Migratie Oost-Griekse eilanden als Lesbos en Samos waren jarenlang het toneel van de vluchtelingencrisis, maar sinds vorig jaar komen de meeste migranten aan op Kreta. Hoe gaat het eiland daarmee om? „Kreta is een transfer point en moet geen hotspot worden.”
Aankomst van 76 migranten uit Bangladesh, Soedan, Egypte en Pakistan in Paleochora op Kreta, in oktober vorig jaar. De Griekse kustwacht pikte hen op drie dagen nadat ze met een houten boot uit Libië waren vertrokken.
Eleni Zervoudaki verontschuldigt zich. Haar telefoon is tijdens het gesprek al een keer of vier afgegaan en deze moet ze echt even nemen, zegt de locoburgemeester van Chania, de tweede stad op Kreta. Na een kort gesprek in ratelend Grieks hangt ze op. „Dat was de kustwacht”, legt ze uit. „Ze hebben een migrantenboot gevonden ten zuiden van Kreta, de tweede al vandaag, en ik moet zorgen dat er vanavond genoeg te eten is voor iedereen.”
De dagen van Zervoudaki verlopen vaker zo. Met de portefeuille sociaal beleid is zij verantwoordelijk voor de opvang en het welzijn van migranten in Chania. Als het telefoontje van de kustwacht komt, weet ze precies wat ze moet doen. Ze schat dat ze er dagelijks zo’n één tot twee uur mee bezig is, maar alles hangt af van hoeveel boten de Griekse wateren bereiken. Op de drukste dag vorige zomer kwamen er 1.200 mensen aan, bij slecht weer zijn er soms dagenlang geen boten te zien.
In tegenstelling tot Griekse eilanden als Lesbos en Samos, die op slechts een paar kilometer van de Turkse kust liggen, is Kreta niet gewend aan grote aantallen migranten. Er kwamen altijd wel boten met migranten aan, maar om grote aantallen ging het nooit.
Tot vorig jaar. Al in januari 2025 hadden de inwoners van Kreta door dat er iets aan de hand was: uit het niets landden er dagelijks drie of vier boten op de zuidelijke kusten van het eiland. Terwijl het aantal aankomsten van migranten in Europa met 26 procent daalde, verviervoudigde het aantal migranten dat op Kreta aankwam naar ruim 20.000 mensen. Daarmee werd Kreta het eiland met de meeste aankomsten in Griekenland.
Het zijn vrijwel uitsluitend mannen tussen de vijftien en veertig jaar oud, vertelt Zervoudaki vanachter haar bureau in het gemeentehuis, dat vol staat met planten, vitaminepillen, fotolijstjes en een wereldbol. De mannen komen vooral uit Egypte, Soedan, Pakistan en Bangladesh, meer dan 99 procent is vertrokken vanuit Libië. Dat hangt samen met de politieke situatie in Oost-Libië, waar het bewind van generaal Haftar een verdienmodel ziet in migranten: migranten moeten soms wel tweeduizend euro betalen aan milities, gelieerd aan Haftar, om mee te mogen op een boot. Bovendien kwam de relatie tussen Griekenland en Haftar recent onder druk te staan, onder meer omdat Turkije – het buurland waarmee Griekenland een gespannen verhouding heeft – succesvol toenadering zocht tot de generaal.
Kreta en Gavdos, een klein eiland op zo’n vijftig kilometer ten zuiden van Kreta én het zuidelijkste puntje van Europa, zijn vanuit Oost-Libië het dichtstbijzijnde Griekse land. Bij goede weersomstandigheden duurt de overtocht van ongeveer 350 kilometer zo’n twintig uur. Maar hoewel Kreta het grootste eiland van de Griekse archipel is, is het niet voorbereid op de opvang van vele duizenden migranten. Gavdos, met 150 inwoners de kleinste gemeente van Griekenland, is dat nog minder. Daarom probeert Kreta de migranten zo snel mogelijk van het eiland te krijgen.
De Griekse kustwacht merkt de boten vaak op met vliegtuigen en drones, legt luitenant-commandant Evaggelos Kokologiannakos uit in het gebouw van de kustwacht in de oude haven van Chania. Aan de linkerkant van zijn bureau staat een grote Griekse vlag, aan de rechterkant een Europese.
Het komt volgens hem ook voor dat de bestuurders van de boten, die vaak een satelliettelefoon bij zich hebben om de koers te bewaken en het weer in de gaten te houden, zelf de kustwacht bellen zodra ze de Griekse wateren hebben bereikt. Dat doen ze als ze te weinig brandstof bij zich hebben of op een andere manier in de problemen zijn geraakt. En dat gebeurt regelmatig, want de oversteek is gevaarlijk, vertelt Kokologiannakos. Ze gebruiken houten of opblaasbare rubberboten van tussen de zes en tien meter lang, met dertig tot zeventig mensen aan boord die de hele oversteek moeten staan. Bij hoge golven kunnen ze snel in de problemen komen.
