Kansenongelijkheid Mensen in kwetsbare wijken hebben vaker complicaties bij hun zwangerschap dan in de rest van Nederland. Onderzoekers zeggen zeker te weten dat de verschillen komen door leefomstandigheden. „Elke dokter moet aandacht hebben voor de sociale omgeving, niet alleen het medische.”
De Negenmaandenbeurs in de RAI in Amsterdam.
Waar je wieg staat heeft grote invloed op je kansen en je gezondheid voor de rest van je leven. Onderzoekers van het Erasmus MC zagen een direct verband tussen een slechte leefomgeving en negatieve gezondheidsgevolgen voor de baby bij de zwangerschap. In een donderdag gepubliceerd onderzoek is voor het eerst in Nederland aangetoond dat de kans op problemen bij de zwangerschap hoger is in wijken waar de inkomens relatief laag zijn, de huizen slecht onderhouden, en het gevoel van onveiligheid hoog. Baby’s worden daar vaker dood geboren, overlijden er wekelijks of ze komen te vroeg en veel te klein ter wereld.
Dagelijks ziet Jasper Been, een van de auteurs en kinderarts op de intensive care voor baby’s in het Erasmus MC in Rotterdam, pasgeborenen met zeer ernstige complicaties, en toch schrikt hij van deze resultaten. „Op onze afdeling zien we relatief meer mensen uit kwetsbare situaties, omdat die een hoog risico hebben op al deze negatieve uitkomsten bij een zwangerschap. Dat zien we nu terug in de cijfers. Dit onderzoek onderstreept heel duidelijk dat je met 2-0 achterstaat als je geboren wordt in een wijk met slechte leefbaarheid en onveiligheid.”
De uitkomsten verrassen Eric Steegers, gynaecoloog en hoofd van de afdeling Verloskunde en Gynaecologie in het Erasmus MC niet. Een stapeling van problemen levert „toxische stress” op, zegt hij, en dat „houdt niemand vol”. „Toxische stress heeft invloed op de breinontwikkeling en organen van het kind tijdens de zwangerschap.”
„Dit zijn ouders die al veel problemen hebben”, zegt Steegers. „Dan hoop je dat het goed gaat met het kind, in een huis met extra zorgen.” Wonen in slecht geïsoleerde huizen die in de zomer heel heet worden, met criminaliteit in de buurt, en weinig geld in de portemonnee: het helpt allemaal niet mee voor de kansen van het kind, zegt Steegers.
De twintig onderzochte wijken in het Rotterdamse onderzoek vallen sinds 2022 onder het landelijke Nationale Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Het gaat om gebieden als Utrecht Overvecht, Tilburg Noord West en het Amsterdamse Zuidoost en Nieuw-West. De Rijksoverheid heeft 400 miljoen euro beschikbaar gesteld om de leefbaarheid en kansengelijkheid in deze gebieden te versterken.
De laatste cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) tonen dat mensen in NPLV-gebieden het vaak moeilijker hebben dan mensen in niet-NPLV-gebied. In 2025 woonden daar zo’n 1,2 miljoen mensen, waarvan 1 miljoen 12 jaar of ouder.
De onderzoekers zien een vicieuze cirkel. Ze pleiten voor een aanpak die medische en sociale zorg combineert. En dat de fysieke leefomgeving wordt aangepakt.
In NPLV-wijken is relatief veel armoede, veel criminaliteit, en de woningen zijn goedkoop en slecht onderhouden. Bewoners van NPLV-gebieden ervoeren in 2025 bijna twee keer zoveel overlast en onveiligheid als gemiddeld in Nederland, schrijft het CBS. Ze zeggen zich ook minder gezond te voelen. In de twintig wijken slikken mensen bijvoorbeeld vaker medicijnen tegen psychische klachten dan in andere delen van Nederland.
In vrijwel elke NPLV-wijk liggen de cijfers van gecompliceerde geboortes boven het Nederlandse gemiddelde. Vooral in Heerlen-Noord, Lelystad Oost, en Rotterdam Zuid worden flink meer baby’s met complicaties geboren dan gemiddeld in Nederland.
Baby’s uit Amsterdam Zuidoost worden geboren met de grootste gezondheidsachterstand ten opzichte van baby’s in de rest van Nederland. Zowel sterfte, een laag gewicht als vroeggeboorte komen daar relatief het meeste voor. Ongeveer 8 op de 1000 baby’s uit die wijk sterven tijdens de zwangerschap of vlak na de geboorte. Dat is ongeveer twee keer zo veel als in niet-NPLV-gebieden. Zo’n 7 procent van de baby’s in Amsterdam Zuidoost wordt te vroeg geboren (tegen zo’n 5 procent van de rest van Amsterdam en Nederland). Bijna een op de vijf baby’s heeft een laag geboortegewicht, tegen een op de tien zuigelingen die niet uit zwakke wijken komen.
Kinderen die zo’n gecompliceerde geboorte overleven hebben later ook meer kans op gezondheidsproblemen. Die stapelen al gauw op. Zo zijn te vroeg geboren kinderen vaak ook te klein, vertelt IC-arts Been. „De kleinste kinderen die we behandelen zijn tussen de 400 en 500 gram. Dat past in je hand. Alle organen zijn dan nog niet goed ontwikkeld. De longen kunnen niet goed ademen, de darmen kunnen voeding niet goed verdragen. De hersenen zijn soms niet goed aangelegd waardoor je bloedingen kan krijgen.” Zorgen over bestaanszekerheid en leefomgeving zijn belangrijke factoren die daar later nog eens bovenop komen, vooral in NPLV-wijken. „Het is een optelsom van factoren”, zegt Been.
De onderzoekers gebruikten gegevens van zo’n 1,1 miljoen moeders in Perined, een landelijk register waar ongeveer 97 procent van de zwangerschappen (na 22 weken) wordt geregistreerd. Ze vergeleken cijfers tussen 2015 en 2021, van voordat het NPLV-programma begon. Die cijfers dienen als een ‘nulmeting’, legt Been uit, zodat onderzoekers over een aantal jaar kunnen kijken wat voor effect de overheidsinterventies hebben gehad. Factoren die op persoonlijk niveau risico’s kunnen voorspellen zijn uit de resultaten gefilterd. Een oudere moeder heeft bijvoorbeeld meer kans op complicaties dan een jonge moeder. Daar is rekening mee gehouden.
Bij kwetsbare buurten denken mensen al snel aan volwassenen, zegt Been. Maar de verschillen beginnen bij de geboorte, „of zelfs al daarvoor”, en werken weer door op latere leeftijd. Het is een van de redenen waarom het programma Kansrijke Start in 2018 door de overheid is opgezet, zegt Been. „Om sociale zorg te verbinden met medische zorg” en met het doel in de eerste duizend dagen van een kind een betere basis te leggen voor een gezond leven.
Gynaecoloog Steegers vindt dat ministeries, gemeenten, bedrijven, banken en kennisorganisaties moeten samenwerken om de kansen van baby’s uit NPLV-gebieden te vergroten. „Zorgverleners moeten slechte leefomstandigheden gaan signaleren” en hulp inschakelen, voegt hij toe. Steegers: „Elke dokter moet aandacht hebben voor de sociale omgeving, niet alleen het medische. Je bent verantwoordelijk voor de behandeling van ziekten, en voor de oorzaak ervan. Dat moet onderdeel worden van de kwaliteit van zorg.”
Met medewerking van Roos Liefting