Verwarden Het lukte onder meer niet om Hamza L. te plaatsen op een passende plek voor beschermd wonen. L. verbleef daarom vanaf mei 2024 bij familie, maar „de vervanging bij afwezigheid van hulpverleners was niet altijd goed geregeld”. Ook kwam Hamza L. op de dag van het dodelijke steekincident en de dag daarvoor nog in aanraking met de politie.
Bloemen, knuffels en kaartjes ter nagedachtenis aan een meisje van elf dat in de Anemoonstraat is doodgestoken.
De zorg voor en het toezicht op Hamza L., een verwarde man die vorig jaar in Nieuwegein een 11-jarig meisje doodstak, schoten tekort. Dat concluderen de Inspectie Justitie en Veiligheid (Inspectie JenV) en de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) in een donderdag verschenen rapport.
Hamza L. stak in februari 2025 in een psychose de toen 11-jarige Sohani op straat dood. Hij kreeg onlangs van de rechter tbs met dwangverpleging opgelegd. Dat het zo fout kon gaan riep vragen op over de omgang met verwarde personen. Hamza L. was namelijk in behandeling bij zorginstellingen, stond onder toezicht van de reclassering en werd besproken aan de veiligheidstafels. Het kabinet liet daarom onderzoeken of er signalen werden gemist.
De inspecties onderzochten hoe „de zorg en begeleiding werd vormgegeven en concluderen dat de aanpak op meerdere punten tekortschoot”. „In bredere zin concluderen de inspecties dat bij de samenwerkende organisaties forensische scherpte ontbrak die nodig is om veiligheidsrisico’s in te schatten. Op verschillende momenten hebben de organisaties informatie gemist of was informatie niet beschikbaar.”
Het lukte onder meer niet om Hamza L. te plaatsen op een passende plek voor beschermd wonen. L. verbleef daarom vanaf mei 2024 bij familie, maar „de vervanging bij afwezigheid van hulpverleners was niet altijd goed geregeld”.
Ook kwam Hamza L. op de dag van het dodelijke steekincident en de dag daarvoor nog in aanraking met de politie, maar wisten agenten niet dat zij een monitoringssysteem moesten raadplegen. Bovendien stond in dat systeem niet goed beschreven hoe agenten moesten handelen. Daardoor werd geen contact opgenomen met de crisisdienst.
Hoewel er veel misging in deze casus, „zien de inspecties ook dat er factoren speelden die buiten de invloedsfeer van de betrokken professionals en organisaties lagen, zoals wachttijden voor een geschikte woonplek met forensische zorg”. „De inspecties kunnen dit incident dan ook niet los zien van een toenemende vraag naar geestelijke gezondheidszorg en een toenemend aantal meldingen over mensen met verward gedrag.”