Westelijke Jordaanoever Een groepje Israëlische vrienden brengt wekelijks geld en spullen naar de Palestijnse inwoners van Masafer Yatta op de bezette Westelijke Jordaanoever. Ze verafschuwen de radicale kolonisten, die steeds meer land claimen. „Ze willen de Palestijnen weg hebben en het land voor zichzelf.”
Een Palestijnse vrouw hoedt schapen in de regio Masafer Yatta op de Westelijke Jordaanoever.
Op een parkeerplaats aan de rand van het Israëlische dorp Meitar, tegen de zuidelijke grens van de bezette Westelijke Jordaanoever, wacht Asi Shoham (57) in zijn zilvergrijze terreinwagen. In de achterbak liggen plastic tasjes gevuld met rijst, macaroni, bakolie en koekjes, naast flessen cola en zakken met tweedehandskleding.
Asi Shoham in Maghayir al‑Abeed met een Palestijnse bewoner.
Eyal Shani in At-Tuwani.
Daar is Eyal Shani (59) met zijn witte pick-uptruck. Uit de laadbak haalt hij een stuk of tien jerrycans met diesel. Samen proppen ze die in de achterbak van de terreinwagen. Dan rijden de twee Israëlische mannen richting de regio Masafer Yatta, een cluster van Palestijnse dorpen in de zuidpunt van de bezette Westelijke Jordaanoever. De mannen maken deel uit van een groep van ongeveer tien vrienden, waarvan er wekelijks twee of drie naar de regio gaan, om hun band met de Palestijnse inwoners te onderhouden en te helpen als ze kunnen.
Deze dorpen, legt Shoham onderweg uit, liggen in militair oefengebied, aangewezen door Israël in de jaren tachtig. Sindsdien worden de Palestijnse bewoners er getreiterd door radicale kolonisten, ze zouden de legeroefeningen in de weg zitten. De Palestijnen vochten het juridisch aan, uiteindelijk verklaarde de hoogste Israëlische rechter het militaire gebied in 2022 rechtmatig. Na de Hamas-aanval op 7 oktober 2023 werd het geweld van kolonisten, gesteund door het leger en de politie, op de gehele bezette Westelijke Jordaanoever extremer.
Israëliërs mogen niet in deze ‘schietzone 918’ komen. Belachelijk, vinden Shoham en Shani, ondanks de rechterlijke beslissing. „Het is Palestijns land.” Onderling hebben zij afgesproken dat ze doen alsof ze van niets weten als ze worden tegengehouden door het Israëlische leger of de politie. Dan keren ze om en proberen ze een andere route of desnoods een andere dag. „Discussie heeft geen zin”, zegt Shoham. „Kolonisten voelen zich gesteund door de regering oppermachtig. En helaas zijn ze dat ook.”
Shoham woont in Jerucham, een stad in de Negev-woestijn. Hij werkt bij een hightech bedrijf. Een goede baan, leuk, maar „gewoon werk”. In 2020 besloot hij om één dag per week iets „met hart en ziel” te doen: sindsdien gaat hij wekelijks naar Masafer Yatta om de inwoners te helpen door geld en spullen te brengen. Maar het belangrijkste is, zegt hij, „dat Israëliërs en Palestijnen elkaar als mensen blijven zien”.
Shani woont in Meitar, zijn vrouw overleed twee jaar geleden, zijn zoons zijn het huis uit. Hij is onder meer docent tai chi, jiu jitsu en mindfullness en gebruikt die vaardigheden om zichzelf en anderen te helpen „de toxische realiteit van het leven in Israël te kunnen dragen”.
Twintig jaar geleden begon hij met de bezoeken aan Masafer Yatta. Eerst via een groep activisten, maar die vond hij al snel te rechtlijnig en compromisloos. Daarna ging hij met een groepje vrienden dat samenwerkt met een enkele Palestijnse mannen uit Masafer Yatta. Hierbij sloot Shoham zich later aan.
De vrienden delen grote zorgen om de koers die hun land is ingeslagen, met name onder premier Benjamin Netanyahu, waarbij samenleven met de Palestijnen onmogelijk wordt gemaakt. Ze verafschuwen de radicale kolonisten. Shoham: „Met een hand op de Bijbel claimen ze alleenrecht op het land waar al eeuwen Palestijnen wonen.”
Shani: „Ze willen de Palestijnen weg hebben en het land voor zichzelf. Misschien staat het niet zwart op wit, maar dat is het doel en ze worden gesteund door het leger en de regering.”
Ze intimideren en provoceren, zegt Shoham. „En ze zijn bewapend. Heel eng. We zien zelfs minderjarigen met een pistool.”
Shani: „Wapens worden uitgedeeld alsof het ijsjes zijn.”
