De Verenigde Staten dreigen nieuwe importheffingen in te voeren op producten uit zestig economieën, waaronder de Europese Unie, Canada, het Verenigd Koninkrijk en China. Volgens de VS doen die landen te weinig om producten die mogelijk met dwangarbeid zijn gemaakt buiten de deur te houden.
Landen die onvoldoende optreden tegen dwangarbeid zorgen voor oneerlijke concurrentie voor Amerikaanse bedrijven en werknemers, zegt de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Jamieson Greer.
Voor de EU en onder meer Canada zou een extra heffing van 10 procent gaan gelden. Voor landen als China, India, Australië wordt een tarief van 12,5 procent voorgesteld.
De nieuwe tarieven gelden niet voor alle producten: farmaceutische producten, energieproducten, zeldzame aardmetalen, bepaalde chemicaliën en vliegtuigonderdelen worden uitgezonderd.
Eerder dit jaar werden belangrijke onderdelen van het tariefbeleid van Donald Trump teruggedraaid door rechters. Volgens de rechtbanken bood de noodwet waarop de Amerikaanse president zich beriep geen juridische basis. De nieuwe plannen lijken een poging om via een andere weg alsnog hogere invoertarieven mogelijk te maken.
Vanuit Europa klinkt kritiek. De voorzitter van de handelscommissie van het Europees Parlement noemt de Amerikaanse plannen "onaanvaardbaar." Volgens hem heeft de EU juist strenge regels ingevoerd om producten die met dwangarbeid zijn gemaakt van de Europese markt te weren.
Een woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken laat ook weten niet blij te zijn met de voorgestelde tarieven. Het land ligt al jaren onder vuur vanwege beschuldigingen van dwangarbeid.
De tarieven gaan niet direct in. Bedrijven, overheden en andere belanghebbenden kunnen tot 6 juli bezwaar maken. Op 7 juli volgt een openbare hoorzitting. Daarna besluit de VS of de heffingen daadwerkelijk worden ingevoerd.
Source: Nu.nl economisch