Home

Deze roman vol valluiken en blinde muren is een onvergetelijke belevenis

Amerikaanse literatuur Catherine Lacey schreef met Biografie van X een beest van een roman. De ingenieuze constructie levert een onvergelijkbaar boek op over een schuinsmarcherende, manipulatieve en briljante vrouw die een spoor van slachtoffers en bewonderaars achterlaat.

Catherine Lacey: Biografie van X (Biography of X) Vert. Lydia Meeder, Gerda Baardman en Gretske de Haan. De Geus, 473 blz. €24,99

De vierde roman van de veelbekroonde Catherine Lacey (1985) is een belevenis. Biografie van X leidt de lezer door lagen en lagen fictie, waar de werkelijkheid op alle manieren vervormd en vermomd aan kleeft. Het verhaal lijkt simpel: CM Lucca wordt in 1996 weduwe. Haar echtgenote, bekend onder de naam X, was een Kathy Acker-achtige kunstenaar en schrijver die op alle fronten over alle grenzen heenging: die van landen, genres en mensen. Er is tegen haar wil postuum een biografie over haar geschreven die, meent Lucca, X geen recht doet.

Ze besluit ziek van rouw zelf de gangen van haar mysterieuze echtgenote na te gaan. Die gangen blijken een stuk complexer dan ze had vermoed en voeren haar door de New Yorkse kunstkringen van de jaren zeventig tot en met negentig, door het zuiden van de VS, Berlijn en Milaan, en langs talloze geliefdes. „In die tijd wilde ik geloven”, verklaart Lucca op een bepaald moment, „dat ik nog steeds van haar hield, ondanks alles, en dat ik haar vreselijk miste, en dat de biografie een vuurproef voor mijn rouw was, maar het was al in iets anders veranderd, iets duisterders, iets waarvan ik wist dat het ten dode was opgeschreven”.

Lucca probeert gaandeweg niet alleen haar echtgenote, maar ook haar eigen wandel te reconstrueren – want hoe kon het gebeuren dat zij, ooit misdaadverslaggever bekroond met een Pulitzer Prize, onder het juk van X veranderde in een onderdanige vrouw, wier hoofdbezigheid het voeren van X’s administratie was?

Scherpzinnige lezers merken al vlug op: hoe kan het eigenlijk, twee vrouwen, zo vanzelfsprekend getrouwd in de VS van 1996? Nou, gewoon: Lacey veranderde eigenhandig en met veel bravoure de koers van de geschiedenis van het land, op z’n Margaret Atwoods (die paste het procedé onder meer toe in The Handmaid’s Tale) rijkelijk puttend uit alle scenario’s die andere landen en continenten bieden.

Parade aan historische figuren

Zo staat er tot 1996 een soort Berlijnse Muur om het theocratische ‘Zuidelijke Territorium’ heen en verloopt in het noordelijke deel van de VS de emancipatie van minderheden nogal anders. Soms zijn de alternatieve feiten die Lacey presenteert werkelijk adembenemend: een ex-spion vertelt tussen neus en lippen door dat er in de jaren vijftig een „conflict in Vietnam is gedeëscaleerd”. Soms hebben ze iets van een uit de hand gelopen gedachtenexperiment, bijvoorbeeld in een (ontzettend grappig) hoofdstuk waarin de status van mannelijke en vrouwelijke kunstenaars volledig wordt omgekeerd: „Mannelijke kunstenaars moesten zich hun hele loopbaan lang verantwoorden voor de mondiale voorgeschiedenis van geweld en vernietiging door toedoen van hun sekse, wat inhield dat mannen alleen werk mochten maken dat over hun man-zijn ging. Daar begonnen maar weinigen aan.”

Ontegenzeggelijk vernuftig dus, deze roman. Biografie van X beweegt zich langs bestaande lijnen, maar die lijnen hebben allemaal een twist. Schrijfster Rachel Cusk is veranderd in een man, X heeft een lange relatie gehad met singer-songwriter Connie Converse, ze schreef nummers voor David Bowie, de Litouws-Amerikaanse anarchist en feministe Emma Goldman bleek een invloedrijke politieke figuur, en ga zo maar door: een hele parade aan historische figuren passeert de revue. Lacey laat Lucca citeren uit de „mislukte” biografie van X, maar die citaten zijn – zie het notenapparaat – deels afkomstig uit bestaande biografieën over andere kunstenaars, bijvoorbeeld die van Susan Sontag door Benjamin Moser.

Ook de uitspraken die X doet over kunst en het leven zijn ontleend aan uitspraken van bestaande personen, zoals Bob Dylan en Jean-Michel Basquiat. Lacey verplaatst de citaten van persoon naar personage, van de jaren zeventig naar de jaren negentig, enzovoorts. Een soort waanzinnige readymade van geschiedenissen en personen dus, iets wat benadrukt wordt door het afbeelden van foto’s van X en haar kunst – Lacey verzamelde een deel van de afbeeldingen in kringloopwinkels en op internet, maar neemt bijvoorbeeld ook de inleiding bij X’s grootste expositie ‘The Human Subject’ integraal op.

Wat blijkt: X is zélf ook een parade aan bekende mensen: ze maakte haar werk onder talloze schuilnamen en identiteiten, die zelfs bij Lucca niet allemaal bekend zijn: Dorothy Eagle, Deena Stray, Clydelle, Bee Converse, Clyde Hill, Martina Riggio, Yarrow Hall, Vēra, Cindy O, Cassandra Edwards. Je gaat als lezer aan het ‘bestaan’ van X twijfelen en dat lijkt precies Laceys bedoeling; welkom in een roman vol valluiken en blinde muren. Over muren gesproken: waar kwam X, die in 1972 schijnbaar uit het niets in New York verscheen, eigenlijk vandaan?

Giftige relatie

Biografie van X is een echt Noord-Amerikaans en indrukwekkend boek, tegelijk utopisch en dystopisch, over kunst, maatschappij en identiteit. Over hoe die drie niet zelden onafscheidelijk lijken te zijn, en over hoe één kunstenares probeert die zaken wel te scheiden. Een gewelddadige, schuinsmarcherende, manipulatieve en briljante vrouw, die, zoals dat gaat, een spoor van slachtoffers en bewonderaars achterlaat.

De in-en-in giftige relatie die Lucca en X hebben is niet mals, en toch weet Lacey het geloofwaardig te houden dat Lucca – totaal geïntrigeerd door haar vrouw – niet de benen neemt. Bij vlagen is dit een grappig boek, niet alleen om het desalniettemin bloedernstige spel met de geschiedenis, maar ook om hoe de handelende personages worden omschreven door de ietwat jaloerse en (terecht) steeds cynischere Lucca: het groteske van X, de walm van valse bescheidenheid van haar eerste biograaf „waar een paard van tegen de vlakte zou zijn gegaan”, haar galeriehoudster die zó stereotypisch is dat ze bijna kunst an sich wordt (zwart bloempotkapsel, gekleurd brilmontuur, „ze stond altijd als een zuil in het middelpunt van elk gezelschap”).

Wat je tijdens het lezen wel zou kunnen overvallen is een soort fictie-in-fictie-in-fictie-moeheid (al wekt het ook bewondering op, al die lagen en lijnen), of een klein verlangen naar iets van zintuiglijkheid in de biografische taal. Maar dat zijn details, die een beest als deze roman maar moeilijk onderuit kunnen halen.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next