Home

Als de man die je vader doodreed geen monster blijkt te zijn

Rouw Nobelprijswinnaar Han Kang en de Zwitserse schrijfster Zora del Buono schreven allebei een boek waarin het draait om de dood van een naaste die omkwam bij een auto-ongeluk. Welke emotionele wonden veroorzaakt zo’n gebeurtenis en hoe kun je die helen?

Het wrak dat overbleef van de auto waarin Albert Camus verongelukte in 1960 in het departement Yonne.

‘Als je op je veertiende je vader verliest door een auto-ongeval, dan is dat als een aardbeving. Een tsunami. Een innerlijke explosie. Je wacht op hem, en dan dringt het tot je door dat je hem nooit meer zult zien. Binnen een halve minuut stort alles in elkaar.” Aan het woord is Catherine Camus, dochter van schrijver en Nobelprijswinnaar Albert Camus. Op 4 januari 1960 reden haar vader en zijn vriend Michel Gallimard naar Parijs. Na een klapband botste de auto tegen een plataan. Albert Camus overleefde het ongeluk niet. Gallimard, die zwaargewond raakte, overleed een paar dagen later. In een interview met de Frankfurter Rundschau uit 2019 vertelt de dan 65-jarige Catherine wat dit voor haar betekende. Ze probeerde gewoon verder leven, zei ze, ,,maar rende een hele tijd als een opgejaagde haas door het leven.”

Zora del Buono: Vanwege hem (Seinetwegen), Vert. Michel Bolwerk. Meulenhoff, 202 blz. € 22,99

Han Kang: Inkt en bloed (Barami bunda, gara), Vert. Mattho Mandersloot. Nijgh & Van Ditmar, 351 blz. € 26,99

Dit fragment is opgenomen in Vanwege hem (Seinetwegen), de gelaagde, autobiografische roman van de in Zwitserland geboren Zora del Buono. In dit recent vertaalde boek, waarvoor de schrijfster de Schweizer Buchpreis 2024 ontving, beschrijft Del Buono de leegte die de plotselinge dood van haar vader – ze was pas acht maanden oud – in het gezin achterliet. Manfredi del Buono, een 33-jarige arts van Italiaanse komaf, stierf in 1963 na een frontale botsing op een weg in een bergachtig gebied in de buurt van het Walenmeer. Zijn tegenligger, die met zijn auto op een doorgetrokken middenstreep een paardenspan inhaalde, knalde op de VW Kever waar Manfredi en zijn zwager in reden. De laatste brak zijn been, Manfredi was op slag hersendood. Het ongeluk had grote gevolgen voor Zora: niet alleen moest ze zonder vader door het leven gaan, ze bleef ook achter met een intens verdrietige moeder die zweeg over deze tragische gebeurtenis. 

Wat betekent het voor een nabestaande wanneer een vriend of familielid omkomt bij een auto-ongeluk? Welke onherstelbare breuken ontstaan hierdoor binnen een gezin? Over dit thema gaat ook Inkt en bloed, de zojuist in het Nederlands vertaalde roman van de Zuid-Koreaanse schrijfster en Nobelprijswinnares Han Kang. Hoewel qua opzet en inhoud een totaal ander boek, vertoont deze roman opvallend veel overeenkomsten met het autobiografische, bij vlagen journalistieke verhaal van Zora del Buono. In Inkt en bloed, dat oorspronkelijk in 2010 verscheen en tot nu toe alleen in het Frans, Spaans en Nederlands is vertaald, zorgt een fataal auto-ongeluk voor intens verdriet bij de nabestaanden. Hoofdpersoon Jeong-hie verliest op deze manier haar beste vriendin Seo Inju, een jonge kunstenares. Na haar dood beweert een kunstcriticus, die voor Inju een museum wil bouwen en haar biografie wil publiceren, dat ze niet met haar auto is verongelukt maar zelfmoord heeft gepleegd. Aanleiding voor Jeong-hie om uit te zoeken wat er daadwerkelijk is gebeurd. 

Emotionele erfenis

Ongeluk of zelfmoord? Het lijkt het perfecte recept voor een spannende whodunnit, maar Inkt en bloed is allesbehalve dat. Net als bij Del Buono gaat het in deze roman niet zozeer om ‘de waarheid’ of het vinden van ‘de dader’, maar om de zoektocht zelf. Hoe verwerk je een groot verlies? Welke emotionele erfenis draagt iemand met zich mee als een pijnlijk verleden niet wordt verwerkt? Het zijn bekende thema’s voor Han Kang, die na haar Man Booker Prize 2016 voor De vegetariër (2007) internationaal doorbrak en in Mensenwerk (2014) en het indrukwekkende Ik zeg geen vaarwel (2021) al over collectieve historische trauma’s schreef. Alleen is in Inkt en bloed haar benadering een stuk ingetogener, hier draait het om het onverwerkte verdriet van slechts enkele personages. 

Jeong-hie wil, na de dood van Inju, vooral iets rechtzetten. Niet alleen om zo de reputatie van haar vriendin te beschermen. Ze zoekt ook naar de betekenis van hun lange vriendschap en de rol die Samchon, Inju’s oom, in hun beider leven heeft gespeeld. Inju blijkt namelijk een ingewikkelde jeugd te hebben gehad. Haar vader is ook door een aanrijding met een auto gestorven en, net als bij Del Buono, heeft ze als kind moeten omgaan met een gebroken moeder. Een moeder, zo schrijft Han Kang, die haar heil zocht in de alcohol en die langzamerhand wegkwijnde, ,,als stilstaand water. Als een rotte kies. Als een ontstoken wond. En toen ging ze dood.”

