voor haar boeken.

Laat jouw boek eens zien?

Ze pakt eerst een exemplaar van de edition limitée, uitgever Ed. de Minuit laat daar altijd honderd van drukken. Geschept papier, met pagina’s die je moet lossnijden. Van de ‘gewone’ uitgave heeft ze geen boeken meer, wat ze wel heeft is de goedkopere pocketeditie die bij succesvolle boeken altijd na ongeveer een jaar verschijnt – te koop voor 8 euro.

Haar huisgenoten zijn struiken aan het snoeien in de tuin, wij verkassen naar Le Magnolia Café om de hoek, op de Place des Grès. Twee café au lait, s’il vous plait.

Spreken we Nederlands?

„Ik versta en begrijp alles. Nederlands is mijn familietaal en ik kan praten over alledaagse dingen” – „alledagelijkse”, zegt ze. „Als ik in het Nederlands praat over mijzelf, over mijn werk, moet ik woorden zoeken.”

Nog even om de feiten van fictie te scheiden. Je woont dus in Parijs…

„… en in Bretagne, met mijn vriend, in Douarnenez. Hij is zeeman, en nu in opleiding om kapitein te worden op een zeilschip. Ooit wil hij een eigen boot.”

Aha. En jullie kennen elkaar van?

„Hij was hiervoor boekhandelaar in een boekwinkel in Clermont-Ferrand waar ik een lezing kwam geven. En zo is het gekomen.”

Maar je wérkt in de Elzas?

„Klopt. Ik werk bij een theatergezelschap daar, Le Gourbi Bleu. Maar ik werk ook in Caen, bij de IMEC.” L’Institut mémoires de l’édition contemporaine. „In Frankrijk, als je schrijver bent, kun je meestal niet leven van alleen de verkoop van een boek. Je doet residences, je wordt ergens uitgenodigd om te schrijven en daar word je voor betaald. Ik ben door IMEC teruggevraagd om eens per maand ateliers te geven.” Een soort schrijfcursussen. „En in Caramany, een dorpje in de buurt van Perpignan, organiseer ik een festival met vrienden.” In Parijs heeft ze net een driejarig contract voor haar promotie aan de Université Paris-8. En ondertussen schrijft ze aan een tweede boek, het is bijna af.

Wat is je promotie-onderwerp?

„Vertalen. Of liever het lichaam van de vertaler. Een vertaling is eigenlijk een recreatie. Met een bestaande tekst kun je niet doen wat je wil, maar toch voeg je je eigen gedachten, je herinneringen, je smaak en interpretatie toe. Ik wil weten hoe vertalers werken, hoe ze een taal hebben geleerd, wat ze doen als ze een woord niet kennen.”

Je ondervindt aan den lijve wat het is om vertaald te worden.

„Klopt. Dat ga ik ook gebruiken voor mijn onderzoek. In de Waalse kerk was het heel apart om mijn tekst in het Nederlands voor te lezen. Het was nog steeds mijn verhaal, maar niet mijn praattaal, mijn ritme, mijn woordkeus. Ik heb de vertaling een beetje herschreven, alleen om het te kunnen voorlezen, sommige woorden kende ik niet, over sommige woorden struikelde ik.”

Liesbeth van Nes, de vertaler, moest een list verzinnen voor de zinnetjes Nederlands in de Franse tekst. Trous de mémoires, noemt Emma Doude van Troostwijk die. Geheugengaten. De Franse lezer stuit al lezend op gaten in de tekst. De vorm volgt de vergeetachtigheid van de personages en benadrukt hun onderlinge band, hun taal, die buitenstaanders niet begrijpen. Voor de Nederlandse vertaling is ervoor gekozen zinnetjes in het Frans te laten staan.

Heeft de vertaler volgens jou iets van haarzelf in de tekst gelegd?

„Het was haar beslissing om de Nederlandse zinnen van opa toch in cursief te zetten. Ik wilde dat niet, ik had Eddy Bellegueule gelezen van Édouard Louis en die zette de taal van zijn ouders, arbeiders, in cursief. Ik vond dat super gewelddadig. Alsof je ermee zegt dat hun taal minder is dan de jouwe.”

