Home

Kijken bij een hardloopwedstrijd? Neem een emmertje ijswater mee!

Kinderen langs de route van de hele en halve marathon in Utrecht hadden afgelopen weekend de grootste lol. Ze mochten van hun ouders met Super Soakers en tuinslangen onbekende volwassenen natspuiten. Misschien hebben ze zo iemand nog voor oververhitting behoed.

De volwassenen die langs de route enthousiast de namen onder de startnummers riepen, maakten juist dat hijgende en zwetende lopers niet durfden te gaan wandelen.

„Ziet er nog goed uit!”

„Je bent er bijna. Je kunt het!”

Je kunt het? Je hoopt het maar. Tegen sommige zwalkende marathonlopers hadden ze bij 38 kilometer beter ‘stop alsjeblieft’ dan ‘ga dóór’ kunnen roepen.

De marathonlopers waren ’s morgens om half elf begonnen ten oosten van de stad, op een bomvol Science Park met een festivalterrein vol foodtrucks. De route ging de stad uit, óm Houten heen, via de buitenwijken van Utrecht naar de binnenstad. Op het heetst van de dag, over wegen zonder veel schaduw. Het hoogtepunt van de route was De Dom, waar de lopers onderdoor gingen. Maar tegen de tijd kon niet iedereen daar meer van genieten.

Iedereen loopt hard, lijkt het. Een aantal jaar geleden kon je op je gemakje een paar weken of maanden nadenken of je wel echt wilde meedoen aan een georganiseerde loop. Nu moet je bij opening van de inschrijving achter twee laptops klaarzitten alsof je een felbegeerd concertkaartje wil bemachtigen.

Niet alleen veertigplussers willen overigens fit blijven. Kijk naar al die jongeren tussen de vijftigers en zestigers in het startvak. Moeten die niet op zondag uitslapen na het feesten? Het wordt wel een quarterlifecrisis-ding genoemd, zegt een van mijn dochters. En hardlopen doet het goed op de socials. Vandaar dat veel jonge lopers zichzelf filmen: voor de start en al lopend, met uitgestoken arm. En bij de finish, als ze er tegen die tijd nog aan kunnen denken.

Ook een verkleedpartij

Misschien is de marathon door sociale media óók een verkleedpartij geworden. De mooiste renpakjes, shirts met opdruk: run is fun en sweat is just fat crying. Ik heb marathons gelopen zien worden in driedelig pak, met een ananas op het hoofd – of zelfs op klompen. In Utrecht liep een man in een kippen-onesie.

Die moet het nóg warmer gehad hebben dan de rest. Een hitteberoerte loert. Winst is dat bijna iederéén dat weet. En dus sjouwden omstanders én Rode Kruismedewerkers met emmers ijswater. Desondanks gaat het heel soms gruwelijk mis.

Tijdens de halve marathon in Utrecht lagen op verschillende plekken lopers langs de kant, de meeste met natte handdoeken over zich heen. Op een plek lagen er zelfs vijf op een rij.

Jannetje Koelewijn maakte bijna twintig jaar geleden een reportage voor NRC tijdens een bloedhete editie van de marathon van Rotterdam, in 2007, nog warmer dan in Utrecht. Ze beschreef een jonge hardloper die bij een temperatuur van 27 graden bezweek. Omstanders belden een ambulance, maar niemand kwam op het idee om hem te koelen.

Zelf dacht hij dat hij doodging. „Help me, ik wil hartmassage. Ik ga sterven.” Toen hij wat later op zijn hartslagmeter keek, zag hij: nul. Geen hartslag. „Ik ben dood, ik ben dood.”

Gelukkig viel het mee. Een omstander had de meter die om zijn borst zat, losgekoppeld.

Sheila Kamerman doet wekelijks ergens vanuit Nederland verslag

In het land

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next