De asfaltweg gaat over in een stoffige stenen weg wanneer de mannen de grens met bezet gebied overgaan. Weer een nieuwe, roept Shani, en trapt op de rem. Op een heuveltje staat een houten geraamte van twee bij twee meter met een lap kunstgras als een tapijtje eronder. Daarnaast een houten schommelbank.
Het is een buitenpost, legt Shoham uit, terwijl hij uitstapt en het houten staketsel vastgrijpt. „Kolonisten kiezen een strategische plek, zetten een bank neer, dan een tent, een schaap, een caravan en een vlag. En dan wonen ze er. Het is tegen de wet, maar ze trekken zich er niets van aan. Het leger grijpt niet in.”
De Israëliërs Asi Shoham (l.) en Eyal Shani (m.) en de Palestijnse activist en tolk Salem Al-Adra (r.) in At-Tuwani.
Buitenposten als deze worden in hoog tempo neergezet. Vooral in ‘C-gebied’, het deel van de Westelijke Jordaanoever dat na de Oslo-akkoorden in 1993 volledig onder Israëlische controle bleef maar geleidelijk zou worden overdragen aan de Palestijnen. In die akkoorden werd bezet gebied verdeeld in drie categorieën: in ‘A-gebied’ hadden de Palestijnen het voor het zeggen, in ‘B-gebied’ ook, maar bleven Israëliërs verantwoordelijk voor de veiligheid. Uiteindelijk, zo was het plan, zou Israël zich uit alle gebieden terugtrekken.
Van de afspraken kwam niets terecht. Israël bouwde in hoog tempo nederzettingen in C-gebied. A-gebied raakte versnipperd, het bestaat tegenwoordig uit enclaves zonder onderlinge verbinding omdat wegen worden geblokkeerd door het leger en kolonisten.
De mannen naderen de regio Masafer Yatta, een waaier van Palestijnse dorpen en gehuchten. Stapvoets rijden ze het dorp At-Tuwani binnen, achter een kudde schapen met hun herder, een jongen van een jaar of tien.
Shoham en Shani begroeten de Palestijnse Salem Al-Adra (30), vriend en vandaag de tolk, en laden het voedsel en de diesel uit. Al-Adra neemt plaats op de achterbank. Dan gaat de reis verder, de voertaal verandert van Hebreeuws in Engels, gemengd met Arabisch.
Het dorp At-Tuwani.
Een Palestijnse vrouw in Khirbat Al Mirkaz in de regio Masafer Yatta.
Al-Adra vertelt hoe kolonisten de enige waterleiding naar Masafer Yatta een paar maanden geleden omleidden naar een buitenpost. „We gebruiken nu het laatste regenwater dat in de winter werd opgevangen. Hoe het verder moet, weet niemand.”
Radicale kolonisten sluiten wegen af, confisqueren stukken land door er botweg een hek omheen te zetten. Al-Adra wijst naar een nieuw hekwerk langs de weg. „Sommige mensen worden depressief”, zegt hij. En hij? Hij haalt zijn schouders op. Hij houdt de moed erin. Dat mannen als Shoham en Shani langskomen, helpt daarbij.
De treiterijen van radicale kolonisten nemen toe, zegt Al-Adra. Hij vertelt hoe zij proberen hun kudde schapen te vermengen met die van een Palestijnse boer. „Daarna zeggen ze dat alle schapen van hen zijn.” Ze gaan huizen binnen met ezels, ze vernielen boomgaarden. „We hebben overal filmpjes van”, roept Shani.
Confrontaties liepen al verschillende keren ellendig af. Begin maart werd een 28-jarige man doodgeschoten door een kolonist in Masafer Yatta, een paar dagen eerder werden twee broers door schoten om het leven gebracht nabij Nablus, meer noordelijk. Sinds 7 oktober 2023 werden ruim duizend Palestijnen gedood op de Westelijke Jordaanoever.
Ook Shoham en Shani krijgen te maken intimidatie van kolonisten. Ze komen zo dicht voor je staan, zegt Shani. Hij houdt zijn geopende hand op vijftien centimeter van zijn gezicht. „Ik moet me enorm inhouden niet agressief te reageren”, zegt hij. „Ze willen de boel laten escaleren. Dan bellen ze het leger of de politie.”
Onlangs werd hun auto tegengehouden door soldaten bij een controlepost, ze namen Al-Adra mee. „We hebben enorme stennis geschopt”, zegt Shani. „Ze hebben hem na een paar uur vrijgelaten.” Door hun aanwezigheid kwam Al-Adra er zonder kleerscheuren vanaf, vermoeden Shoham en Shani. Het geeft ze het gevoel íets te kunnen betekenen. Als de spanning in een dorp toeneemt, overnachten zij bij de Palestijnse families.
