Voetbalfilms en -series Goede voetbalfilms gaan zelden over voetbal. De sport is een vehikel voor verhalen over emancipatie, rouwverwerking, wederopbouw… Het spel zelf is bijna nooit te zien. De serie ‘Brasil ’70’, een van de talloze voetbalfilms en -series die voor het WK uitkomen, waagt het erop – met verrassend resultaat.
Bruno Mazzeo als trainer Mário Zagallo in ‘Brasil ’70, A Saga do Tri’.
Zou het zo zijn? Groeit in de aanloop naar een WK de belangstelling voor voetbalseries, documentaires en films? Tv-producenten denken klaarblijkelijk van wel. In de afgelopen weken is het aanbod tot duizelingwekkende hoogtes gestegen.
Le Bus: Les Bleus en grève. Regie: Christophe Astruc enJérôme Fritel. Lengte: 81 minuten.
Te zien op Netflix.
Streamingdienst Netflix is koploper, met nieuwe films en series over voetballers Vinnie Jones, Emiliano Martínez (met animatie!), James Rodríguez (driedelig maar liefst), Ronaldinho en Jamie Vardy.
Brasil 70, A Saga do Tri. Van: Rafael DornellasNaná Xavier. Met: Gui Ferraz, Rodrigo Santoro, Fernando Bittencourt. 5 afleveringen van circa een uur.
Te zien op Netflix.
Dit zijn documentaires. Ze zijn onderhoudend, op hun best. Als tijdelijke fix voor de verslaafde voetballiefhebber liggen ze in zekere zin in het verlengde van de niet aflatende stroom dagelijkse voetbalnieuwtjes, die in Nederland wordt verstrekt door sites als Voetbalzone, FCUpdate, VoetbalPrimeur en meer. Clickbait.
Net als bij showbizz bevredigen deze nieuwtjes nooit werkelijk, omdat ze zelden voorbij het roddelstadium komen. Niet voor niets is voetbalnieuws weleens spottend omschreven als „soap voor mannen”: een doorlopend verhaal over ruzies, transfers en kleedkamerintriges – waarbij zij opgemerkt (net op tijd) dat ook steeds meer vrouwen hier vatbaar voor zijn. Recent voorbeeld? Het bericht dat de Uruguayaanse voetballer Valverde begin mei in het ziekenhuis belandde na een tweede vechtpartij met zijn Franse teamgenoot Tchouaméni. Klik. Wereldwijd goed voor duizenden berichten.
Onder die nieuwe documentaires ook talloze reconstructies van WK’s. Neem USA 94; Brazil’s Return to Glory (Netflix) en afgelopen zondag uitgezonden: WK ’94; er moest ook nog gevoetbald worden (NTR). De sterkste is Le Bus: Les Bleus en grève (Netflix). Het reconstrueert de gebeurtenissen die leidden tot de staking van het Franse team tijdens het WK van 2010 in Zuid-Afrika. Bondscoach Raymond Domenech verloor de grip op zijn team met tamelijk idioot en narcistisch gedrag, maar wist het falen van dat team handig in de schoenen van de spelers te schuiven.
Le Bus is zo fascinerend dankzij de volledige medewerking van enkele hoofdrolspelers. Opvallend genoeg is die medewerking geen absolute voorwaarde voor sterke voetbaldocumentaires. De mooiste deden het nagenoeg zonder, zoals The Two Escobars (2010). Een van hen is de Colombiaan die tien dagen na zijn doelpunt in eigen goal, op het WK van 1994, door een landgenoot werd doodgeschoten. De andere Escobar is de drugsbaron waar spelers vlak voor het toernooi nog op bezoek gingen.
Bij voetbalfilms ligt het interessantste genre voorbij de documentaire, net vóór de vrije verbeelding van de speelfilm: docudrama’s „gebaseerd op werkelijke gebeurtenissen”. Daarvan verschenen er recent ook een paar.
Zoals Saipan, een Iers-Engelse productie waarin de ruzie centraal staat, op het WK van 2002, tussen aanvoerder en bondscoach van het Ierse elftal, Roy Keane en Mick McCarthy. In Ierland is de film een hit, ondanks dat spelers menen dat zo’n beetje alles is verzonnen. De scenarist gaf dat toe en kon het niet laten Mart Twain te citeren: „Never let the truth get in the way of a good story”.
Dat is anders bij Brasil ’70, A Saga do Tri, een ambitieus docudrama in vijf delen dat afgelopen vrijdag op Netflix verscheen. Daarin zoeken de Braziliaanse makers het drama dichter bij de feiten, om zo nu en dan uit te schieten in enkele vette klodders verdichting.
In Brazilië is het gesprek begonnen over het waarheidsgehalte. Een van de vragen is of de enkele weken voor het WK ontslagen coach João Saldanha zich inderdaad zo nadrukkelijk met de ploeg bleef bemoeien als in de serie. De man, openlijk communist, werd door het militaire regime aan de kant gezet, ondanks louter overwinningen in de WK-kwalificatiewedstrijden. Toch ging Saldanha naar het WK in Mexico, als tv-commentator.
De serie zet het contrast mooi neer tussen hem, een conflictzoeker, en Pelé, een extreme conflictmijder. De grote ster van Brazilië probeert wanhopig apolitiek te blijven en buigt daardoor ver mee met de wensen van het regime. Te ver, volgens enkele van zijn teamgenoten. Saldanha, als erkend tegenstander van het regime, weet Pelé uiteindelijk de noodzakelijke duw in de rug te geven, in enkele fijne scènes.
Nu moet gezegd dat de dialogen, vooral in de eerste afleveringen, niet meevallen. Houterig en vooral schools; mensen leggen elkaar van alles uit om de kijker bij te praten. Intussen schuwen de makers geen middel om nostalgie op te roepen, met een wel erg gele lens en soms al te nadrukkelijk inzoomen op historische details. Daardoor lijkt Brasil ’70 bij vlagen eerder een kostuumdrama dan een voetbalserie. Tot de wedstijden eraan komen. Al weet je de uitslag al, het lukt de makers daar telkens weer spanning in te leggen. Daarin slagen alleen de beste voetbalfilms.
Pelé (Lucas Agrícola) kijkt naar zijn teamgenoten in de Braziliaanse serie ‘Brasil ’70’.
Die films, de beste voetbalfilms, gaan meestal eigenlijk niet over voetbal. Ze gebruiken de sport als vehikel. Het driedelige The English Game (2020) gebruikt de elitaire oorsprong van de sport om de klassenstrijd in negentiende-eeuws Engeland te laten zien. Speelfilm Offside (2006) gaat over vrouwenonderdrukking in Iran, Bend it Like Beckham (2002) over vrouwenemancipatie in de Indiase subcultuur in het VK en Das Wunder von Bern (2003) gaat meer over Duitse wederopbouw en vaders die terugkeren uit krijgsgevangenschap dan over het WK van 1954. In Oranje (2004) gaat over rouwverwerking.
Het voetbal komt in deze films en series nauwelijks in beeld. Wel in Brasil ’70. En hoe! Totaal anders dan in de liveregistratie van de sport die de kijker gewend is probeert Brasil ’70 allerlei originele dramatische effecten in de wedstrijdbeelden: extreme vertraging, aanzwellend engelengezang, schoenen die half verdwijnen in de iconisch geworden Adidas-bal met de zwarte en witte vlakken (op het WK van 1966 werd nog met een bruinleren bal gespeeld).
Auditief komt de spanning van twee commentatoren. Van hen horen we een van de bekendste zinnen uit de Braziliaanse sportgeschiedenis. Na een prachtige actie van Pelé en een even knappe redding van de Britse keeper Gordon Banks: „Vandaag zijn er geen atheïsten meer over in dit stadion.”
Saldanha, een atheïst, stelt Pelé een paar dagen later gerust, in een kerk, met een andere klassieker: „Ik weet weinig van hemelse zaken, maar ze zeggen dat die daarboven een Braziliaan is.” De lichtvoetigheid maakt al dit chauvinisme draaglijk. De wedstrijdbeelden maken de serie bijzonder.