Na het lycée in Colmar is ze in Straatsburg gaan studeren. Eerst een ‘prépa litteraire’ [een tweejarige voorbereiding op de École normale supérieure, de meest prestigieuze universiteit van Frankrijk] maar daar stopte ze na een jaar mee. Te veel gericht op hoge cijfers, te prestatiegericht. Ze heeft een acteursopleiding geprobeerd, even filosofie gedaan en uiteindelijk ‘humanités’ [geesteswetenschappen]. „Niet leuk, wel afgemaakt.” Ze wilde vervolgens regie studeren, het werd de tweejarige master creative writing in Le Havre. En daar is ze begonnen aan wat haar debuut zou worden.

Je bent 22, en je gaat schrijven over twee uitgebluste mannen en een angstige broer.

„Mijn opa aan vaderskant begon te dementeren. Hij was dominee, degene die mij altijd verhalen vertelde. Ik zag deze oude, sterke meneer ineens langzaam vervagen. Ik wilde schrijven over de vrouwelijke blik op kwetsbare mannen.”

En waar kwam de vader met een burn-out vandaan?

„De vader in het verhaal staat voor een samenleving die opbrandt, ook ecologisch. Ik zie het om me heen. Mensen van mijn leeftijd, vriendinnen die ik kapot zie raken door deze samenleving. Maar ook ouders van vrienden. En ik merk zelf ook dat alles te snel gaat, te veel is…”

Jij woont op twee plekken, werkt op vijf plekken…

Ze lacht: „Ik leef in de trein. Mijn vrienden houden het ook niet bij wat ik allemaal doe. Mijn geluk is dat ik werk heb dat zin heeft en geeft. Ik geef schrijfateliers aan vluchtelingen en schoolkinderen, volwassenen en mensen met een beperking. Mensen hun verhaal laten vertellen biedt troost. Sommige beroepen, ai, ai… Vertalers krijgen geen burn-out omdat ze te veel werk hebben, maar omdat ze door AI vertaalde teksten moeten corrigeren. Niet gezien worden, niet erkend, dat is…”

De broer in je boek twijfelt aan het nut van verhalen vertellen.

„Die broer, dat ben ik. Die verwoordt mijn twijfel en mijn angsten.”

Je zei in de Waalse kerk dat na je debuut het schrijven niet meer lukte.

„Ik dacht: is dit nu mijn beroep? Is schrijven het nuttigste wat ik kan doen in deze wereld? Wie zit er op me te wachten?”

Je uitgever? Je was nog student toen je je manuscript opstuurde. Binnen twee weken belde hij om te zeggen dat hij het wilde uitgeven. Dat is nogal uitzonderlijk.

„Het verhaal zit al twee jaar in mijn hoofd, en een half jaar geleden ongeveer ben ik het gaan opschrijven.”

Was het succes van je debuut te groot voor iemand die zo calvinistisch opgevoed is als jij?

„Haha, dat zou best kunnen.”

Zo héél lang heeft je writers block niet geduurd.

„Ik voel een soort van urgence. Het moet en het moet nu. Ik ben een enorme stresskip. Maar waar die stress vandaan komt, weet ik niet.”

Ben je bang dat je de dertig niet haalt?

„… of dat de wereld het niet redt. Misschien is werken mijn levenskracht? Ik weet niet zo goed wie ik ben als ik het allemaal niet doe.”

Was je als kind ook al angstig?

„Ik ben altijd heel angstig geweest, maar waarvoor, dat weet ik niet meer zo goed. Vroeger, bij ons in de pastorie, kwamen vaak mensen over de vloer met wie het niet goed ging. Ze waren ziek, oud of ongelukkig, gevlucht of illegaal. In alle kwetsbare fases van hun leven deden mensen een beroep op mijn moeder, de dominee. Ik herinner me dat mijn vader de kieren in mijn plafond met tape dichtgeplakte omdat ik bang was voor wat er in het donker allemaal uit zou piepen. Maar ik heb een slecht geheugen, misschien dat ik daarom schrijf. Als ik schrijf komen herinneringen weer tevoorschijn.”

