Home

In Beiroet loopt een hele generatie al jaren scholing mis. ‘Nu wonen hier vier gezinnen per klaslokaal’

Oorlog in Libanon Langzaamaan wordt duidelijk welke gevolgen de oorlog in Libanon heeft voor de inwoners van het land. Scholen bieden onderdak aan vele ontheemden, wat ten koste gaat van het onderwijs. Het maakt kinderen ook kwetsbaar. En één verstrekte karige maaltijd per dag is onvoldoende. „Mijn kinderen beginnen tekenen van ondervoeding te vertonen.”

Medewerker Ibrahim Barazi en Khadhija Omeiss geven in de René Mouawad-school in Beiroet een les over hoe kinderen zich te midden van de hele ontheemden teweer moeten stellen tegen overschrijdend gedrag.

Hadi rent in een blauw Mbappé-voetbalshirt over het schoolplein een bal achterna. Hij roept naar zijn teamgenoten en trekt intussen gekke bekken. „Voor welk team ben jij? Barcelona of Real Madrid?”

In de entreehal van de school waarin Hadi al drie maanden met zijn zusje en ouders woont, staan lange rijen tafels en banken. Overdag bereiden de leerlingen van de René Mouawad-school, een van de 635 officiële opvangplekken voor ontheemden, zich voor op de uitgestelde examens later deze maand. Het zijn de enige lessen die er nog plaatsvinden. ’s Avonds slapen ontheemden die nergens anders terechtkonden op diezelfde houten tafels en banken.

„Hier wonen zeshonderd mensen. De opvang is vol, we kunnen de toestroom niet meer aan”, zegt Musa Daher, bewoner en een van de coördinatoren van de opvang in Beiroet. „Sinds maandag zijn er veel nieuwe mensen op zoek naar een plek. In het begin van de oorlog verbleven er maximaal twee gezinnen per klaslokaal. Nu zijn dat er vier, en hebben we ook tenten opgezet op de buitenplaatsen.”

Nadat het Israëlische leger (IDF) maandag dreigde met nieuwe bombardementen op de zuidelijke wijken van Beiroet, sloegen wederom duizenden mensen op de vlucht, wat voor velen de derde of vierde keer was in drie maanden. De onderhandelingen van de afgelopen dagen hebben wederom niet geleid tot beëindiging van het geweld.

Net als het staakt-het-vuren van april, waarvan in de praktijk geen sprake was, lijkt het akkoord dat Israël en Libanon onder bemiddeling van de VS in de nacht van woensdag- op donderdag overeenkwamen alleen op papier te bestaan. Wederom ligt de nadruk niet op een wederzijds staakt-het-vuren, maar op „een volledige stopzetting van de Hezbollah-aanvallen en de evacuatie van alle Hezbollah-strijders” ten zuiden van de Litani-rivier, zo staat in de verklaring.

De Israëlische minister van Defensie Israel Katz bevestigde woensdag de eenzijdigheid van het bestand ook zelf. Hij zei dat het IDF in het gebied zal blijven, dat Libanezen niet kunnen terugkeren en dat het leger „zal blijven opereren in (…) Zuid-Libanon” en dit ook in Beiroet zal doen „in het geval van een aanval op Israëlische grondgebied”.

Nog voor donderdag 12 uur ’s middags meldden Libanese journalisten tientallen Israëlische drone- en luchtaanvallen in Zuid-Libanon. Onder meer een warenhuis, een fabriek, auto’s en scooters waren het doelwit. Hierbij vielen meerdere gewonden en doden. Hezbollah viel woensdagnacht ook het Israëlische leger aan, zij het vrijwel alleen op Libanees grondgebied en zonder burgerdoelen te raken.

De VN-vredesmissie UNIFIL maakte bekend dat donderdag een Servische militair is overleden die bij een mortieraanval woensdagavond op een UNIFIL-basis in het Zuid-Libanese dorp Marjayoun gewond was geraakt. Ook twee andere blauwhelmen raakten gewond.

Ontheemde kinderen in de René Mouawad-school.

Kwetsbaar en ondervoed

Op het plein van de René Mouawad-school proberen medewerkers van de Makhzoumi Foundation de kinderen „te leren hoe ze zichzelf kunnen beschermen tegen pesten, exploitatie en misbruik”, legt Mirna Boustani uit. Zij is leidinggevende van een team voor mentale gezondheid en psychosociale hulp.

Met speelse vraag- en antwoordgesprekken en tekeningen van interacties tussen kinderen en volwassenen proberen de sociaal werkers duidelijk te maken hoe de kinderen kunnen aangeven wat hun grenzen zijn.

„We leren ze om nee te zeggen, dat zij over hun eigen lichaam gaan, en mogen weglopen of gillen als een vreemde iets doet wat niet hoort. Ook moeten ze hun ouders in vertrouwen kunnen nemen. Hopelijk kan dit voorkomen dat bepaald gedrag uitloopt op daadwerkelijk misbruik.”