5. Gwiazdy (2017, Jan Kidawa-Blonski)
Beste biopic onder de voetbalfilms, waarin complexe geschiedenis en politiek worden blootgelegd via het leven van voetballer Jan Banaś, als Hans-Dieter geboren in 1943. Gwiazdy (sterren) gaat over diens worsteling met zijn Duitse wortels, als Sileziër, en over de rivaliteit met zijn beste vriend Ginter, op het voetbalveld en in de liefde. Banaś vlucht naar West-Duitsland maar krijgt spijt en keert terug. En zoals in de meeste goede voetbalfilms wordt de strijd buiten het veld geleverd.
Beeld uit ‘Looking for Eric’.
4. Looking for Eric (2009, Ken Loach)
Bij Ken Loach draait het individu zich doorgaans vast in een samenleving die de menselijke maat is kwijtgeraakt. In Looking for Eric niet anders. Gelukkig verschijnt een reddende engel: Eric Cantona. De Franse ster van Manchester United speelt zichzelf, als hallucinatie. Met heerlijke tegelwijsheden recht hij de broze rug van Eric de postbode. Het levert een ontroerende film op, waarin de obsessie met voetbal er meer toe doet dan de sport zelf. En Loach, zelf hartstochtelijk supporter van het laag geklasseerde Bath City FC, doet zijn socialistische principes recht door niet de postbode of de superster de sleutel tot een goede afloop te geven, maar een groep supporters.
Hero (Antonie Kamerling) en Claire (Daphne Deckers) in All Stars.
3. All Stars (1997, Jean van de Velde)
In het achtste elftal van Quick Boys is de fut er beetje uit. Sommigen zijn inmiddels vader, anderen losgeslagen en het is ook nogal wat: ieder weekend weer het veld op om slecht tot matig te voetballen tegen even slechte als matige tegenstanders. Bovendien: hoe groot is de vriendschap eigenlijk nog met wedstrijd 500 in aantocht? Samen met de Nederlandse sterrencast (o.a. Antonie Kamerling, Danny de Munk en Peter Paul Muller) ligt in die vraag de aantrekkingskracht van All Stars. Noem het een vriendenfilm. Of een ‘coming-of-middle-age-film’.
Colin Firth in Fever Pitch
2. Fever Pitch (1997, David Evans)
In Looking for Eric (zie hierboven) wordt het echt uitgesproken: „Je kunt veranderen van vrouw en religie, maar niet van club.” Dat is de centrale gedachte van Fever Pitch, de verfilming van de gelijknamige autobiografie van Nick Hornby, die zelf het filmscript schreef. Het leven van Nick draait van jongs af aan om Arsenal. En als schrijver is hij, als eerste, diep doorgedrongen tot de obsessie met een voetbalclub. Die obsessie, weet hij, is onredelijk: er is veel sublimatie en projectie aan het werk. Voetbalgekte is voer voor psychologen. Maar gelukkig ook voor kunst, met het destijds baanbrekende Fever Pitch bovenaan de lijst.
Pelé aan de bal in ‘Escape to Victory’.
1. Escape to Victory (1981, John Huston)
In een poging Amerika aan het voetballen te krijgen, bracht Hollywood een keur aan geweldige voetballers bijeen. Daaronder: Pelé, Bobby Moore, Osvaldo Ardiles. Deze oorlogsfilm met een bal bevat talloze ingrediënten die garant lijken te staan voor een flop. Neem alleen al Sylvester Stallone als keeper. Toch is Escape to Victory een heerlijke film, mede dankzij het acteerwerk van Michael Caine en Max von Sydow. Het voetbal is, heel dapper, uitgebreid in beeld gebracht: passjes, schijnbewegingen, rushes, zelfs een balletje achter het standbeen – door Pelé natuurlijk. Toegegeven, de strapatsen van Stallone zijn tenenkrommend, maar zelfs die doen ertoe: ze bezorgden de film een cultstatus.