Home

Voor F1-coureurs komt het in de zwembadbocht van Monaco aan op pure stuurmanskunst

Formule 1 Kritiek op de Grand Prix van Monaco is er genoeg: omdat je er amper kunt inhalen, zou de Formule 1 er niets te zoeken hebben. Maar bij de spectaculairste bocht in het prinsdom zie je wat het stratencircuit desondanks zo’n unieke uitdaging maakt.

Oscar Piastri rijdt in zijn McLaren langs het zwembad in Monaco.

Felgekleurde flitsen schieten over wat normaal een voetpad is. Ze verspreiden een geur van hete motoronderdelen en smeermiddelen en ratelen luid als ze even verderop over een wit-rode steenstrip razen. Stof waait op als ze zijn gepasseerd.

Dit is de plek waar het circuit van Monaco zich om het plaatselijke vijftigmeterbad heen wurmt. De ‘zwembadchicane’ is de snelste bocht van het circuit en deze vrijdagmiddag vinden de Formule 1-coureurs tijdens hun eerste trainingsuurtje de moed om beetje bij beetje harder door de S-vormige asfaltkronkel te gaan.

De Grand Prix van Monaco, waar dit weekend de zesde Formule 1-race van het seizoen op het programma staat, is misschien wel de meest bekritiseerde van allemaal. Het krappe stratencircuit is al lang niet meer geschikt voor de zware F1-auto’s van tegenwoordig, die elkaar er nauwelijks kunnen inhalen. De race van vorig jaar draaide uit op een tergend saaie parade met welgeteld één passeermanoeuvre. Hoog tijd dat de Formule 1 Monaco vaarwel zegt, was de teneur onder veel fans.

Maar de meeste critici hebben waarschijnlijk nooit met eigen ogen F1-auto’s door de zwembadchicane zien racen, bijna tien keer zo snel als het reguliere verkeer er normaliter rijdt, centimeter voor centimeter dichter aan de vangrail. Het is de bocht die het best de uitdaging en absurditeit laat zien van het racen in Monaco –  en daarmee óók de unieke waarde onderstreept van het circuit.

In de cockpit komt het aan op vastberadenheid en lef. Eerst kom je vanuit de tunnel de jachthaven in gereden en ga je voor een kolossale tribune naar links bij de tabac-bocht. Optrekkend richting de 250 kilometer per uur doemt enkel vangrail op. „Tot je bij het aansnijpunt komt, rij je blind”, zegt Charles Leclerc, de Ferrari-rijder die niet alleen in Monaco geboren en opgegroeid is, maar er in 2024 ook de grand prix won. „Je kunt niet de bocht door kijken, en dat is het spannende ervan.”

Heelhuids doorkomen

Zoals piloten in dichte bewolking op hun instrumenten vliegen, gebruiken coureurs referentiepunten om zonder zicht de zwembadchicane heelhuids door te komen. Helemaal vanaf de rechterkant van de baan insturen, iets na het oranje stuk vangrail dat aangeeft waar een pechstrook is voor kapotte auto’s. En dan mikken op het begin van de kerbstone aan de linkerkant van de baan – precies daar wil je met je linker voorwiel bij de vangrail uitkomen. 

Daarna openbaart de rest van de bocht zich: een knik in het asfalt naar rechts, iets scherper dan de linkerbocht. Op papier tenminste. De ideale racelijn schrijft voor dat je het stuur bijna recht zet na het krappe aansnijpunt bij de vangrail aan de linkerkant, zodat je als vanzelf de baan oversteekt naar rechts, richting het tweede aansnijpunt van de chicane. Raak je de kerbstone daar net na het midden, dan kom je goed uit voor de laatste paar krappe, technische bochten voor de finish.

Remmen? Dat is niet nodig. Het gas vol ingetrapt houden is in de zwembadchicane het uitgangspunt. In minder dan een seconde zijn de coureurs de bocht door.

Plattegrond van het circuit van Monaco, met onderop de zwembadsectie uitgelicht.

