Home

Regering-Trump wil meetstations in de oceaan ontmantelen. Springt Europa in het gat?

Oceaanonderzoek Het netwerk van 900 sensoren kostte de Amerikaanse belastingbetaler 40 miljoen dollar per jaar en leverde een schat van informatie op. Nu de regering-Trump de stekker eruit trekt, kondigt de EU juist aan meer in oceaanonderzoek te gaan investeren.

Boeien voor oceaanonderzoek op een schip in 2021.

De regering van de Amerikaanse president Donald Trump gaat een netwerk afbreken van ruim 900 meetinstrumenten waarmee wetenschappers de oceanen in de gaten houden. Dat blijkt uit een verklaring van de National Science Foundation (NSF), het overheidsagentschap dat het initiatief beheert. Volgens een woordvoerder van het agentschap sluit de bezuiniging aan „bij de bredere strategie van de NSF”.

De meetinstrumenten van het netwerk, het Ocean Observatories Initiative (OOI), zijn verdeeld over vijf locaties in de Atlantische en Stille Oceaan. De honderden sensoren in het netwerk meten bijvoorbeeld de chemische samenstelling van het water, de temperatuur, de stroomrichting en de snelheid waarmee het water stroomt.

De data uit het OOI-programma zijn gratis online beschikbaar; volgens het instituut zelf hebbben sinds 2016, het jaar dat de metingen begonnen, zo’n vijfduizend mensen de data gedownload. Jaarlijks komen volgens het OOI tientallen wetenschappelijke papers uit waarin onderzoekers de gegevens aanhalen.

40 miljoen dollar per jaar

Daartegenover staan de kosten van het programma voor de Amerikaanse belastingbetaler. Die bedragen tot nu toe zo’n 368 miljoen dollar (317,2 miljoen euro), oftewel 40 miljoen dollar (34,3 miljoen euro) per jaar.

Volgens onderzoekers is dat een schijntje, vergeleken met de waarde die de data opleveren. Toch probeerde de regering-Trump het programma al twee keer eerder te beëindigen: in de begrotingen voor 2025 en 2026 schroefde de regering het jaarlijkse budget terug naar 8 miljoen dollar, wat het einde van de metingen zou betekenen. Uiteindelijk besloot het Amerikaanse Congres beide keren om het meetprogramma volledig te financieren.

Hoewel het geld dus beschikbaar is, kiest de NSF er nu alsnog voor om met de metingen te stoppen. In een update schrijft hoofdonderzoeker van het OOI Jim Edson dat de sloop van het sensorennetwerk zo’n 15 maanden zal duren. Het plan is dat in september 2028, ruim voor het oorspronkelijk geplande einde van het programma in 2041, de laatste locaties zullen sluiten. Dan verdwijnt ook het datacenter dat de metingen van de afgelopen tien jaar gratis online aanbiedt.

Grote klap

Het past in een patroon van aanvallen op de klimaatwetenschap door de regering-Trump. Vorig jaar schrapte zijn regering ook de financiering voor het klimaatstation op de Hawaiiaanse berg Mauna Loa, waar elke dag wordt gemeten hoeveel CO2 er in de lucht zit.

Het verlies van het OOI-programma zou een grote klap zijn voor het internationale onderzoek naar de oceaan, zegt Sjoerd Groeskamp, oceanoloog bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ). Hij vergelijkt het met weerballonnen, die onderzoekers regelmatig oplaten om meetgegevens over de atmosfeer te verzamelen: „Die gegevens voeren we in de klimaatmodellen en weersmodellen, en daarmee voorspellen we het weer.”

Als die weerballonnen wegvallen, worden je voorspellingen minder goed, zegt hij. „Dan kun je de bestaande situatie niet meer in kaart brengen, en weet je dus ook niet waar je moet beginnen met rekenen.”

Volgens OOI-hoofdonderzoeker Edson is de sloop van het netwerk op een locatie voor de kust van Californië al begonnen. Schepen zijn daar al bezig de instrumenten weg te halen, schrijft hij. Een meetstation voor de oostkust van de VS moet in juni 2027 verdwijnen. Diezelfde zomer zal de NSF nog twee meetlocaties sluiten: een voor de kust van Oregon, en een voor de kust van Groenland.

10 graden kouder

Vooral het verdwijnen van dat laatste meetstation baart Groeskamp zorgen. De sensoren bij Groenland verzamelen gegevens over de AMOC, de zeestroming die warm water vanuit het Caribisch gebied naar West-Europa voert. Groeskamp: „De AMOC is waarom Europa een mild klimaat heeft. Als je kijkt naar dezelfde breedtegraad in Canada, dan is het daar veel kouder.”

Uit onderzoek blijkt dat de AMOC aan het veranderen is, waarschijnlijk als gevolg van klimaatopwarming. Groeskamp: „De voorspellingen zijn dat hij gaat verzwakken. Hoeveel precies, daar is nog onenigheid over. Maar áls hij verzwakt, gaat Europa afkoelen.” In het ergste scenario kan het in Europa in een hele korte tijd gemiddeld 10 graden kouder worden.

„Die meetstations bij Groenland vertellen ons wat de doorstroom is in het gebied, wat de oceaancirculatie doet”, zegt Groeskamp. „Als je ze weghaalt, wordt je meetreeks minder compleet. Als we de AMOC niet meer kunnen meten, merken we pas dat hij verzwakt als het hier opeens veel kouder wordt. Dan ben je te laat.”

OceanEye

Wat Groeskamp betreft, zou de Europese Unie op dit gebied een grotere rol moeten oppakken. Dat blijken ze in Brussel ook te vinden: woensdagmiddag kondigde de Europese Commissie aan dat de EU in totaal 92 miljoen euro uittrekt om te investeren in oceaanobservaties. Met dit programma, dat de naam OceanEye krijgt, wil de EU zich naar eigen zeggen positioneren als „toonaangevende leverancier van oceaaninformatie”.

Bij de presentatie van het initiatief zei Costas Kadis, Europees Commissaris voor Visserijen en Oceanen, dat de investering „noodzakelijk” is, nu de VS hun systemen voor oceaanmonitoring ontmantelen. Kadis: „We zien dat de Amerikaanse regering niet langer interesse heeft in deze activiteiten. Daardoor ontstaat er een gat. Met dit initiatief zullen we proberen dit gat gedeeltelijk te dichten.”

Het initiatief is „een geweldige stap in de goede richting”, zegt Groeskamp. „Ik kijk er vol verwachting naar uit, maar ze moeten het nog wel praktisch waar maken. De genoemde bedragen zijn nog niet genoeg, en het is afwachten hoeveel van het geld daadwerkelijk aan observaties wordt besteed – en niet aan randverschijnselen.”

Ook Eurocommissaris Kadis erkende woensdag dat de EU „niet alle gaten kan dichten”. Daarom zoekt de EU volgens hem de samenwerking op met niet-EU-landen en „andere partners, zoals filantropische instellingen en particuliere organisaties”. Of met het Europese geld ook de Amerikaanse meetinstrumenten van het OOI kunnen worden gered, zal nog moeten blijken.

Klimaatverandering

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next