Ziekenhuiszorg Nederlandse ziekenhuizen slagen er goed in om patiënten met een beroerte snel te behandelen. Bloedverdunners worden sneller ingezet.
Time is brain, zo luidt het motto bij de behandeling van mensen met een acute beroerte. Vrij vertaald: elke seconde telt bij iemand die is getroffen door een hersenbloeding of -infarct. Want elke minuut dat deze patiënt niet wordt behandeld, sterven een kleine twee miljoen hersencellen af.
„Elke minuut dat je eerder begint met de behandeling, verlaagt de kans op overlijden”, zegt medisch bioloog Fatima Zohra Abarkan. Ze is onderzoeker bij het Amsterdam UMC en werkt voor de Dutch Institute for Clinical Auditing (DICA), een organisatie die data verzamelt over de kwaliteit van de zorg. Een snelle behandeling verlaagt ook de kans op blijvende (ernstige) invaliditeit, voegt Abarkan eraan toe: „Waardoor patiënten later minder afhankelijk worden van zorg en een betere kwaliteit van leven krijgen.”
De Nederlandse ziekenhuizen slagen er goed in om de patiënten met een beroerte snel te behandelen – en op een belangrijk punt doen ze dat zelfs sneller dan voorheen. Dat blijkt uit een nieuwe analyse van gegevens van de kwaliteitsregistratie DICA Beroertezorg (DASA) over jaarlijks enkele tienduizenden patiënten met een herseninfarct of -bloeding.
Bij een herseninfarct, waardoor in 2024 ruim 34.000 mensen werden getroffen, raakt een bloedvat in de hersenen verstopt. Bij een hersenbloeding – ruim 4.400 geregistreerde gevallen in 2024 – knapt een bloedvat in de hersenen. Bij patiënten met een herseninfarct is het zaak om bloedstolsels in de hersenen op te lossen, om de bloedtoevoer naar de hersenen zo snel mogelijk te herstellen.
Een op de vijf van zulke patiënten krijgt daarom in het ziekenhuis via een infuus een geneesmiddel dat het bloedstolsel oplost. Zo’n zogeheten trombolysebehandeling kan in elk ziekenhuis worden gedaan. Al meer dan tien jaar ligt de doorsneetijd (de mediaan) vanaf aankomst in het ziekenhuis tot het inbrengen van het infuus rond de 28 minuten, zo leert de analyse van DASA. Dit ligt ruim onder de Europese norm van 60 minuten en ook iets onder het Europese streefgeval van 30 minuten.
Dat de bloedverdunner niet veel sneller wordt toegediend dan in 2014, komt doordat de grote tijdwinst al in een verder verleden is geboekt. „Zo’n jaar of twintig geleden zijn we de bloedverdunners echt gaan inzetten”, vertelt Irem Baharoglu, vasculair neuroloog in het Haaglanden Medisch Centrum en voorzitter bij DASA. „Toen hebben we er ook alles aan gedaan om de doorlooptijd te verkorten en dat is ook gelukt, waardoor die nu al een jaar of tien stabiel is.” Wat bijvoorbeeld heeft geholpen is dat patiënten in vele ziekenhuizen niet meer worden opgevangen op de spoedeisende hulp, maar in de kamer waar ook een CT-scan wordt gemaakt: „Dat scheelt slepen met patiënten en bespaart daardoor tijd.”
Als de bloedstolsels te groot zijn, lukt het niet om die te verwijderen met een bloedverdunner. In dat geval haalt een arts met een katheter – een heel dun slangetje – via de lies het stolsel uit de hersenen weg. Ongeveer een op de tien patiënten met een herseninfarct ondergaat deze zogeheten endovasculaire trombectomie (EVT). Deze behandeling kan alleen worden gedaan in een gespecialiseerd ziekenhuis, een EVT-centrum genaamd.
Nederland telt 18 van zulke regionale EVT-centra, grofweg een op de vijf ziekenhuizen. Hier heeft de acute beroertezorg de afgelopen jaren de grootste tijdwinst geboekt. In 2014 bedroeg de doorsneetijd 87 minuten tussen de aankomst van de patiënt in het ziekenhuis en het aanbrengen van de katheter in de lies. In 2024 was dat nog maar 48 minuten, een daling met bijna 45 procent.
De EVT-behandeling is relatief jong, benadrukt Baharoglu, en dat verklaart voor een deel de spectaculaire afname van de doorlooptijd in de afgelopen jaren: „Pas een jaar of tien geleden is deze behandeling geïntroduceerd. Toen zijn we gaan leren hoe je die het snelste kan doen. Daar hebben we goede resultaten mee geboekt.” Het scheelt bijvoorbeeld veel tijd als een zogeheten angiokamer, waar de EVT-ingreep wordt verricht, al op de afdeling spoedeisende hulp is.
De verschillen tussen ziekenhuizen kunnen groot zijn. Daarvoor zijn meerdere verklaringen denkbaar, zegt Baharoglu. „Bij ons in het Haaglanden Medisch Centrum ligt de angiokamer inderdaad bij de spoedeisende hulp, bijvoorbeeld, maar dat is niet in elk ziekenhuis mogelijk.” Bovendien maakt het veel uit of een patiënt via een ander ziekenhuis komt of rechtstreeks. „In het laatste geval kun je meteen na de melding door de ambulance alles klaarzetten”, zegt Baharoglu.
Hoewel Nederlandse ziekenhuizen het internationaal goed doen, doen enkele Scandinavische zorgcentra het nog beter. Zo ligt er in het Helsinki University Central Hospital een tijd van 20 minuten tussen de aankomst in het ziekenhuis en het toedienen van het geneesmiddel – nog eens 8 minuten minder dan de Nederlandse doorsneetijd.
Dat is wel iets om naar te streven, vindt Baharoglu: „Nederlandse ziekenhuizen zijn bezig om de doorlooptijden te verkorten, onder meer door spiegelsessies met elkaar te houden. Daarbij vergelijk je onderling je werkwijze. Dan vraag je bijvoorbeeld een snel ziekenhuis wat er zo goed werkt en bij een trager ziekenhuis waar het tegenaan loopt. Zo kunnen we allemaal beter worden.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin