Home

Met haar frisse en tegelijk vurige poëzie wist Lieke Marsman (35) altijd dichtbij te komen

Lieke Marsman (1990-2026) Lieke Marsman was een van de meest vooraanstaande literair auteurs van haar generatie. Op een eigenzinnige, vernieuwende manier wist ze zo te schrijven dat haar teksten zowel intiem-persoonlijk als maatschappelijk waren. Woensdag overleed ze.

Lieke Marsman in 2018.

De laatste dagen van haar leven was dichter en filosoof Lieke Marsman in Parijs; met haar kersverse echtgenote – ze zijn vorige maand getrouwd – bezocht ze het tennistoernooi Roland Garros, twee dagen lang keken ze naar toptennis. En toen, op woensdagavond, hield het toch ineens op. Haar ziekte, de zeldzame kanker waarmee ze al zo’n acht jaar leefde en waartegen ze onvermoeibaar bleef strijden, had haar er ten langen leste onder gekregen.

„Ik wil een oproep tot leven zijn”, zei ze eens, als middelpunt van het tv-programma Zomergasten. Ook in de wetenschap van het onafwendbare einde behield ze de afgelopen maanden haar levenslust; ze voltooide ook nog haar nieuwe dichtbundel.

Lieke Marsman, die op 35-jarige leeftijd overleed, was een van de meest vooraanstaande literair auteurs van haar generatie. Ze was de jongste laureaat van de Constantijn Huygens-prijs, voor haar gehele oeuvre, in 2025. Ze publiceerde poëzie, essays en literair proza, genres die ze meer dan eens wist samen te brengen binnen één boek, en dat als vanzelfsprekend liet voelen – bijvoorbeeld in de veelgeprezen klimaatroman Het tegenovergestelde van een mens (2017). Ze wist bovendien op een eigenzinnige, vernieuwende manier zo te schrijven dat haar teksten zowel intiem-persoonlijk als maatschappelijk waren.

„Ik wéét dat ik in staat ben om iets afschuwelijks/ om te buigen tot het bitterzoete/ dat een leven z’n waarde geeft, de crisis/ en chaos waaruit een leven z’n dynamiek haalt. Dit vertel ik mezelf wanneer ik nadenk over de dood”, dichtte ze in haar dichtbundel In mijn mand (2021). Die bundel verscheen op de dag begin 2021 waarop ze, als jongste ooit, Dichter des Vaderlands werd. Ze was toen al ziek, ongeneeslijk, en ze wist daarom ook dat ze niet, zoals sommige van haar voorgangers in die functie, het land door zou reizen om allerhande podiums te beklimmen. Dat was dankzij de coronapandemie toch al niet aan de orde, maar ook omdat zij als Dichter des Vaderlands evengoed dichtbij zou weten te komen, ook al was dat op afstand.

Stem van het ‘dorre hout’

Zo had ze de jaren daarvoor immers een unieke positie verworven, toen ze in poëzie en essays, maar ook als scherpzinnig gebruiker van Twitter, deelnam aan het publieke debat. Toen kwetsbare mensen in coronatijd „dor hout” werden genoemd, nam Marsman het op zich om de stem van dat ‘dorre hout’ te zijn. Dat engagement wortelde dus ook in haar ziekte, die in 2018 opdook: kraakbeenkanker. Schrijven over politiek had ze „nodig”, schreef ze in De volgende scan duurt vijf minuten (2018), „om niet volledig door de kanker opgeslokt te worden” en de eenzaamheid te bestrijden die ziekte meebrengt. „Een eenzaamheid die ik als ondraaglijk heb ervaren, maar die wel redelijk gemakkelijk af te schudden was door het beoefenen van maatschappijkritiek.”

De titel Dichter des Vaderlands gaf haar nieuwe gedachten „over de rol van literatuur in de publieke arena”, schreef ze in de bundel Ter gelegenheid van poëzie (2023), dat verscheen aan het einde van haar periode. Wat kon literatuur in maatschappelijke zin uithalen? Ze was beducht om ‘opdrachtpoëzie’ te schrijven, in de wetenschap „dat in opdracht schrijven een zekere druk met zich meebrengt en zodra die druk er is ligt het gevaar op de loer dat ik mezelf ga imiteren”. Dat was nu net wat er mis was met onze „imitatiemaatschappij”: we maken dingen omdat ze moeten, niet omdat ze „waarachtig zijn”, „en ik vermoed dat de lezer dat uiteindelijk zal merken”. Van onwaarachtigheid is de taal het slachtoffer, liet ze zien: daar ontstaat lelijk, leeg jargon, dat verhult dat die taal niets zegt. Als die slop in de taal sluipt, lijden de gebruikers daaronder, en daarmee de maatschappij.

