Op vakantiepark Sandevoerde, verscholen in de duinen van Zandvoort, zijn de enige campinggasten dit jaar de dieren. Spiedend door de spijlen van het hek zie ik een vos lopen dwars over de verlaten paden en vanuit de hemel speurt een torenvalk biddend tussen de witte stacaravans naar zijn prooi. Geregeld, hoor ik van de beheerder, de enige achter het hek, lopen er nu herten over het terrein. „Want ja, als er geen mensen zijn…”
Het hek is op slot en dat blijft het, als het aan de campingeigenaar ligt, een grote investeringsmaatschappij. Tot ergernis van de circa tachtig bewoners, velen opgegroeid in de Amsterdamse Jordaan, die er al sinds de jaren vijftig ’s zomers hun eigen plekje hebben. Een stacaravan met tuintje en barbecue en alles erop en eraan. Sandevoerde is een begrip. De kleine Dries Roelvink dartelde er rond. Danny de Munk.
„Ben je hier op de fiets?” In de Nieuwe Leliestraat, hartje Jordaan, veert de 65-jarige Michel Failé op vanachter zijn zwartglanzende desk in zonnecentrum Tropics. Wijzend naar het fietsenrek achter het raam: „Nou, ik kan toch ook niet zomaar een slot om jouw fiets doen? Maar wij kunnen nu dus niet bij ons eigendom.”
Kijk, de wereld verandert, begrijpt ‘ie ook wel. De zongebruinde Failé wijst naar de gevels met grote ramen in de stille straat. „Dat waren allemaal winkels. Daar de slager. Daar de herenkapsalon. De poelier. De snoepwinkel. De platenwinkel. De lichtwinkel.” Voordat Failé in 1985 hier zijn zonnestudio betrok was dit de kapsalon van z’n moeder. In de woning ernaast is hij opgegroeid. „Met z’n negenen.”
In de Jordaan leefde je als een mierenhoop bovenop elkaar. „Je krioelde gewoon.” Reuzegezellig en als iemand het moeilijk had, zei je „breng effe een koppie soep naar tante Aal”. Maar niemand had een tuin of een balkon dus iedereen was dolblij als je vanaf april weer „kon vluchten” naar Sandevoerde, waar het hele sociale gebeuren zich gewoon voortzette, „alleen dan in zwembroek”.
In het hele pand tegenover zijn zonnestudio wonen nu nog twéé mensen en de woning ernaast is net voor miljoenen verkocht. Failé noemt het de ziekte van méér. „Iedereen wil almaar grotere huizen, dikkere auto’s, dikkere lippen.” Van de hechte gemeenschap in de Jordaan is al decennia niets over en het lijkt wel, zegt Failé, alsof we het samenleven zijn verleerd. „Alleen maar swipey swipey. Ook hier in de zonnestudio. Klanten schrikken als je een praatje begint.”
Hetzelfde zag hij de afgelopen jaren in Zandvoort gebeuren. Daar verdween de ene na de andere camping. Opgekocht door investeerders, zoals langs de hele kustlijn. „Ze willen er Saint-Tropez van maken, vooral sinds de komst van de Formule 1.”
Maar de bewoners van Sandevoerde laten zich niet gek maken. Sinds ze in 2021 van de nieuwe eigenaar hoorden dat ze plaats moeten maken voor een winstgevend chaletpark, staan ze op de barricade. „Niet wijken voor de rijken.” Ze stoppen gezamenlijk geld in de pot voor een juridische strijd, zoals over het ontbreken van een natuurvergunning en nu ook over de sluiting van de camping.
En ach, laat de rechter maar beslissen, zegt Failé. Want het gaat hem al lang niet meer om dat beetje zon, maar om het principe. „Oh, dus jij denkt, omdat je meer geld hebt, dat je beter bent dan ik?”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag