Corona-enquête RIVM-kopstuk Jaap van Dissel is de eerste hoofdrolspeler uit de coronacrisis die door de enquêtecommissie wordt gehoord. Hij deed in het begin van de crisis soms onhandige uitspraken, en verzette zich fel tegen een mondkapjesplicht.
Premier Mark Rutte en Jaap van Dissel (RIVM) staan de pers te woord na crisisoverleg over de verspreiding van het coronavirus.
De man die Nederland liet kennismaken met het begrip ‘groepsimmuniteit’ en zich maandenlang fel verzette tegen een mondkapjesplicht keert twee jaar na zijn pensioen bij het RIVM terug in de spotlights. Jaap van Dissel, als voorzitter van het Outbreak Management Team (OMT) de belangrijkste adviseur van het kabinet bij de coronabestrijding, wordt deze vrijdag verhoord door de parlementaire enquêtecommissie corona. Van Dissel, die als OMT-voorzitter ongekend machtig was en continu in nauw contact stond met toenmalig premier Mark Rutte en coronaminister Hugo de Jonge, is de eerste hoofdrolspeler uit de crisisbestrijding die verantwoording moet afleggen. Hij zal, later in de enquête, ook nog een tweede keer worden verhoord.Van Dissel was directeur van het Centrum voor Infectieziektebestrijding van het RIVM toen Nederland begin 2020 te maken kreeg met het oprukkende coronavirus. Hij zou snel en ongewild, zo benadrukte hij geregeld in interviews, uitgroeien tot een bekende Nederlander en stond naast Rutte en De Jonge op persconferenties. Van Dissel kreeg in 2021 de Akademiepenning uitgereikt van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) voor „de tomeloze energie en bewonderenswaardige rust” waarmee hij de politiek in de crisis adviseerde. Tegelijkertijd lag hij als machtige adviseur ook onder vuur, omdat chagrijn over de coronamaatregelen op hem werd geprojecteerd, tot en met ernstige (doods)bedreigingen aan toe.Er klonk onder politici en wetenschappers ook genoeg zinnige kritiek over hoe Van Dissel en zijn RIVM in het begin van de pandemie over het virus communiceerden. In de week dat in het Italiaanse Bergamo de eerste coronadoden vallen en dorpen in lockdown gaan, schrijft het RIVM nog op Twitter dat „het virus inderdaad een beetje op de gewone griep” lijkt. Als in Nederland de besmettingscijfers oplopen, keert Van Dissel zich in NRC tegen massaler testen omdat dit „schijnveiligheid” zou bieden. Over carnaval – achteraf de grote aanjager van de eerste golf in Nederland – maakt hij zich nog weinig zorgen, zegt hij tegen RTL, want „dat vier je meestal toch in een vrij kleine groep”.
Jaap van Dissel was in het begin van de coronacrisis aanwezig bij alle belangrijke overleggen.
Half maart, als Nederland de eerste coronamaatregelen neemt, introduceert Van Dissel de term ‘groepsimmuniteit’. In NRC voorspelt hij dat de helft van de Nederlanders het virus zal krijgen en dat het „uitsmeren” van die besmettingen, in plaats van ze volledig proberen in te dammen, een verstandige strategie is. Dat wordt door andere experts al snel in twijfel getrokken. Op een presentatie in het Catshuis op 15 maart wordt groepsimmuniteit expliciet als een van de doelen van de strategie van ‘gecontroleerd uitrazen’ benoemd. Premier Rutte gebruikt de term ook in zijn historische eerste Torentjes-toespraak op 16 maart, waaraan Van Dissel meeschrijft. Als er onrust over groepsimmuniteit ontstaat, haasten Rutte én Van Dissel zich om te zeggen dat dit geen expliciet doel van het coronabeleid is.
Van Dissel groeit in die eerste weken uit tot de rechterhand en steunpilaar van Rutte en coronaministers Bruno Bruins en Hugo de Jonge. Als OMT-voorzitter zit hij bij werkelijk ieder adviserend en besluitvormend overleg van het kabinet en andere overheden in die tijd, en Rutte noemt zijn adviezen „heilig”. De Onderzoeksraad voor Veiligheid concludeert later, in 2022, in zijn eerste rapport over de coronacrisis dat de aanwezigheid van Van Dissel in vrijwel alle crisisteams in de besluitvorming tot „een sterke focus op infectieziektebestrijding” leidde die „het zorgvuldig af- en meewegen van belangen op andere beleidsterreinen” belemmerde.
Jaap van Dissel (RIVM) geloofde niet in een plicht voor het dragen van mondkapjes.
Het meest opvallende in de eerste maanden was Van Dissels bijna obsessieve persoonlijke strijd tegen het nut en inzet van het mondkapje, in het begin zelfs in de zorg. In de eerste weken ontstonden met name in de ouderenzorg grote tekorten aan beschermingsmiddelen, maar waren de richtlijnen van het RIVM ook opvallend terughoudend. Het preventief dragen van een mondkapje in de zorg wees het RIVM nog maanden af, omdat dit volgens Van Dissel ten koste kon gaan van het houden van afstand. Nederland was ook een van de weinige landen waar werd geadviseerd dat „zeer vluchtig contact” binnen anderhalve meter met een coronapatiënt veilig zonder mondkapje kon.
In het gebruik van mondkapjes in de samenleving geloofde Van Dissel al helemaal niet. In februari 2020 noemt hij het idee dat een mondkapje je als burger kan beschermen „de grootste misvatting tot nu toe”. De OMT-voorzitter blijft voortdurend zeggen dat het wetenschappelijk niet bewezen is dat niet-medische mondkapjes voldoende bescherming bieden en zelfs een averechts effect kunnen hebben. In een interview met NRC in mei zegt Van Dissel: „We hebben een anderhalvemetersamenleving. Dan heeft een mondkapje geen meerwaarde. Nu jij weer. En dan is ook nog de vraag of het niet negatief uitwerkt. Dat je half ziek toch maar naar buiten gaat.”Nederland voert uiteindelijk stapsgewijs een mondkapjesplicht in, eerst in het openbaar vervoer en pas vanaf december 2020 in publieke binnenruimtes. Als op een zomerse persconferentie experimenten met een mondkapjesplicht in grote steden worden gepresenteerd, blijft Van Dissel daar herhalen dat het mondkapje „een buitengewoon klein effect” heeft. Het komt hem later op zeer stevige kritiek van de Onderzoeksraad te staan. De OVV stelt dat dit soort opmerkingen van Van Dissel „het publieke vertrouwen in het overheidsbeleid ondermijnde”.