Home

De geliefde componist die de symfonische filmmuziek van de ondergang wist te redden

Filmmuziek De filmmuziek van componist John Williams kent vele fans, maar niet alleen zijn ‘greatest hits’ zijn het beluisteren waard. Aan een nieuwe biografie wilde hij alleen meewerken als de focus zou liggen op zijn composities en niet op zijn persoonlijke leven.

Componist John Williams met presentatoren Cher en Plácido Domingo na het winnen van de Oscar voor de beste filmmuziek voor ‘E.T. the Extra-Terrestrial’ (1983)

De populariteit van filmmuziek lijkt nauwelijks grenzen te kennen. Dat blijkt vooral uit de vele (en vaak uitverkochte) concerten met muziek uit bekende filmreeksen: Harry Potter, The Lord of the Rings en Star Wars. Op gezette tijden geeft de populaire componist Hans Zimmer flamboyante optredens waarbij hij samen met een orkest zijn muziek ten gehore brengt uit onder meer de films van Christopher Nolan. En onlangs dirigeerde de gelauwerde Franse filmcomponist Alexandre Desplat twee concerten in Nederland met een fraaie doorsnee uit zijn werk in Hollywood.

Tim Greiving: John Williams. A Composer’s Life. Oxford University Press, 630 blz. €33,-

De toenemende liefde voor filmmuziek vertaalt zich ook in het aantal boeken dat over het onderwerp is uitgebracht. Een greep uit het recente aanbod: van Steven C. Smith verscheen Hitchcock & Herrmann, een boeiende studie over de vruchtbare maar wrang eindigende samenwerking tussen regisseur Alfred Hitchcock en componist Bernard Herrmann. Surround Sound van filmjournalist Mark Kermode en radiomaker Jenny Nelson is een beknopt en enthousiasmerend overzichtswerk dat honderd jaar filmmuziek beschrijft, met case studies over Kermode’s favoriete soundtracks. Surround Sound begint bij filmmuziekpionier Camille Saint-Saëns en eindigt bij de IJslandse componiste Hildur Gudnadóttir – dit jaar de associate artist van het Holland Festival.

Het belangrijkste nieuwe boek over filmmuziek is de vuistdikke biografie die journalist Tim Greiving het licht deed zien over componist John Williams. In het naschrift legt Greiving uit hoeveel moeite het kostte om Williams te overtuigen zijn levensverhaal op schrift te stellen. Toen Greiving benadrukte dat het vooral over zijn muziek zou gaan, ging de zeer op zijn privacy gestelde Williams overstag. De titel van Greivings boek is dan ook John Williams. A Composer’s Life.

Over Williams maakte Laurent Bouzereau in 2024 al de documentaire Music by John Williams. Daarin vertelt regisseur Steven Spielberg over zijn decennialange succesvolle samenwerking met Williams, die beroemde scores opleverde: Jaws, Raiders of the Lost Ark, E.T., Schindler’s List, Jurassic Park en vele andere. Op 10 juni gaat Spielbergs SF-film Disclosure Day in première, gezien de leeftijd van Williams waarschijnlijk hun laatste film samen. In hun samenwerking komt het beste van Williams naar boven: meeslepende melodieën, ingenieuze harmonieën, inventieve orkestraties en de kans zijn muzikale palet in de volle breedte te etaleren. Van de jazzy score van Catch Me If You Can tot de Hebreeuwse klanken van Schindler’s List. Als geen ander kan Williams bovendien de dramaturgie van een film onderstrepen en subtiel de psychologie van de personages muzikaal verklanken.

Intelligente, gesloten man

De bijzonder productieve Williams komt in de biografie van Greiving naar voren als een intelligente, gesloten man die altijd aan het werk is. Al zijn emoties kanaliseert hij in muziek – naast filmscores componeert Williams ook voor de concertzaal. In oktober speelt pianist Emanuel Ax in het Concertgebouw bijvoorbeeld de Nederlandse première van het speciaal voor hem geschreven pianoconcert. Eerder schreef Williams al een vioolconcert (zijn tweede) voor sterviolist Anne-Sophie Mutter en componeerde hij cellowerken voor de beroemde cellist Yo-Yo Ma. Daarnaast dirigeerde de hoogbejaarde Williams de afgelopen tien jaar met veel succes zijn eigen werk met wereldberoemde orkesten als de Wiener- en de Berliner Philharmoniker. Concerten die zowel op cd als dvd werden uitgebracht door het fameuze klassieke muzieklabel Deutsche Grammophon (DG).

Een sleutel tot zijn privéleven zit in een ander voor de concertzaal geschreven werk, Williams’ eerste vioolconcert. Pas vijftig jaar na het componeren ervan onthulde hij in Music by John Williams dat hij de compositie schreef in reactie op het plotselinge overlijden van zijn eerste echtgenote, actrice Barbara Ruick. Zij stierf in 1974 door een aneurysma op 41-jarige leeftijd. Williams kon er jarenlang niet over praten, zelfs niet met zijn vrienden en kinderen. Hij stortte zich op monomane wijze op muziek, met een ongeëvenaarde werkdrift die door Greiving uitgebreid geboekstaafd wordt.

