Home

Schrijver Ben Lerner vraagt zich af wat belangrijker is: de herinnering of de feiten?

Ben Lerner In de nieuwe roman van de Amerikaanse schrijver Ben Lerner ontmoet een oude held zijn geestelijke zoon. Transcriptie is opnieuw een intellectueel, geëngageerd én eerlijk boek.

In de romans van de Amerikaanse schrijver en dichter Ben Lerner begint de kunst vaak met een leugen. In Lerners debuutroman Vertrek van station Atocha (2011) krijgt een jonge dichter een prestigieuze beurs om een paar maanden onderzoek te doen in Madrid. In plaats van serieus aan het werk te gaan, vult hij zijn dagen landerig met slapen, blowen en museumbezoek. Wat op papier klinkt als puberaal uitstelgedrag, leverde een van de interessantste en duizelingwekkendste romans op in de Amerikaanse literatuur van de jaren tien – intellectueel, geëngageerd én eerlijk. Datzelfde geldt voor al zijn romans sindsdien, voor 22:04 (2014), Leerjaren in Topeka (2019), en ook voor zijn nieuwste werk.

Ben Lerner: Transcriptie (Transcription). Vert. Arthur Wevers. Atlas Contact, 160 blz. € 19,99

Lerners vierde roman Transcriptie begint ook met een leugentje. Een naamloze verteller reist tijdens de covid-pandemie af naar Providence, zijn voormalige studentenstad, om daar zijn intellectuele mentor Thomas te interviewen voor een literair tijdschrift. De negentigjarige Thomas is een kleurrijke man, een techniekfilosoof en kunstenaar opgegroeid in Duitsland, en extreem belezen – Lerner voert hem op als een van de laatste klassieke intellectuelen, overblijfsel van een vorige eeuw waarin de menselijke geest nog niet door infantiliserende beeldschermen was gekoloniseerd. (Diverse recensenten hebben opgemerkt dat Thomas overeenkomsten vertoont met de onlangs overleden filmmaker en filosoof Alexander Kluge, al doceerde die nooit aan Brown University. Anderen wezen op Lerners tweede mentor, de al even eminente John Berger, al was die een Brit.)

Bij aankomst in het hotel tikt de verteller zijn iPhone in een met water gevulde wasbak, waarop het scherm op zwart gaat. Nu kan hij het gesprek met Thomas niet opnemen. In een typisch Lerneriaanse scène is de verteller van plan het probleem op te biechten, maar lukt het hem uit onhandige beleefdheid vervolgens niet – Thomas is zo’n heer… Toch krijgt de lezer een herinnerde, gereconstrueerde versie van het interview te lezen, die het eerste van de drie delen van dit slanke boek inneemt. In deel twee komt de verteller in de problemen wanneer hij op een conferentie rond Thomas’ werk toegeeft dat hij het gesprek uit zijn hoofd heeft genoteerd. De organisator van de conferentie concludeert onthutst dat de tekst dus „een deepfake” was.

Vleermuizen

Het valse transcript ensceneert niettemin een boeiende ontmoeting tussen een oude held en zijn geestelijke zoon, een meanderend gesprek waarin de vaderfiguur het gesprek strak onder controle heeft. Ze bespreken thema’s als opnametechnologie, vertalen, maar ook Thomas’ jeugd en dromen. Thomas springt van de hak op de tak, schijnbaar in vervoering gebracht door zijn eigen eindeloze hoeveelheid kennis. „We zijn doof voor de zang in ultrasoon geluid van vleermuizen, of voor olifanten die met elkaar converseren in hun infrasone geluid, trage golven die zich kilometers voortplanten en door steen gaan”, oreert hij. „We wisten niet dat olifanten spraken, tot iemand per ongeluk een keer een opname versneld afspeelde – in elk geval hadden wij westerlingen geen idee. Maar niemand weet echt wat zich in de lucht bevindt; dat is een van de weinige universalia. Een negatief universale. De lucht bevat allerlei boodschappen. Boodschappers, engelen. (…) Hebben we oren om te horen?”

Die laatste vraag kan net zo goed slaan op de roman zelf. Met het weergeven van het uit de herinnering opgestelde transcript stelt de roman de vraag wat we precies doorgeven wanneer we iemands woorden letterlijk proberen over te nemen. Is er niet meer dan geluid? Hebben we oren om te horen? „Something is lost in the transcription because it doesn’t have words”, dichtte Lerner in het gedicht „The Son” (2020). Herschrijven is een creatieve daad, die misschien, lijkt de roman te suggereren, een andere waarheid naar boven kan brengen dan de letterlijke weergave. Een letterlijke transcriptie raakt immers altijd iets kwijt, het woordeloze, de echo’s van het verleden, verborgen geschiedenissen, en de soms veelzeggende betekenis van vergissingen.

In deel drie noteert de verteller schijnbaar letterlijk een wél opgenomen gesprek met Thomas’ zoon Max, een leeftijdgenoot en studievriend van de verteller. Max vertelt over de moeilijke relatie met zijn vader, die zo bang was voor emoties dat hij vluchtte in de filosofie en literatuur, en over de eetstoornis van zijn achtjarige dochtertje dat weigert te eten. Het lijkt alsof het boek hier een nieuwe richting in slaat, een nieuw verhaal begint, maar er vallen allerlei lijnen te trekken tussen het eerste en het laatste deel. In deel één verwart Thomas de verteller soms met Max, en wat Thomas tegenover Max ontkent zich te herinneren, projecteert hij wel op de verteller. Hier ontstaat een subtiele subtekst, onhoorbaar voor opnameapparatuur: die van een rivaliteit tussen biologische zoon en intellectuele erfgenaam. De constructie van het boek roept zo de vraag op welke waarheid belangrijker is: die van de herinnering, of de feiten?

Leugen

Transcriptie is voor Lerners doen een dun boek. Het merendeel bestaat uit dialogen, de schrijver is spaarzaam met zijn gebruikelijke intellectualistische observaties en labyrintische taal (al barsten die gelukkig soms toch uit het stramien: „Ik werd overweldigd door de mengeling van nabijheid en afstand, de aanwezigheid van Mia’s afwezigheid”.) Ook in strakke vorm en ook in de directe rede blijft echter overeind wat zijn werk zo fascinerend en onweerstaanbaar maakt. Het plezier van Lerner lezen is gelegen in de hechte manier waarop de thema’s in elkaar grijpen, vloeiend en vanzelfsprekend, waardoor er steeds weer nieuwe lagen van betekenis ontstaan. Steeds als je denkt beet te hebben, steeds als je denkt te weten waar het boek over gaat, ontstaat er weer een nieuwe laag.

Transcriptie onderzoekt allereerst hoe schermen ons leven beïnvloeden, aanvankelijk met een kritische ondertoon, maar later toch ook optimistisch, zoals wanneer Max’ dochtertje dankzij onbeperkte schermtijd eindelijk weer begint te eten. Het is een boek over vaderschap en vriendschap. Over intellectuele autoriteit, die zowel wordt geïdealiseerd als verwoestend blijkt. Transcriptie is bovenal een afweging van verschillende vormen van waarheid en fictie, zonder een positie in te nemen. Zoals Thomas tegen de verteller zegt: „we zijn bezig met literatuur, niet de wet.” In literatuur gelden andere regels. In literatuur leidt een leugen tot diepe inzichten, voor wie oren heeft om te horen.

Boekrecensies fictie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next