Golf De 37-jarige Darius van Driel is dit seizoen de beste Nederlandse golfer op de Europese Tour. Deze week speelt hij het jaarlijkse KLM Open. Hoe lukt het hem om zich elk jaar te verbeteren?
Darius van Driel
Darius van Driel en Joost Luiten willen allebei zondag hun thuistoernooi winnen. Dat zou voor Luiten de derde keer zijn, voor Van Driel de eerste keer. Ze zijn met afstand de beste golfers van Nederland en een onderlinge strijd ligt voor de hand. Maar zelf voelen ze die rivaliteit niet. Als in het buitenland spelen, eten ze vaak met elkaar. Dat Van Driel de laatste maanden meestal hoger op de wereldranglijst staat en ook hoger op de ranglijst van de Europese Tour, is geen onderwerp van gesprek. „We kijken pas naar elkaars plek op de wereldranglijst als we weer in de buurt van de top-100 komen”, vertelt Van Driel tijdens een oefendag in Antwerpen. Beide spelers staan nu nog buiten de top-200.
Het ervaren duo is precies op tijd in vorm voor het KLM Open, dat deze donderdag begint op The International vlak bij Amsterdam. Van Driel, net 37 geworden, eindigde twee weken geleden als dertiende in Antwerpen. Luiten (40) werd dit weekeinde zevende in Oostenrijk. Hij is de bekendste van de twee met zes toernooizeges op de DP World Tour, ook wel de ‘Europese Tour’ genoemd – Luiten verdiende al zo’n 15 miljoen euro aan prijzengeld. Van Driel kan daar één zege tegenover zetten, in 2024 in Kenia, en 3 miljoen euro aan prijzengeld.
Van Driel is opgegroeid in Leidschendam en Den Haag en is relatief laat doorgebroken. Hij zat altijd in de jeugdselecties van de golffederatie, maar maakte ook zijn studie economie en sportmarketing af en werkte een half jaar voor Nike. Hij wilde het daarna toch nog proberen als prof, speelde alle kleinere tours en kwalificeerde zich op zijn dertigste voor de Europese Tour. Twee jaar geleden won hij zijn eerste grote toernooi – en kreeg daarmee de rust dat hij de twee volgende seizoenen zijn speelrecht zou behouden. Hij kon zijn ‘kaart’ niet meer kwijtraken, zoals hem eind 2023 nog was overkomen.
Een gesprek over het permanent zoeken naar verbeteringen. Over zijn techniek, zijn mentale kracht, slim spel en materiaal. En over zijn caddie – in de eerste jaren was dat zijn vriendin, daarna nam hij een ‘echte’.
,,Elk jaar analyseer ik met mijn coach waar de ruimte voor verbetering ligt. Dit keer dacht aan de rol van mijn caddie. Ik deed altijd alles zelf, als amateur, maar ook de eerste jaren als professional. In 2019 speelde ik hier in Antwerpen met een speler die voor het eerst een echte caddie had. Hij liet zijn caddie de afstand meten, de club kiezen, het schot bepalen en sloeg daarna zijn bal tien meter te kort. Hij keek toen boos naar zijn caddie: hoe kan je me nou deze club laten slaan?
Dat ga ik dus nooit zo doen, dacht ik. Maar in onze Tour moet je agressief spelen. Als je elke week 40ste wordt, verdien je niet genoeg. Je moet een paar keer de top-10 of top-5 halen. De afgelopen jaren had ik een ervaren Schotse caddie. Heel soms vroeg ik hem advies. Hij koos dan altijd voor een voorzichtige, verdedigende bal. Ik kwam wel op de green, maar ver van de vlag en moest nog hard werken om een par te maken.
Dit seizoen heb ik een nieuwe caddie, een Nederlander met al zestien jaar ervaring, René Smorenberg. Dat werkt heel goed. Zo lag mijn bal eens op 151 meter van de hole, er was een heel klein beetje wind mee. Achter de vlag was nog twee tot drie meter ruimte en daarna zou de bal ver naar beneden rollen.
Ik stelde een negen voor, maar hij zei dat ik de acht moest pakken omdat ik daarmee verder sla. De bal landde op anderhalve meter van de vlag en ik maakte een birdie.”
Van Driel deed vroeger alles zelf, nu werkt hij samen met een caddy
,,Daar ben ik heel nuchter in. Druk is wat je jezelf oplegt. Waar andere spelers problemen zien, bijvoorbeeld het water links van de fairway, denk ik gewoon: daar ligt de fairway, daar moet ik naartoe. Als je strategisch nadenkt, kun je de meeste mentale problemen uitsluiten.
Ik weet dat ik met een ijzer-8 op 146 meter sla, dan heb ik nog vijf meter tot de vlag en nog twee meter voordat de bal wegrolt. Ik heb nog zeven meter speling. Dus kan ik de bal gewoon vol doorslaan zonder spanning. Dat is mijn kracht, dat ik heel precies mijn afstanden kan slaan.”
„Op de kortere par-5 holes liggen birdie-kansen. Veel long-hitters slaan hun tweede bal blind naar de green. Ze nemen risico en kunnen dan de green aan de verkeerde kant missen. Ik denk strategisch en zorg dat ik na mijn tweede slag altijd aan de goede kant van de vlag lig. Als ik dan mijn chip dicht bij de vlag sla, heb ik goede kansen op een birdie. Als zij in vier dagen één eagle maken en drie keer par, en ik vier birdies, speel ik op die hole twee slagen beter.”
,,Golf heeft geen off-season, waardoor je eigenlijk nooit tijd hebt om langdurig aan iets te werken; je swing aanpassen kost tijd. Maar omdat ik in 2024 een toernooi had gewonnen, kon ik daarna wel dingen proberen. 2025 was een testjaar. Als ik met mijn coach op de driving-range aan iets werk waardoor ik nog beter rechtdoor sla, maar het lukt de week daarna niet om het in de baan te laten zien, dan moet ik keuzes maken: ga ik door met wat ik aan het doen ben of ga ik weer terug naar wat ik deed.”
Ik weet dat ik, met de swing die ik nu heb, een toernooi kan winnen.”
„Natuurlijk is het indrukwekkend hoe sommige jongens hun ballen slaan. Maar ik hou van een gevecht van man tegen man. Meer dan 60 procent van mijn drives komen op de fairway, en mijn missers zijn meestal niet ver mis. In totaal zijn misschien wel 80 procent van mijn afslagen goed, terwijl de long-hitters vaak in het hoge gras terechtkomen en dan een probleem hebben. Zo los ik dat op.”
”
,,