Drugs op festivals Nu het festivalseizoen van start gaat, begint ook de drukte bij de testlocaties voor drugs. Hoe zien zij het drugsgebruik veranderen? En welke trends signaleren ze? „De dosis van een xtc-pil kan heel erg verschillen.”
Preventiedeskundige Sarah Graman van het Jellinek test een pil.
Uit een zwarte archiefkast pakt Sarah Graman een plastic zakje met speed. Met felroze latex handschoenen tikt ze het witte poeder onder de scanner. Een FTIR-spectrometer om precies te zijn, die met infrarood kijkt hoe het licht en stoffen met elkaar ‘praten’ om vast te stellen of het witte poeder daadwerkelijk is wat het pretendeert te zijn.
Kijk, „duidelijk amfetamine”, zegt Graman, preventiedeskundige bij de instelling voor verslavingszorg Jellinek, met een blik op de computer waar een grafiek verschijnt: speed dus.
De manier waarop Nederlanders hun drugs kunnen testen is uniek. Geen ander land heeft, met 34 locaties waar je anoniem drugs kan laten testen, zo’n toegankelijke service als het Drugs Informatie en Monitoring Systeem (DIMS). Deze testservice is onderdeel van Trimbos, instituut voor mentale gezondheidszorg, die de testlocaties aanstuurt in opdracht van de overheid. Het is erop gericht om individuen te adviseren, maar geeft onderzoekers ook de kans om de drugsmarkt te monitoren, trends te herkennen en waarschuwingen af te geven voor extra gevaarlijke stoffen of hoge doseringen. „In Nederland moet je als producent vrij dom zijn om iets vervuilds op de markt te brengen: je valt hier snel door de mand”, zegt Graman. „Mede dankzij onze monitor.”
Als het festivalseizoen van start gaat – zo rond Koningsdag – piekt de drukte bij de testservice die aanhoudt tot na Amsterdam Dance Event (ADE) in oktober. Jellinek is een van de instanties die meewerkt aan de testservice van Trimbos. Op de festivals zelf mogen dit soort testen al sinds 1999 niet meer uitgevoerd worden. Voor de meeste festivals in Nederland geldt een zero-tolerancebeleid – bezit, handel en het gebruik van zowel soft- als harddrugs (inclusief xtc) zijn officieel verboden.
Een archetype drugsgebruiker dat in haar spreekuur komt is er niet, zegt preventiedeskundige Sarah Graman op de testlocatie in Utrecht. „De hele samenleving komt langs, van studenten tot doorgewinterde gebruikers. Ik zie steeds vaker jonge ouders die nooit hun drugs lieten testen maar het toch maar doen sinds ze een kind hebben, voor de zekerheid.”
We nemen plaats aan de overkant van Gramans bureau. De spreekkamer lijkt sprekend op die van een gemiddelde huisarts, maar in plaats van flyers over hoge bloeddruk en blaasontstekingen, gaan de informatiekaartjes over xtc, mdma en ketamine. Eigenlijk wilden we langskomen tijdens het inloopspreekuur, maar dat stond Trimbos niet toe. Het belangrijkst is om de anonimiteit van de gebruiker te waarborgen, liever dus geen nieuwsgierige journalisten in de wachtkamer.
Ingeleverd drugsmonster
Nooit weet Graman de naam van de persoon die tegenover haar zit. Wel vraagt ze waar de drugs zijn gekocht, wanneer, en voor welke prijs. De meesten komen met een pil in plaats van poeder. Graman kijkt naar de opdruk, het formaat en de kleur en vergelijkt het met alle varianten in hun register. Op haar desktop scrollt ze door een overzicht van „duizenden” pillen, in alle kleuren van de regenboog met alle bedenkbare opdrukken. Van superhelden en automerken tot wereldleiders. „Xtc-pillen met Trump zijn vaak oranje.”
Ongeveer de helft van de pillen matcht met eentje uit de database. In dat geval kan ze gelijk een uitslag geven. Als er net veel nieuwe drugs op de markt zijn gekomen, vaak aan het begin van het festivalseizoen, daalt het naar één op de drie dat direct wordt herkend. Geen match? Dan vertrekt de pil later die week per koerier naar het Trimbos-instituut vanuit waar het naar een laboratorium in Venlo wordt gestuurd. De tester kan een week later opbellen om de uitslag te horen.
„Vaak krijg ik de vraag of ze de pil terugkrijgen”, zegt Graman. „Maar nee, die wordt vernietigd.”
Vorig jaar hebben ruim 17.000 mensen een sample meegebracht naar de testservice, blijkt uit het jaarbericht van DIMS. Ongeveer de helft bestond uit ectasypillen. Gevolgd door mdma-poeder (12 procent), designerdrug 3-MMC (10 procent) en cocaïne (6 procent).
„De gemiddelde sterkte voor een aantal drugs is nu vrij hoog”, licht Laura Smit-Rigter, landelijk coördinator voor het DIMS bij Trimbos telefonisch toe. „In sommige gevallen zelfs hoger dan ooit.” Zo zien ze bij de testlocaties steeds vaker xtc-pillen met een hoog gehalte van de werkzame stof, mdma. Ook het cocaïnegehalte is hoger dan ooit, wat betekent dat er minder versnijdingsmaterialen in zitten. Dat zou kunnen komen door de daling van de inkoopprijs van cocaïne de afgelopen jaren.
Het is een misvatting om te denken: hoe zuiverder, hoe beter, waarschuwt Smit-Rigter. Juist met sterke pillen is het risico op ongewenste effecten groter, omdat ze moeilijk te doseren zijn. „En dat cocaïne zuiver is, betekent niet dat het goed is. Cocaïne blijft een toxische stof met gezondheidsrisico’s.”
