Home

Statushouders moeten voortaan zo snel mogelijk aan de slag kunnen

Asielzoekers en statushouders moeten voortaan zo snel mogelijk aan het werk om de krapte op de arbeidsmarkt aan te pakken. Het kabinet wil ervoor zorgen dat 60 procent van de instromers vijf jaar na de statusverlening een volwaardige baan heeft.

Op die manier moeten er eind 2030 veel meer nieuwkomers actief zijn op de arbeidsmarkt dan nu het geval is. Dat komt neer op een toename van zo'n 75.000 statushouders ten opzichte van dit jaar.

Minister Thierry Aartsen (Werk en Participatie) zegt in gesprek met NU.nl dat het om een ambitieus plan gaat. "Op dit moment is pas na drie jaar 25 procent van de statushouders aan het werk. Daar moet zo snel mogelijk verandering in komen. Asielzoekers moeten in de eerste fase dat ze hier zijn meteen aan de slag kunnen."

Aartsen vindt dat het tijd wordt het enorme arbeidspotentieel in te zetten in sectoren waar sprake is van grote personeelstekorten. "Er is een groep van 180.000 statushouders beschikbaar voor de arbeidsmarkt. Ondertussen staan veel sectoren, zoals de zorg, bouw en techniek, te springen om mensen."

Dat er zoveel statushouders langs de kant staan, heeft voor een groot deel te maken met de huidige asiel-, huisvesting- en inburgeringsketens. Die kennen veel verhuizingen in de opvang, lange wachttijden voor vergunningverlening en een tekort aan woningen, met daardoor een late start met het leren van de taal.

Dat leidt ertoe dat nieuwkomers soms al drie jaar in Nederland verblijven voordat ze daadwerkelijk kunnen beginnen met werken of school en integreren. Ook blijft het moeilijk om werk en inburgering met elkaar te combineren. De beschikbaarheid van statushouders om te werken sluit niet altijd aan op de behoefte van werkgevers.

Aartsen pleit ervoor het voor statushouders net zo makkelijk te maken om aan het werk te gaan als voor de Oekraïners, die een paar jaar geleden meteen aan de slag konden. "We moeten een doorbraak creëren en daarbij gaat werk voor inburgering."

Volgens de minister moet dat gaan via een driestappenplan. "Stel, er komt een arts uit Syrië als asielzoeker naar ons land. Dan moet hij zo snel mogelijk aan het werk kunnen in de horeca of de detailhandel. De volgende stap is om uit te zoeken wat zijn beroep en opleidingsniveau is, om de stap te maken naar bijvoorbeeld de verpleging. De laatste stap is uiteindelijk dat een statushouder op zijn niveau werkt."

Verder moet het taalonderwijs zo vroeg mogelijk beginnen. Zo kunnen nieuwkomers continu werken aan een betere beheersing van de taal. Ook kan het leren van de taal zowel in de klas als bij de werkgever plaatsvinden, waarbij formeel taalonderwijs gecombineerd wordt met (vak)taal op de werkvloer en oefenen in de praktijk.

Het kabinet wil met werkgeversorganisaties en brancheverenigingen afspraken maken over hoeveel statushouders zij nodig hebben en waar deze mensen geplaatst kunnen worden.

"Daarbij moeten we ook alle belemmeringen wegnemen", zegt Aartsen. "Bedrijven geven aan dat als ze een statushouder in dienst nemen, het vaak van korte duur is. Vaak omdat de asielzoeker dan weer wordt overgeplaatst naar een ander asielzoekerscentrum. Daar moeten we dus vanaf."

Source: Nu.nl economisch

Previous

Next