Hebben je ouders Mensen van de dag gelezen?

„Mijn moeder heeft steeds meegelezen of het theologisch klopte. Mijn vader las het en zei toen: ‘O, het gaat helemaal niet over ons.’”

Was hij daar bang voor?

„Hij heeft dat nooit zo uitgesproken.”

Je hebt nooit op een Nederlandse school gezeten, lees je Nederlandse literatuur?

„Ik ben net met gedichten begonnen. M. Vasalis. Mijn moeder vindt die heel mooi. Ik ben haar nu aan het vertalen, Vasalis’ werk is nooit in het Frans vertaald.”

Je maakt er meteen werk van.

„Ik merk hoe moeilijk het is om te vertalen, hoe weinig Nederlandse woorden ik ken.”

Wordt intellectueel-zijn in Frankrijk meer gewaardeerd dan in Nederland?

Volmondig: „Ja. Ik wist het niet, ik heb echt door het boek ontdekt dat het verschil enórm is. In de Nederlandse vertaling stond op de laatste pagina zoiets als: ‘Heb je genoten van het boek. Laat dan daar en daar een review achter.’ Dat zul je in Frankrijk nooit in een boek aantreffen. Je merkt het ook aan de vraagstelling van lezers. Fransen leggen misschien sneller de link met andere literatuur die ze hebben gelezen, ze willen een tekst doorgronden. Nederlanders stellen meer biografische vragen. Wie ben jij? Is het waar wat je schrijft?”

En de religie?

„Ook dat was nieuw voor mij. Frankrijk is een katholiek land, ik ben gewend dat protestanten een minoriteit zijn. Als ik op school het beroep van mijn moeder moest invullen, pasteur, begreep niemand dat, want hoe kon zo iemand een vrouw zijn en nog kinderen hebben ook?”

Ook een verschil: de haatreacties uit Nederland. Commentaren uit extreemrechtse hoek onder een YouTube-video van een boekenprogramma waar ze te gast was. Ze was te links, te jong, te vrouw. In Frankrijk, zegt ze, leeft het masculinisme ook nogal, maar Nederlanders deden net wat meer moeite haar te beschimpen.

Een jongeman met een laptop aan de tafel naast ons wil nu ook weleens wat vragen. Hij begint in gebrekkig Engels, raakt van zijn à propos als zij hem in vloeiend Frans antwoordt, wil weten welke taal we toch de hele tijd spreken en vraagt ten slotte wanhopig wat bon appétit in het néerlandais is en vraagt, om haar maar aan de praat te houden, of je het woord smakelijk ook kunt gebruiken als het om drinken gaat. Ze antwoordt geduldig dat ze daar even over zal nadenken.

Je bent Française én buitenstaander.

„In Nederland voel ik me meer buitenstaander, maar hier ook wel. Iedereen die mijn achternaam ziet [een patriciërs-naam die via de vrouwelijke lijn in stand is gehouden] weet dat ik hier niet vandaan kan komen.”

Tussen jou en de wereld zit altijd een vertaling.

Ze lacht: „Ik ben een vertalend lichaam.” Zo bedoelt ze het ook in de titel van haar proefschrift. Voluit: L’événemanque: Lacunes et lucarnes/plek en vlek: traduire en bilingue. L’evenemanque is een zelfverzonnen woord: een samentrekking van ‘iets wat gebeurt’ en ‘iets wat mist’. Lacune betekent leemte. Lucarne kan lichtje betekenen, of licht dat binnenvalt door een klein raam. „Dat is wat vertalen is voor mij. Je creëert iets nieuws, maar het blijft onaf, alles kan altijd anders. Er blijft altijd iets ontbreken.”

CVEmma Doude van Troostwijk

Literatuur

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next