Ter plekke doet de links-rechts-slinger die de auto’s maken een beetje denken aan beelden waarop ufo’s met onmogelijke snelheid van richting veranderen. Terwijl de coureurs hun auto’s van de ene naar de andere kerbstone sleuren, lijkt het alsof de natuurwetten even niet van toepassing zijn.

Aan de manier waarop de coureurs dat voor elkaar krijgen, is niets geheimzinnigs: het ligt aan de enorme kracht (downforce) waarmee de rijwind hun auto’s via de vleugels tegen de grond duwt. Daar is dit jaar alleen wel iets aan veranderd. Het nieuwe technisch reglement kent tal van beperkingen, die de hoeveelheid downforce flink hebben ingeperkt.

Dat kan de zwembadchicane wel eens lastiger maken, denk Valtteri Bottas. „Je ging daar altijd makkelijk volgas doorheen”, zegt de Finse Cadillac-coureur een dag voor de F1-rijders het circuit voor het eerst op mogen. Dit jaar weet hij zo net nog niet of dat weer zal kunnen. „Je moet nu een stuk preciezer zijn in dat soort hogesnelheidsbochten.”

Nico Hülkenberg, een Duitser die voor Audi rijdt, verwacht niet dat Monaco veel uitdagender wordt met de nieuwe auto’s. Als hij hoort dat Bottas daar anders over denkt, reageert hij met een plagerig lachje: „Als [je auto] de grip niet heeft, moet je van het gas. Ik bedoel, het is eenvoudige natuurkunde.”

Ollie Bearman van Haas weet het donderdag allemaal nog niet. „Het hangt van je auto af”, zegt de Brit. „Ik laat het je na het weekend wel weten.”

Een etmaal later komen de tweeëntwintig auto’s voor het eerst door de Zwembadchicane. Sergio Pérez rijdt in zijn zwart-witte Cadillac voorop. De eerste keer doet hij het rustig aan. De tweede ook nog. Maar de derde keer ligt zijn snelheid al zichtbaar hoger. 

Zo bouwen alle rijders hun ritme langzaam op in Monaco. Maak je een fout, dan is de kans groot dat je in de vangrail belandt. Maar in de zwembadchicane blijft het motorgebrul ook tegen het einde van de trainingssessie íéts terugvallen. De coureurs moeten er, in tegenstelling tot vorig jaar, hun gaspedaal een paar millimeter omhoog laten komen. 

Bottas had dus gelijk, voorlopig althans. Gedurende het weekend stellen de teams hun auto’s beter af en krijgen de coureurs steeds meer vertrouwen. „In het eerste deel van het weekend wordt [de zwembadchicane] waarschijnlijk weer echt een bocht”, zegt Leclerc er donderdag over. „Maar ik denk dat we later in het weekend weer volgas zullen gaan.”

Helikoptershots

Als je vanuit de garage van Cadillac de pitstraat oversteekt en over een kniehoge vangrail klimt, sta je meteen bovenaan een metalen trap die een paar meter lager toegang geeft tot het zwembad. Een briesje rimpelt het wateroppervlak, waar nu meterslange witte letters in liggen die het logo van de champagnesponsor van de Formule 1 vormen – goed voor helikoptershots.

Monaco wekt tijdens het grandprixweekend de indruk van een koffer die veel te vol gestouwd is met kleding. In een strook van een meter of tachtig vanaf de waterkant zijn achtereenvolgens de Zwembadchicane, een megatribune, de pitstraat, het pitgebouw en het rechte stuk van start/finish gepropt. 