Kokologiannakos wijst naar de kaart achter hem. „De meeste mensen vertrekken uit de Libische kuststad Tobroek, dat is de kortste route, zie je? Zodra ze de Griekse wateren hebben bereikt, organiseert een van onze patrouilleboten een reddingsmissie.” De kustwacht vaart ze vervolgens naar de dichtstbijzijnde haven, waar bussen klaarstaan om de migranten naar Chania te brengen.
Migranten worden opgevangen in een voormalig beurscentrum vlak buiten Chania, de tweede stad van Kreta.
„We wilden dit niet overlaten aan de kleine kustgemeenten”, zegt locoburgemeester Zervoudaki terwijl ze met een witte waaier wappert. „Daarom heeft onze burgemeester besloten het voortouw te nemen. Een groot deel van de migranten die in het zuiden aankomen wordt hierheen gebracht.” De migranten worden opgevangen in een gebouw dat voorheen gebruikt werd voor beurzen.
Hoewel het beurscentrum een dak boven het hoofd biedt, laten de omstandigheden te wensen over, weet Zervoudaki. Zeker sinds het aantal mensen dat er verblijft fors steeg. „Het was afschuwelijk”, zegt de locoburgemeester over vorige zomer. Er waren destijds slechts een paar matrassen, twee douches en elf chemische toiletten. Dat is nog enigszins te doen als er rond de vijftig mensen verblijven, zoals deze laatste meiweek, maar op het hoogtepunt vorig jaar waren het een paar dagen lang 1.200 mensen. „Het was niet menselijk”, zegt Zervoudaki terugblikkend, „maar een andere oplossing was er niet”.
De Griekse ngo RSA Aegean, die zich inzet voor migranten, wijst er ook op dat het beurscentrum geen faciliteiten heeft voor de registratie van migranten en het herkennen van kwetsbare personen. Ook op gezondheidsgebied was het improviseren. De kustwacht hielp door medische hulp te verlenen, enkele dokters van nabijgelegen ziekenhuizen boden ook hun diensten aan. Een oplossing vanuit de regering bleef vorige zomer uit, behalve dat ze sinds juli de kosten voor de opvang en het eten voor hun rekening nam.
Na een paar dagen in het beursgebouw gaan de migranten per boot naar Athene, waar ze in een meer georganiseerd opvangcentrum geregistreerd worden en asiel kunnen aanvragen. Het verblijf op Kreta is dus van korte duur. Zervoudaki: „Het doel is dat niemand op Kreta de migranten te zien krijgt, we willen de routines van onze inwoners en de toeristen niet verstoren.”
In de twee jaar dat de Duitse Sophie Gallathe in het zuidelijke en bij toeristen geliefde dorp Paleochora woont, heeft ze inderdaad nog nooit een boot gezien. Toch kwam ruim 2 procent van alle migranten vorig jaar aan in haar dorp (ruim tweeduizend inwoners). Het enige bewijs dat ze daarvan zag, was een aangespoeld deel van een rubberboot op het strand, vertelt ze in het kantoortje van het reisbureau waar ze werkt. „In de winter worden de stranden minder vaak schoongemaakt, toen heb ik het gezien. Maar meestal zijn de bussen weer vertrokken voor je het doorhebt.”
Horecamedewerker Jorgos Koufidis zag een dag eerder wel hoe de kustwacht een groep migranten aan land bracht. Zodra hij had gehoord dat de kustwacht onderweg was, tegen middernacht, reed hij met zijn motor naar de haven van Paleochora. „Het is een klein dorp, die informatie gaat snel”, zegt hij onder het houten afdak van het terras waar hij werkt, met uitzicht op het lange zandstrand vol bedjes met parasols en de azuurblauwe zee. Zorgen over de aankomst van migranten zijn er niet in het dorp, is zijn indruk. „De migranten blijven niet hier.”
In Agia Galini, een dorp met zo’n 650 inwoners dat bestaat uit witte huizen die tegen een klif zijn gebouwd, is „niemand er blij mee”, zegt een medewerker met een blonde paardenstaart in souvenirwinkel Heaven of Crete. Haar naam wil ze niet geven omdat ze zich niet comfortabel voelt om haar mening breed te delen. „Het gaat vooral om mensen die naar Europa komen om te werken, niet omdat ze een oorlog ontvluchten. Onze overheid betaalt veel geld voor voedsel en opvang, terwijl we dat zelf nodig hebben. Griekenland heeft veel problemen.” Gewezen op het hoge aantal migranten uit Soedan, een land waar een oorlog woedt, zegt ze dat Griekenland de Soedanezen wel zou moeten helpen, mits er streng gecontroleerd wordt.