Hoe langer de oorlog duurt, hoe belangrijker zulke lessen worden, zegt Boustani. In opvangcentra wonen vaak honderden mensen, wat kinderen kwetsbaar maakt. Voor ouders met veel zorgen aan hun hoofd is het moeilijk hen constant in de gaten te houden.

„We onderzoeken in elke opvanglocatie waar behoefte aan is. In deze school kregen we signalen dat kinderen onvoldoende privacy ervaren. Sommige volwassenen komen bijvoorbeeld de toiletten binnenlopen. De kinderen ervaren dat als intimiderend.”

Hadi’s moeder Iman maakt zich grote zorgen over haar kinderen. „Wat kunnen we hier doen? Het is chaotisch, er is geen regelmaat. Soms zeuren ze de hele dag, vervelen ze zich of vechten ze met elkaar”, zegt de 43-jarige vrouw. „We krijgen hier maar een maaltijd per dag, van een organisatie.”

Een potje voetbal op het schoolplein.

De rest van de maaltijden scharrelen ze met moeite bij elkaar met het weinige geld dat ze nog hebben, aangezien de meeste mensen zonder werk zitten. Net als de meeste opvangplekken is er geen keuken en zijn er geen koelkasten, waardoor zelf eten koken niet mogelijk is.

Daar komt bij dat het wel beschikbare eten niet erg voedzaam is. Zo bestaat de maaltijd deze donderdag uit een bolletje met een kipburger, ketchup en een schijfje augurk. „Het eten is niet voedzaam”, zegt Iman. „Onze kinderen vallen af en beginnen tekenen te vertonen van ondervoeding.”

De Libanese overheid heeft geen geld en kan zelfs met de hulp van tientallen ngo’s nauwelijks in de basisbehoeften voorzien van ruim een miljoen ontheemden, ongeveer een vijfde van de Libanese bevolking.

Grote leerachterstanden

Ook Pieter Roozenboom, directeur van WarChild in Libanon, ziet de ondervoeding bij kinderen langzaam toenemen. Hoewel de organisatie zich in principe richt op kinderbescherming, onderwijs en mentale gezondheid, helpt zij ook mee met de distributie van maaltijden en hygiënekits.

Ibrahim Barazi geeft een lees over gewenste en ongewenste aanrakingen op de René Mouawad-school.

„Libanon kampt met een opeenstapeling van oorlogen, economische ellende en de coronapandemie”, aldus Roozenboom. „De afgelopen tien jaar is voor veel kinderen zeker de helft van alle lesdagen weggevallen. Dat geldt ook voor kinderen die niet ontheemd zijn geraakt. Dat publieke scholen nu als opvangcentra dienen en private scholen wel onderwijs blijven geven, maakt het verschil tussen arm en rijk nog groter.”

Kinderen die naar publieke scholen gaan, moeten nu online onderwijs volgen omdat hun scholen opvangplaatsen zijn geworden. In de praktijk komt dat erop neer dat ze weinig of geen lessen volgen. De internetkwaliteit in Libanon is slecht, de stroom valt vaak uit en de meeste gezinnen kunnen de kosten van grote internetbundels niet betalen. In één gezin moeten kinderen vaak op dezelfde laptop of telefoon hun lessen volgen.

De leerachterstanden lopen daarom snel op. Kinderen kunnen vaak amper schrijven, rekenen en lezen en er is sprake van toenemend analfabetisme, vervolgt Roozenboom.

Onder de 1,1 miljoen gevluchte Libanezen, Syriërs en Palestijnen uit Zuid-Libanon, de Bekaa-vallei en Zuid-Beiroet, bevinden zich zo’n vierhonderdduizend kinderen. Tel daarbij de tienduizenden kinderen op die naar publieke scholen gaan die amper functioneren omdat ze als opvangluctie dienen. „Dit treft een hele generatie”, aldus Roozenboom.

Een van de ontheemde kinderen in de René Mouawad-school.

Kinderen raken bovendien uit het zicht en riskeren zo ver achter te raken dat ze school niet meer kunnen bijbenen. „Ouders raken dan sneller in de verleiding hun kinderen te laten werken, waar dus kinderarbeid uit voortvloeit. Het is niet goed, maar wel te verklaren.”

Een 10 voor Engels

Op het schoolplein sluiten Mirna Boustani en haar collega’s van Makhzoumi Foundation de dag af. Ze komen hier nu twee keer per week, en de kinderen beginnen vertrouwd met hen te raken. Andere keren organiseren ze dans-, drama- of zangsessies of zetten ze de kinderen aan het tekenen.

„Kinderen uiten zich vaak goed als ze creatief bezig zijn. Dan merk je waar ze onbewust in hun hoofd mee bezig zijn. Veel kinderen tekenen hun huis, beschadigd of helemaal kapot, zonder dak. Of poppetjes die op de grond liggen.”

Hoe goedgemutst de 11-jarige Hadi ook is, hij zou hier het liefst zo snel mogelijk weg gaan, terug naar huis. „Ik mis mijn speelgoed, en docenten, en Engels en alle andere vakken. Ik had een 10 voor Engels. Geef ons docenten, we willen school.”

Onderwijs

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next