In de afgelopen jaren ziet Smit-Rigter dat de drugsmarkt grilliger is geworden: nieuwe middelen komen snel op, en verdwijnen even vlug. Ze maakt zich het meest zorgen over de ontwikkelingen van designerdrugs zoals het populaire 3-MMC. Inmiddels bevat 97 procent van de samples helemaal geen 3-MMC, maar vergelijkbare stoffen zoals 2-MMC of N-ethylpentedrone (NEP), dat hartkloppingen, angstklachten en slapeloze nachten kan veroorzaken. „Je kan eigenlijk nooit denken: nu is de markt stabiel.”
Informatiekaartjes die worden verstrekt aan mensen die komen testen.
Sarah Graman bekijkt de testresultaten.
Het huidige testsysteem in Nederland is terug te voeren naar één man: August de Loor (77), de grondlegger van xtc-testen. In het souterrain van zijn woning in het centrum van Amsterdam wijst De Loor naar een zwartwit foto van zichzelf achter een drukbezochte tafel op een housefeest in de jaren tachtig, waar bezoekers hun drugs konden testen. „Testen bij instanties, dat kwam pas in de jaren negentig op gang.”
Als straathoekwerker kwam De Loor begin jaren zeventig in contact met allerlei soorten drugsgebruikers. Hij verzamelde heroïne-, speed- en cocaïnemonsters als er signalen waren dat er iets mis mee was. Die monsters werden dan in het laboratorium getest. „Door testen staat de consument sterker, en kun je invloed uitoefenen op de markt.”
In 1987 zat er voor het eerst een xtc-pil tussen de ingeleverde drugsmonsters. De Loor voelde al snel aan dat dit meer dan een trend was. „Ik dacht meteen, dit wordt de nieuwe trend in het uitgaan.” De Amsterdammer heeft het overigens liever over ‘xtc-tabletten’. „Pil is zo’n ordinair woord.”
Omdat de tabletten herkenbaar waren bood xtc meer mogelijkheden dan drugs in poedervorm, die altijd individueel getest moest worden. Zonder over het woord te struikelen noemt De Loor de naam van het testsysteem voor xtc dat hij en zijn collega’s ontwikkelden: het ’tablettensneltestdetermineersysteem’, dat de basis is van het huidige testen. „We waren iedere dag open. Maandag ging alles met een tasje naar het lab.” De Loor zorgde ervoor dat hij alle uitslagen voor het weekend had. „Dan had ik op vrijdag ook contact met de meldkamer over wat we hadden aangetroffen, het was een spiekbriefje voor de hulpdiensten.”
De meeste pillen konden door het systeem direct herkend worden en daardoor konden feestvierders ook op de dansvloer terecht met vragen over hun xtc. De organisatoren van de nieuwe housefeesten waren daar in het begin nog huiverig voor. „Ik heb toen alle belangrijke figuren erbij gehaald en gezegd: ‘Geen gelul, je kan het wel ontkennen, maar 110 procent van je bezoekers zit aan de xtc: testen maakt je feesten veiliger’.” Binnen de kortste keren was hij een graag geziene gast op de housefeesten. „Als er een foute pil tussen zat liep ik naar de EHBO om te vertellen wat ze konden verwachten en als het te heet werd binnen liet ik de ramen openzetten.”
In 1992 werden verschillende initiatieven samengevoegd in het DIMS, het huidige monitor-, en testsysteem van Trimbos. Eind jaren negentig werd het drugsbeleid omtrent xtc repressiever. „Ze begonnen xtc aan te pakken vanaf het consumentenniveau en er kwamen undercovers op de dansvloer.” Het betekende het einde van het testen op de dansvloer. „Repressie en preventie gaan niet samen.”
Archieffoto van August de Loor.
Xtc-pillen waar een red alert voor werd uitgegeven vanaf 1988 tot 1999, archief August de Loor
Drugs zullen er altijd zijn, zegt Smit-Rigter, en mensen zullen ze altijd gebruiken. „De testservice draagt niet bij aan het voorkomen van drugsgebruik, maar wel aan het voorkomen van schade van drugsgebruik.”
En dat blijft populair. Zeker tijdens een drukke festivalzomer is er niet genoeg labcapaciteit om alle samples te verwerken. „Het is natuurlijk niet leuk als we mensen ‘nee’ moeten verkopen”, zegt Smit-Rigter. „Maar met de huidige sampleomvang hebben we een representatief beeld van de markt en kunnen we waarschuwen als we extra gevaarlijke stoffen zien.” Daarnaast trekt de testservice toch vooral hoogopgeleide mensen aan die incidenteel drugs gebruiken. „Terwijl extra riskante drugs, zoals crack en heroïne, meer rondgaan onder kwetsbare groepen. Liever zetten we de financiële middelen in om ook hen te bereiken in plaats van méér mensen naar testservice te krijgen.”
De week erop zal preventiedeskundige Graman weer achter de telefoon zitten om mensen te woord te staan die bellen voor de uitslag van hun drugstest. „Als ik dan van een afstandje naar mezelf kijk, moet ik wel lachen”, zegt Graman. „Dat zit je erbij als een callcenter, terwijl ik droogjes uitleg hoe sterk een xtc-pil is.”
Als Trimbos levensgevaarlijke drugs signaleert, geven zij een Red Alert af ter waarschuwing. Vorig jaar is één gestuurd voor namaakoxycodonpillen met nitazenen, synthetische opioïden die dodelijk kunnen zijn. Wil je direct op de hoogte zijn? De Red Alert-app geeft direct een melding en biedt een ‘zwarte lijst’ met extra riskante pillen.