Haar taak als dichter was dan om die taal scherp en zorgvuldig te ontleden en ontmaskeren, en ons, taalgebruikers, de spiegel voor te houden, strevend naar iets beters. Scherp en kritisch kon ze zijn op politici, zoals toenmalig premier Mark Rutte of D66-partijleider Sigrid Kaag. „Woorden doen ertoe”, citeerde Marsman haar, met een vrolijk cynisme: die waarheid was inmiddels tot een cliché versteend, maar niettemin wáár en behartigenswaardig. Haar poëzie was altijd helder, fris en toegankelijk, zonder daarbij hoge barrières of drempels op te werpen – maar ook zonder in te boeten aan diepgang of complexiteit. Voor haar essayistiek gold hetzelfde: ze wilde er immers iets mee zeggen, mee overbrengen.

Liever armloos leven dan sterven met arm

Dat kwam sterk tot uiting in Op een andere planeet kunnen ze me redden (2025), een essayboek waarin ze ook genres liet samensmelten omdat haar verhaal op die manier het beste overkwam; van poëzie en beschouwing tot dagboektekst. Het werd een verrassende bestseller. Marsman schreef erin over haar ziekte, haar strijd tegen het zorgsysteem dat haar kanker als ongeneeslijk zag en de behandeling wilde staken, terwijl zij koste wat kost door wilde leven. Toen de amputatie van haar arm vanwege een uitzaaiing werd overwogen, was dat voor haar geen vraag: liever armloos leven dan sterven met arm. Met galgenhumor twitterde ze erover: „This Woman Lost Five Kilos In One Day, Click Here To Find Out What Her Secret Is.” De kans op complicaties nam ze op de koop toe – ze geloofde liever in een hoopvolle kans dan zich neer te leggen bij een verdrietige mogelijkheid.

Die gedachte volgend beschreef Op een andere planeet kunnen ze me redden ook haar wending naar het geloof. Liever hield ze er rekening mee dat er wél iets goddelijks, spiritueels, bovennatuurlijks was (en ook: buitenaards leven), dan het te verwerpen omdat dat vooralsnog onbewezen was. Het geloof was door haar ziekte terug in haar leven gekomen na een opvoeding die „enigszins antireligieus” was geweest, maar op momenten van wanhoop had ze „semi-mystieke ervaringen”, waarin ze toch weer rust en vrede wist te vinden. Maar dat was eerder een aards gevoel dan iets zweverigs, legde ze uit in interviews. Het titelgedicht van de bundel In mijn mand eindigde met: „Vergeet engelen en psalmen/ Ik wil het vanille van een oud boek/ Ik wil een koud flesje bier/ en ik wil jou, nog één keer/ Vergeet vogels die zingen/ Ik wil mijn hond horen drinken”.

„Het werk van Lieke Marsman laat zien hoe literatuur ons kan helpen een vorm te vinden om na te denken over het ondenkbare”, schreef de jury van de Constantijn Huygens-prijs, die zowel haar vermogens als systeemdenker, als haar gevoeligheid prees. Ongewoon jong was Marsman voor een oeuvreprijs, maar haar ziekte en het besef van eindigheid hadden haar dan ook tot rijpe wijsheid gebracht, tot een oeuvre dat op geen enkele manier meer nonchalant was. Wel nog steeds ook grappig: haar volgende week te verschijnen dichtbundel De dichter en de duivel beschrijft een hellevaart die een absurdistische satire is – over nietszeggende politiek, maar ook over AI.

Kan poëzie daartegen nog iets uithalen? Gedichten, schrijft Marsman, kunnen zijn als „kiezels/ die op water ketsen”, maar: de meeste geworpen kiezels zinken, en is de dichter dan niet „als een visser/ die op jacht naar vis/ zijn hele lunch/ verspilt aan aas”? Met haar vurige, gevoelige, waarachtige poëzie wist Lieke Marsman niettemin haar publiek te raken.

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next