In het rotsige landschap doemt Fachit op, een klein dorp. Een paar mannen lopen de auto tegemoet. Ze laten het schooltje, een klein stenen gebouwtje, zien dat opgeknapt moet worden. Ze willen ramen, bankjes voor de kinderen en een schoolbord plaatsen. Shani en Shoham gaan kijken of ze daar geld voor kunnen inzamelen.
Op de grond liggen drie matrassen met slaapzakken. Drie jonge Italiaanse activisten vertoeven enkele weken in het dorp. „Er bivakkeren vaker activistische jongeren uit Europa een paar weken tot soms een paar maanden in een van de dorpen”, zegt Al-Adra. Hun aanwezigheid heeft hetzelfde effect als dat van de Israëliërs. „Ze vormen een buffer door er eenvoudigweg te zijn.”
Drie kwartier later vertrekken de drie mannen naar het dorp A-Sfay. Bewoner Fadl Awad (39) zat vijf dagen vast en is net vrijgelaten. Ze willen weten hoe het met hem gaat. De auto stuitert over de steeds hobbeligere weg. Zonder terreinwagen is deze weg niet te doen, zegt Shoham.
Ondanks het warme weer draagt Awad een bruine lange jas en een zwarte muts. Na het uitladen van de diesel en het voedsel gaan ze in een kring op plastic stoelen zitten. Kinderen, die van een afstandje nieuwsgierig hebben staan toekijken, komen dichterbij. Ook enkele vrouwen komen erbij zitten. Awads twee jongste dochters zitten naast zijn voeten op de grond, ieder een arm om zijn been geslagen.
Awad vertelt over een cel met een metalen vloer en zonder ramen, zonder matras of deken, die hij deelde met twaalf anderen. Tien minuten per dag voor toilet én douche. Ontbijt en lunch waren een sneetje brood en een ei. Elke ochtend moest iedereen op de knieën zitten, hun voorhoofd op de grond leggen en hun handen op hun hoofd wanneer de bewaarders de cel kwamen inspecteren. „De vijf dagen voelden als vijf jaar.”
Het laatste dorp dat Shoham, Shani en Al-Adra bezoeken is Maghayir al‑Abeed, een verzameling grotwoningen, waarin al generaties lang families wonen. Kayed Ouwha, een van de oudere mannen in het dorp, verwelkomt hen. De gasten trekken hun schoenen uit en stappen op de tapijten in een ruimte zo groot als twee keer een doorsnee woonkamer. Langs de rotswanden liggen kussens die dienen als bank. In een hoekje slaapt een jongetje.
Een bewoner van een grotwoning in Maghayir al-Abeed.
Een Palestijnse schapenhoeder in Maghayir al-Abeed.
Olijfbomen die door kolonisten zijn omgehakt in Maghayir al-Abeed.
In de grotwoningen in Maghayir al-Abeed wonen al generaties lang mensen.
Een jongen komt binnenrennen. „Ze komen!”, roept hij.
Iedereen gaat naar buiten, ook de vrouwen die in de keuken bezig zijn met het bereiden van een maaltijd. Het is een haast Bijbels tafereel: twee kolonisten, een man op een ezel en een vrouw ernaast, lopen door het dorp. Ze kijken niet op of om. De dorpsbewoners kijken zwijgend toe.
Dit keer zijn het er twee, soms zijn ze met meer, zegt Ouwha. „Ook wanneer ze niets doen, vinden we het eng. We vertrouwen elkaar niet.” Zijn vrouw en dochters brengen een schaal met kip, groenten en rijst. Iedereen eet, zittend op kussentjes rond de schaal. Buiten valt de schemer over de vallei. Zonder kolonisten, verzucht de dorpsoudste, „is dit een heerlijke plek om te wonen”. Na het eten brengen Shoham en Shani Al-Adra in het donker terug naar huis.
Een man in Khirbat Al Mirkaz heeft kleren gekregen van een vredesorganisatie.
Palestijnen in Chalawa in de regio Masafer Yatta.
De verharding in de Israëlische samenleving is onmiskenbaar, zeggen de mannen op de terugweg naar het Israëlische dorp Meitar. Toch voelen ze zich niet alleen. Er zijn meer Israëliërs die geloven dat vreedzaam samenleven met Palestijnen mogelijk is. Het klopt, zeggen ze, dat zij zich weinig laten horen. „Ze zijn moe”, verklaart Shani. „En veel goede mensen vertrokken naar het buitenland.”
Onderweg passeren ze het Palestijnse dorp Um Al Kher, met daarnaast een buitenpost, bestaande uit een aantal caravans. Er liggen rotsblokken op de weg. Shoham en Shani stappen uit de auto om ze weg te rollen. Van een afstandje joelen Joodse kinderen van de buitenpost. „Ga weg!”, roepen ze. „Ga naar huis!”
„Ik bén thuis!”, roept Shani terug.