Naast het componeren voor film en de concertzaal was Williams tussen 1980 en 1993 de dirigent van de Boston Pops, een orkest waarin leden van het Boston Symphony Orchestra in de zomermaanden voor een groot publiek lichte muziek spelen. Greiving beschrijft een incident uit 1984 waarin de normaliter zo flegmatieke Williams plotseling ontslag nam toen enkele orkestleden hun ongenoegen kenbaar maakten tijdens de repetities van het door Williams gecomponeerde patriottistische lied ‘America, the Dream Goes On’. Na bemiddeling keerde de gevoelige Williams terug op zijn post, waarna de Boston Pops Orchestra tot grote hoogte steeg met inventieve programma’s waarin ook Williams’ eigen muziek te horen was – al wilde hij zijn filmscores niet de overhand geven. Als een musicus in het orkest niet meer op de top van zijn kunnen speelde of tijdens opnames niet alles gaf, verving Williams hem of haar zonder scrupules.

Tot diens dood was perfectionist Williams bevriend met dirigent André Previn (1929-2019). Voordat hij de baton oppakte en chef-dirigent werd van het London Symphony Orchestra (LSO) was Previn een gevierd filmcomponist en arrangeur in Hollywood – met uitstapjes naar jazz. Previn schreef daar de geestige memoires No Minor Chords. My Days in Hollywood over. Hij adviseerde Williams voortdurend te stoppen met het schrijven van filmmuziek en zich voor eens en altijd te wijden aan serieuze muziek; advies dat Williams altijd in de wind sloeg.

Net als Previn was Williams in zijn beginjaren ook actief als jazzpianist en arrangeur. Zo speelde hij als ‘Johnny Williams’ piano in het orkest dat Henry Mancini’s beroemde thema van de tv-serie Peter Gunn (1958) opnam. Later arrangeerde hij muziek voor onder meer gospelzangeres Mahalia Jackson, onder meer op het kerstalbum Silent Night (1962). In die jaren begon ook zijn carrière als componist voor televisie en later film, eerst nog als Johnny, daarna als John. Williams zelf beschouwt zijn score voor de dit jaar precies zestig jaar oude Audrey Hepburn-komedie How to Steal a Million (William Wyler, 1966) als zijn eerste belangrijke werk. Andere mijlpalen zijn de ontmoeting met Steven Spielberg (met wie hij sinds 1974 samenwerkt), George Lucas (de Star Wars-saga) en meerdere samenwerkingen met filmmakers als Oliver Stone en Ron Howard.

Synthesizer

Spielberg stelde dat dankzij Williams de symfonische score het tijdperk overleefde waarin Hollywood de voorkeur gaf aan popmuziek en de synthesizer het orkest verving. Daar is veel voor te zeggen. Greiving stelt terecht vast dat Williams in een symfonische traditie staat die zowel teruggrijpt op klassieke componisten als voortborduurt op het werk van mensen als Bernard Herrmann en uit Europa afkomstige filmcomponisten, zoals Max Steiner, Franz Waxman en Erich Wolfgang Korngold.

Greiving rakelt ook de discussie op dat Williams soms te veel zou lenen bij zulke illustere voorgangers in zijn muziek. Zo horen kenners Gustav Holst terug – met name ‘Mars’ uit The Planets – in ‘The Imperial March’ uit Star Wars of elementen uit de filmmuziek van Korngold – het thema van Korngolds Kings Row lijkt op het Star Wars-thema. Greiving vindt het geen plagiaat, maar die discussie zal onder musicologen nog wel even voortduren.

Greiving is duidelijk een bewonderaar van de vijfvoudige Oscarwinnaar John Williams, een bewondering die soms een beetje doorslaat. Uitputtend beschrijft hij de loopbaan van zijn held, met buitensporig veel aandacht voor de muzikale carrière van diens grootvader en vader (een percussionist). De paginalange muzikale beschrijvingen zijn wellicht ook wat te veel van het goede, zeker als je de films niet (allemaal) hebt gezien. En voor een boek over een componist is het misschien vreemd dat er geen fragmenten van partituren in staan van enkele van zijn aanstekelijke thema’s of opzwepende marsen.

Wel is het fijn dat Grieving een lans breekt voor de iets moeilijker toegankelijke muziek die Williams ook schreef, van de relatief onbekend gebleven concertwerken tot de vernieuwende scores voor Images (Robert Altman, 1972) en Close Encounters of the Third Kind (Steven Spielberg, 1977). Gelukkig is het meeste werk van Williams op cd verschenen, waaronder een groot deel van zijn concertwerken. Die zijn absoluut het ontdekken waard, zeker voor wie een beetje uitgeluisterd is op Williams ‘greatest hits’.

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next