Agaath Witteman (1942-2026), toneelregisseur Ze gaf in het Nederlandse theater op soepele wijze een stem aan het feminisme en verbond haar voorstellingen altijd met de wereld van nu.
Agaath Witteman in 1986.
Het kostte regisseur Agaath Witteman geen enkele moeite om een dwars standpunt in te nemen: vanaf haar prilste jeugd was zij in verzet, zoals ze in meerdere interviews benadrukte. Ze werd in 1942 geboren in Oegstgeest en groeide op in een anarchistisch-katholiek gezin. Ze studeerde Romaanse talen in Leiden, kunstgeschiedenis in Nijmegen en theaterwetenschap en klassieke archeologie aan de Universiteit van Amsterdam. Op vrijdag 5 juni is ze op 84-jarige leeftijd in haar woonplaats Breukelen overleden. In februari van dit jaar werd bij haar een hersentumor vastgesteld.
Tijdens haar studies begon Witteman met het regisseren van studententoneel. Behalve theatermaker was zij ook politica; tussen 2003 en 2007 had ze namens de Partij van de Arbeid zitting in de Eerste Kamer. Ze hield zich bezig met onderwijs en cultuur; bovendien vervulde ze de functie van voorzitter van de vaste commissie voor Cultuur. Ook was zij van 1991 tot 1993 bijzonder hoogleraar Grieks theater en cultuur aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, met deze leerstoel volgde ze choreograaf Hans van Manen op.
Sinds 1962 was Witteman getrouwd met acteur en regisseur Hans Croiset; samen hadden ze drie kinderen. Een van haar latere regies was die van Beneden de rivieren (2021), een toneelstuk van Ger Thijs waarin ze zowel haar echtgenoot als zoon Julien Croiset regisseerde – destijds respectievelijk 85 en 55 jaar oud. Het was een pure, zuivere voorstelling over dood en vooral leven na de dood.
Witteman regisseerde in 1980 haar eerste officiële toneelstukken bij het politiek geëngageerde gezelschap Sater, dat ontstond in de jaren zeventig. In 1983 was zij mede-oprichter van Theater Persona met onder anderen actrice Femke Boersma en regisseur Marcelle Meuleman. Het gezelschap had een duidelijk feministische signatuur en maakte voorstellingen, op basis van improvisatie, over de positie van vrouwen in de maatschappij. Voor Witteman was het feminisme „een hartstocht, een heilig geloof”, zoals ze benadrukte toen ze in 1990 Tsjechovs Drie Zusters regisseerde bij Theater van het Oosten uit Arnhem, waarvan ze tussen 1988 en 1993 artistiek leider was. Het was tekenend dat zij de zusters Olga, Masja en Irina „drie krengen van meiden” vond.
Ze verzette zich tegen reguliere uitvoeringen van het stuk waarin de zusters alleen maar doelloos smachten; zij beklemtoonde dat ze uit de heersende klasse komen en dus ook het heft in eigen handen kunnen nemen om naar Moskou te vertrekken; maar ze doen het niet. Het was voor het eerst dat in een Tsjechov-regie de zusters niet larmoyant-dadenloos waren, maar ook een harde kant toonden. In Wittemans visie behoorde het tot Tsjechovs maatschappelijke ideaal om de heersende klasse én de onderdrukte harmonisch samen te laten gaan; de klasse met beschaving en de klasse met doorzettingsvermogen, zoals ze het formuleerde.
Witteman heeft in het Nederlandse theater het feminisme een stem gegeven op soepele wijze, nooit te nadrukkelijk. Hoewel ze het feminisme benoemde als een „hartstocht” en „een heilig geloof” ging ze juist regies met mannelijke acteurs niet uit de weg.
Ze legde altijd een stevige wetenschappelijk-culturele basis onder haar voorstellingen, zeker als het ging om klassieke tragedies als Elektra (1993) van Sophocles. Mede dankzij haar jaarlijks terugkerende zomervakanties in Griekenland met echtgenoot Croiset was zij uitstekend op de hoogte van de klassieke opvoeringspraktijken.
De liefde voor het klassieke theater is ze lang blijven koesteren. In 2022 regisseerde ze in de Kleine Willem, een historische zaal in Enschede, Antigone, ook een tragedie van Sophocles over de jonge vrouw Antigone die haar broer wil begraven in tijden van oorlog. Maar haar broer stond aan de kant van de vijand, dus de wet verbood dat. Witteman verbond deze voorstelling met de wereld van nu, met een machthebber als Poetin, die trekken heeft van de tirannieke koning Creon – die Antigone het waardige begraven van haar broer verbiedt. Het benadrukken van de actualiteit vond ze de belangrijkste betekenis van het theater. Het publiek moet in haar visie de „werkelijkheid van nu” beleven, ook al kijkt het naar een jonge vrouw als Antigone wier rol eeuwen geleden werd geschreven.
Dat ze ook oog had voor hedendaags theater, bewees haar regie van Het Oog van de Storm (2021), een stuk van de jonge Franse auteur Florian Zeller (1979). In dit vervolg op het wereldberoemde De Vader, ook verfilmd met Anthony Hopkins in de titelrol, speelde Hans Croiset een verwarde, aan alzheimer lijdende vader die afhankelijk is van zijn dochter. In haar volmaakte regie toonde Witteman het belang van empathie en begrip voor iemand die lijdt aan geestelijke verwarring; het was beklemmend en ontroerend toneel in de intieme setting van een gezin: een vader en twee dochters.
De laatste regie van Agaath Witteman was Shakespeares Hamlet, die op 21 maart 2025 in première ging bij haar eigen gezelschap, Studio Antigone.
Het was een indringende, sober en in het rouwzwart uitgevoerde versie waarin haar zoon Julien (toen 59) de titelrol vertolkte en haar echtgenoot Hans Croiset de stem van Hamlets vermoorde vader. De keuze voor haar dierbaren is tekenend voor Agaath Witteman, ze voelde grote verbondenheid met de toneelfamilie van de Croisets. Met het door haar opgerichte Studio Antigone creëerde ze haar eigen toneelfamilie met voornamelijk zeer jonge spelers die ze vol overtuiging een kans bood.
Agaath Witteman in maart 2025 tijdens repetities voor de voorstelling ‘Hamlet’.