Die drukte is ook de reden dat de Zwembadchicane überhaupt bestaat. In de eerste decennia van de in 1929 voor het eerste georganiseerde Grand Prix van Monaco was het evenement nog een veel kleinere aangelegenheid, met een eenvoudige pits onder de schaduwrijke bomen langs de Boulevard Albert 1er, waar de finish ligt. Maar naarmate de sport in de vroege jaren zeventig professionaliseerde, voldeden die spartaanse faciliteiten niet meer. De enige manier om ruimte te creëren voor betere pits, was om een deel van het circuit te verschuiven – precies richting de plek waar begin jaren zestig het zwembad was gebouwd. Zo werd de zwembadchicane vanaf 1973 onderdeel van het parcours.

Ruim een halve eeuw later ijsberen op die plek een brandweerman en een arts heen en weer achter de vangrail. Aan de overkant van de baan zit een man met zijn elleboog uit het raam van een takelwagen. Ergens anders staan een krik, brandblussers, bezems, een betonschaar. 

Een crash is zo gebeurd in de zwembadchicane. Je hoeft maar een klein stukje naast je referentiepunt te zitten, en je komt verkeerd uit of verliest de controle over je auto. De klap die volgt is vaak hard. Vraag het aan Mick Schumacher en Alex Caffi, die hun auto’s bij het zwembad door midden reden. Of aan Nico Rosberg, opgegroeid in Monaco, die er in 2008 een van zijn zwaarste crashes had, maar wel zelf kon weglopen. Dat gold niet voor Vitali Petrov, die in 2011 met gevoelloze benen moest worden afgevoerd naar het ziekenhuis, nadat hij hard in de vangrails was beland.

Hijskraan boven wrak

Deze vrijdag blijft het rustig. Dat wil zeggen: in dít deel van de zwembadsectie. De snelle zwembadchicane leidt een eindje verderop tot een twééde zwembadchicane – een kleine, langzamere, die het parcours het zwembad keurig laat omzomen. Max Verstappen crashte er ooit al een paar keer, en nu is het zijn teamgenoot Isack Hadjar die zijn Red Bull in de vangrail boort. Nog voor hij is uitgestapt, hangt er al een hijskraan boven om het wrak weg te takelen.

Slechts nieuws voor de Fransman, die nu minder oefenrondes zal kunnen rijden, en dus ook minder gevoel kan opbouwen voor hoe dicht hij de vangrails kan naderen. Terwijl dat nu net cruciaal is voor de kwalificatie op zaterdag, misschien wel het mooiste staaltje stuurmanskunst uit het Formule 1-seizoen, waarbij de voorwielen de omheining soms zo dicht naderen dat ze de reclamestickers eraf schrapen.

Isack Hadjar klimt over de vangrail na zijn crash in de tweede Zwembadchicane.

Liefhebbers hoeven niet te vrezen dat het spektakel dit jaar minder zal zijn door de gewraakte halfelektrische motorregels, die coureurs er normaal gesproken toe dwingen tijdens hun kwalificatierondes rustig aan te doen om hun batterij op te laden. In Monaco wordt echter zoveel geremd en zijn de rechte stukken zo kort, dat de accu continu voldoende aangevuld wordt. De auto expres rustig laten uitrollen hoeft dus niet, bevestigt Max Verstappen donderdag in het Red Bull-teamonderkomen. Zal Monaco zijn door de nieuwe auto’s verdampte rijplezier dan weer wat terugbrengen? Niet echt. „Ik ben geen fan van stratencircuits.”

Voor de meeste van zijn collega’s ligt dat anders. In volle concentratie een kwalificatieronde rijden in Monaco, alle risico’s nemen terwijl je een vingerdikte van een crash verwijderd bent – en de zwembadchicane nu wél volgas durven nemen – blijft voor hen de ultieme race-ervaring.

„Ik herinner me dat ik [bij mijn eerste keer Monaco in 2019] uitstapte na de training en stond te trillen van de adrenaline. Pas vorig jaar had ik dat voor het eerst wat minder”, zegt Williams-coureur Alexander Albon. „Ik denk niet dat er een ander circuit is waarop het zo lekker is om […] voor die één of twee ronden in de kwalificatie uit je comfort zone te stappen. Dat gevoel krijg ik nergens anders.”

Formule 1

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next