Het is Samchon, net als Inju kunstschilder, die zich al snel over zijn nichtje ontfermt en indirect ook zorg draagt voor Jeong-hie die, afkomstig uit een gevoelsarm gezin, veel tijd bij hem doorbrengt. Hij is het die Jeong-hie leert haar gevoel te uiten, en wel via de schilderkunst: ,,De natuur, de mensen die jou hebben grootgebracht, de hond die je vroeger had, de gerechten die je hebt gegeten, de straten die je hebt bewandeld… Al die dingen zitten in jou. Als jij met het penseel in je hand een streep zet, weet dan dat die streep afkomstig is van iemand met een schat aan ervaring, emotie en energie.”       

Schilderen blijkt een manier om emoties op te wekken of zelfs te verwerken. Dat geldt ook voor Inju die, voor haar dood, de duisternis uit haar verleden in een aantal mysterieuze inktschilderijen heeft verwerkt. Dat alles wordt niet direct verteld maar komt, als een verborgen waarheid, langzamerhand naar boven drijven. Via deze zoekende, aftastende manier van schrijven probeert Han Kang tot de kern van de vriendschap tussen deze twee vrouwen door te dringen. Het is een poëtische stijl die ze vaker inzet, alleen lijkt deze in Inkt en bloed niet voldoende tot wasdom te komen.

Sterker nog, door de vele sterrenkundige en filosofische beschouwingen en wisselende vertelperspectieven is het, ondanks de knappe vertaling van Mattho Mandersloot, onduidelijk waar dit verhaal heengaat. Ja, er is een ontknoping, maar Han Kang laat de lezer vooral achter met een grote hoeveelheid associaties en bespiegelingen. Het verlies van familieleden, het opgroeien met een ongelukkige moeder, het wordt aangeraakt, maar de pijn en het verdriet gaan nergens heen.

Onderzoekende schrijfstijl

In Vanwege hem hanteert Del Buono op haar beurt een eclectische schrijfstijl. Tijdens haar zoektocht naar de dader hoopt ook zij iets recht te kunnen zetten. Als ze deze losbol, die haar vader heeft doodgereden, kan confronteren met haar gebroken jeugd, zal hij zich wel schuldig moeten voelen. Haar speurtocht naar deze mysterieuze E.T. – ze kent alleen zijn initialen – wisselt ze af met jeugdherinneringen, fragmenten uit gesprekken met vrienden, krantenartikelen, feiten, lijstjes en statistieken. Hoeveel mensen kwamen er bijvoorbeeld sinds 1938 in een VW Kever om het leven? Welke beroemdheden werden er, afgezien van Camus, slachtoffer van het wegverkeer?

Haar aanpak lijkt rommelig, maar al snel wordt duidelijk dat deze onderzoekende schrijfstijl – in De maarschalk over haar avontuurlijke Italiaanse grootmoeder doet ze iets soortgelijks – wel degelijk een functie heeft. Door het ongeluk van haar vader in breder perspectief te plaatsen, maken haar persoonlijke bespiegelingen juist meer indruk. Ontroerend is bijvoorbeeld de beschrijving van haar vaders trouwpak dat ze, tijdens het ruimen van haar moeders huis, onder de trouwjurk van haar moeder aantreft. ,,Het pak choqueert me”, schrijft ze. ,,Papà was kleiner dan verwacht, breder ook, een kleine Italiaan, voor me ligt het bewijs. De bretels ontroeren me, ze wijzen op een andere tijd. Het pak is niet helemaal schoon, waarschijnlijk niet gestoomd na de bruiloft, waarom ook, nadat het slechts één keer gedragen was.” 

En er gebeurt meer. Uiteindelijk weet Del Buono de identiteit van E.T. te achterhalen. In plaats van haar gram te halen gebeurt er – zonder hier al te veel prijs te geven – vervolgens iets anders: ze gaat milder over hem denken. De dader blijkt geen ongevoelige, egocentrische klootzak, maar een aardige, behulpzame man met een niet al te rooskleurig bestaan. Iemand die een goede wijn kan waarderen en zelfs een leuke hond had. En dus verschuift er iets in het hart van Del Buono. Ze krijgt medelijden met E.T. en ontwikkelt tenslotte ‘een soort wonderlijke toegenegenheid’ voor deze man.

Op 16 maart 1960 reed de Franse wielrenner Gérard Saint tegen een boom in de buurt van Le Mans, hij overleed later die dag in het ziekenhuis.

Zo leert ze op een nieuwe manier naar het verleden te kijken en zelfs haar zwijgende, maar sterke moeder beter te begrijpen. Ze citeert dan ook liefdevol uit het Rouwdagboek van Roland Barthes, dat hij schreef daags nadat zijn moeder overleed: ,,‘Ik wens niets anders dan in mijn verdriet te wonen,’ schrijft Barthes (…) en waarschijnlijk was dat precies wat moeder voelde na vaders overlijden, toen werd gezegd dat ze verstard was; waarschijnlijk wilde ze gewoon met rust gelaten worden en in haar verdriet wonen.”

En zo weet Del Buono dit verhaal over rouw en verlies op een geheel eigen manier tot een prachtig, onsentimenteel geheel te brengen. Ze blijkt zelfs in staat om de meest pijnlijke gedachten op een uiterst lichte toon over te brengen. Zo fantaseert ze bijvoorbeeld over dat allerlaatste moment, vlak voor de botsing: ,,Zaten mijn oom en hij vrolijk te praten toen het gebeurde, misschien over voetbal of jazz of auto’s of een stier in de wei – of riep een van hen: Pas op! … Attentione!…O, nee!… Merda!… Voor je!… Kijk uit! …No!!’”

Wat hun laatste woorden waren, ze zal het nooit weten, maar wordt ze er nog door gekweld? Niet echt. Ze heeft, door te schrijven, het ergste verdriet achter zich gelaten.   

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next