Ze maakt zich ook zorgen over het toerisme, de belangrijkste inkomstenbron van het dorp aan de zuidkust. „Als de kustwacht migranten aan land brengt, sluiten ze de hele haven af. Dat jaagt de toeristen weg.” Die afsluiting van de haven stoort ook Giorgos Kargakis, die vanuit een kantoortje in de haven dagtrips in de omgeving verkoopt en organiseert. „Als er een boot met migranten aankomt vragen ze alle toeristenbussen om de haven onmiddellijk te verlaten.”
Zijn grootste zorg – en die van vele anderen in het dorp – is de veiligheid van de lokale gemeenschap: hij maakt zich zorgen „over het gebrek aan effectieve grenscontrole en het ongecontroleerde karakter van de aankomsten”. En hij vindt dat de Griekse regering de Europese Unie moet dwingen haar verantwoordelijkheid te nemen. Brussel betaalt nu veel geld voor de opvang van migranten, maar doet weinig om het probleem structureel aan te pakken, stelt Kargakis.
„Frontex heeft twee boten gestuurd, maar het enige wat ze doen is meer mensen aan land brengen”, zegt hij terwijl hij door zijn kantoor ijsbeert en druk met zijn handen beweegt. „We hebben het gevoel dat ons dorp van een kleine toeristische bestemming verandert in een toegangspoort voor illegale migratie, zonder dat iemand ons iets heeft gevraagd. Dat moet stoppen.”
Dit voorjaar lijkt het rustiger, al kwamen er in de eerste twee weken van mei wel 1.200 migranten aan. Volgens Zervoudaki heeft het lagere aantal migranten dit voorjaar niet te maken met het weer, dat was goed, maar met het optreden van de Libische kustwacht. „Zij controleren intensiever.” Hoe de Libische kustwacht dat precies doet is niet duidelijk. Zogeheten pushbacks, een omstreden actie waarbij migranten worden teruggestuurd, zijn in strijd met internationaal recht, omdat mensen niet zonder onderzoek mogen worden teruggestuurd naar een plek waar ze risico lopen op vervolging of andere ernstige schade.
Ook de twee fregatten en het marineschip die Griekenland heeft ingezet voor de kust van Libië spelen volgens Zervoudaki een rol: zij blokkeren het pad van de boten en proberen ze daarmee te ontmoedigen, legt ze uit. „Sommige boten draaien dan om, anderen verleggen hun koers naar Oost-Kreta.”
Mogelijk hebben ook overheidsmaatregelen impact. Vorige zomer voerde de regering een omstreden en bekritiseerde asielstop van drie maanden in voor iedereen die vanuit Noord-Afrika naar Griekenland kwam: tussen half juli en half oktober werden zij behandeld als gevangenen. Dat veranderde niets aan het aantal aankomsten, zegt Kokologiannakos van de kustwacht. Daarna werden de regels gewijzigd: alleen mensen die een oorlog ontvluchten mogen asiel aanvragen, de anderen worden nog steeds als gevangenen behandeld en vastgezet. Sindsdien stijgt het aantal Soedanezen op de boten, zegt Zervoudaki. „Maar we zullen zien hoe het loopt, de zomer moet nog beginnen.”
Migranten wachtend bij de toiletten in de tijdelijke opvang buiten Chania, terwijl andere migranten slapen.
Wel neemt de overheid inmiddels meer de regie over de situatie op Kreta, zegt Zervoudaki. Het ministerie van Migratie heeft medewerkers naar het beurscentrum gestuurd, met bedden en een medische mobiele kliniek. Ook zeggen ze de screening over te nemen – dat moet ook als op 12 juni de nieuwe regels van het Europese asiel- en migratiepact ingaan, die onder meer voorschrijven dat een migrant binnen zeven dagen gescreend moet worden aan de Europese buitengrens. Zervoudaki is er nog niet gerust op: „Ze zijn hier maar ze zijn er nog niet klaar voor.” Zo lang de overheid de kosten blijft dekken, blijft Zervoudaki daarom zelf catering inschakelen voor de migranten in het beurscentrum, zegt ze.
Als de zevendaagse screening daadwerkelijk op Kreta gaat plaatsvinden, zullen de mensen langer blijven en raakt het centrum mogelijk sneller vol. De migranten moeten dan naar andere plekken op Kreta. De regering is daarom bezig om een extra centrum te bouwen in de Kretenzische hoofdstad Heraklion, maar stuit daarbij op veel verzet. Kreta zit niet te wachten op uitbreiding van dergelijke faciliteiten, zegt Zervoudaki. „We zijn afhankelijk van het toerisme, dat gaat niet samen. Kreta is een transfer point en moet geen hotspot worden.”
In Agia Galini zegt Kargakis, zelf oud-militair, precies te weten wat daarvoor moet gebeuren. „Het begint allemaal bij de chaos in Libië”, zegt hij. „De EU of de NAVO moet dit diplomatiek oplossen of militairen sturen om daar de controle te herstellen.”