Historica Marta Havryshko waarschuwt dat extreemrechtse groepen en neonazistische netwerken diep zijn doorgedrongen in het Oekraïense leger, terwijl Oekraïne en westerse bondgenoten dat probleem volgens haar wegwuiven. In een analyse voor het Strassler Center for Holocaust and Genocide Studies stelt de onderzoeker dat deze eenheden toch worden bewapend, gefinancierd en getraind, zonder serieuze controle op hun ideologie en symboliek.
Volgens Havryshko heeft de focus op het ontkrachten van het Russische verhaal over "denazificatie" een mythe gecreëerd dat er geen nazi’s in Oekraïne zouden zijn. Politici, media en instellingen legden nadruk op het propagandistische karakter van de Kremlin-retoriek, maar besteedden daardoor weinig aandacht aan de daadwerkelijke aanwezigheid van extreemrechtse militairen. Havryshko benadrukt dat het niet gaat om geïsoleerde figuren, maar om netwerken die "diep verweven" zijn met de militaire structuur.
Een bekend voorbeeld is het Azov-bataljon, dat tijdens de belegering van de Azovstaalfabriek in Marioepol in 2022 een heldenstatus kreeg. Minder belicht is dat Azov in 2014 werd opgericht door de neonazistische groep Patriot of Ukraine van Andriy Biletsky, die bekendstaat om extremistische ideologie, nazi-symboliek en beschuldigingen van oorlogsmisdaden in de Donbas. Het Amerikaanse Congres besloot in 2018 dat Azov geen Amerikaanse wapens, financiering of training mocht ontvangen vanwege die reputatie.
Havryshko noemt naast Azov ook de 3e Aanvalsbrigade, het Russische Vrijwilligerskorps, Bratstvo, het Duitse Vrijwilligerskorps, Karpatska Sich en andere formaties als voorbeelden waar extreemrechtse ideeën en symbolen aanwezig zijn. Officiële Oekraïense militaire kanalen en grote media tonen volgens haar geregeld foto’s van soldaten met hakenkruizen, Waffen-SS-insignes of patches van neonazigroepen als Combat 18 en Misanthropic Division. Dat leidt volgens haar tot normalisering: dergelijke beelden roepen nauwelijks nog verontwaardiging op, en sommige eenheden verwerken nazi-gerelateerde tekens zelfs in hun officiële emblemen.
De historica wijst op het wijdverbreide gebruik van symbolen als de Zwarte Zon, Wolfsangels en SS-runetekens bij onder meer Azov, de 3e Aanvalsbrigade, het 156e Zvaha-bataljon, het Bataljon Onbemande Systemen van de 110e Brigade, het Nachtigall-bataljon en het 422e Regiment voor onbemande systemen. Dat laatste verkoopt volgens haar zelfs merchandising met een nazi-adelaar om geld in te zamelen. Havryshko noemt dit niet alleen een esthetische keuze, maar een moreel, politiek, historisch en juridisch probleem dat neerkomt op historisch revisionisme en "geleidelijke rehabilitatie van het nazisme".
Die zichtbare nazisymboliek levert bovendien direct munitie voor Russische propaganda, stelt de onderzoeker. Propagandisten hoeven volgens haar geen denkbeeldige nazi’s te verzinnen zolang gevierde Oekraïense eenheden herkenbare symbolen dragen. Dat staat ook op gespannen voet met de Oekraïense wet, die sinds 2015 het gebruik van nazisymbolen verbiedt. Toch wordt er volgens Havryshko nauwelijks gehandhaafd, omdat de regering in oorlogstijd extreemrechtse netwerken inzet om gaten in de defensie te vullen. Dat zou hebben geleid tot een wederzijdse afhankelijkheid: Oekraïne en westerse landen krijgen gemotiveerde strijders tegen Rusland, terwijl extreemrechts legitimiteit, wapens en invloed verwerft.
foto: Facebook Azov batiljon
Source: Fok frontpage