Heruitgave De films van Jean-Luc Godard blijven altijd verrassen, zo ook het nu 65-jarige ‘Une femme est une femme’, de ode aan zijn geliefde Anna Karina die deze week opnieuw in de bioscoop wordt uitgebracht. Alleen zijn blik op vrouwen is aan herziening toe.
Angéla (Anna Karina) en Alfred (Jean-Paul Belmondo) in ‘Une femme est une femme’.
Une femme est une femme. Regie: Jean-Luc Godard. Met: Anna Karina, Jean-Claude Brialy, Jean-Paul Belmondo. Lengte: 85 minuten.
Te zien in de bioscoop.
Een vrouw is een vrouw. Jaja. Zo makkelijk is het nu niet en zo makkelijk was het begin jaren zestig ook niet, toen de Franse filmmaker Jean-Luc Godard (1930-2022) de film die zo heette in de bioscoop uitbracht: Une femme est une femme. Godard was de avantgardistische, ongrijpbare duvelstoejager van de nouvelle vague die de filmwereld voor altijd zou veranderen.
Wat hij niet was: een plottenbakker of groot psycholoog. Het uitgangspunt van Une femme est une femme is overzichtelijk. Stripteuse Angéla wil graag een kind, maar Émile, de man met wie ze samenleeft, wil dat niet. Dan zegt ze, misschien voor de grap, dat ze het wel aan zijn beste vriend Alfred zal vragen. Angéla is zowel een pruilmeisje als een onafhankelijke en onconventionele vrouw. Wat bij Godard echter altijd verbluffender is dan de verhalen die hij vertelt, is de manier waarop hij dat doet. Veel van zijn films zijn nog steeds vernieuwender dan wat er nu wordt gemaakt. Alleen is zijn blik op vrouwen aan herziening toe.
Met Une femme est une femme wilde hij een ‘neorealistische musical’ maken. Dat zijn twee bijna niet te verenigen genres. Een mix van sociaal drama en het meest kunstmatige genre wat er is? Hoe dan? Nou: door er veel muziek in te stoppen en die heel kort en abrupt weg te knippen. Door de teksten en handelingen van de acteurs zo ritmisch te regisseren dat het wel dansjes lijken.
Daarnaast bracht hij op documentaire wijze de verveloze straten en passages rondom metrostation Strasbourg-Denis in beeld, destijds een volkse textielwijk. En liet hij op z’n Godards de personages kibbelen en filosoferen en stopte hij tientallen cinefiele grapjes in de film. Zo gaf hij Alfred (gespeeld door Jean-Paul Belmondo, die ook de hoofdrol in zijn debuutfilm À bout de souffle had) de achternaam Lubitsch mee. Naar filmregisseur Ernst Lubitsch natuurlijk, van de mooiste driehoeksfilm aller tijden: Design for Living (1933).
De vrouw die een vrouw is heeft nu de eerbiedwaardige leeftijd van 65 jaar bereikt. Nog niet zo lang geleden had ze dan met pensioen gemogen. Nu zit ze dankzij een digitale restauratie weer fris in de kleuren, is zij nog net zo sprankelend als toen en mag ze opnieuw in de bioscopen. Angéla wordt gespeeld door Anna Karina, met wie Godard nog tijdens de productie trouwde en in totaal acht films zou maken. Die twee hadden een ingewikkelde relatie. Natuurlijk was hij hoteldebotel. Hele scènes bestaan louter uit bewegende foto’s van Karina die schalks kijkt, pruilt, mokt. Ze knipoogt heel vaak de camera in. Maar of ze echt kan ontsnappen aan de male gaze die haar zelfs in dat oogverblindende Eastmancolor-widescreen nog gevangen houdt? Ze is en blijft een object van verlangen dat getemd moet worden.
In veel nouvelle vague-films staan de verschillen tussen mannen en vrouwen centraal in hun werk. Hun makers waren jong, heel erg Frans en heteronormatief, en wilden graag meisjes versieren. De tweede feministische golf was nog niet helemaal begonnen, maar Simone de Beauvoir had wel al in 1949 De tweede sekse gepubliceerd, met daarin de beroemde zin dat je „niet als vrouw geboren, maar tot vrouw gemaakt” wordt.
Personages als Angéla en actrices als Karina werden ook tot vrouw gemaakt. Door de tijdgeest. Door de mannen die door een filmcamera naar ze keken. En lieve hemel, wat hadden die filmmakers van de nouvelle vague het moeilijk met vrouwen! Godard en zijn maatje Truffaut hadden zich eerst als ‘auteurs’ gepositioneerd, van a tot z verantwoordelijk voor het genie van hun films. En vervolgens verzonnen ze de OG manic pixie dream girl, die inmiddels neerbuigende term voor eigenzinnige vrouwelijke personages die mannelijke hoofdpersonen een beetje uit hun schulp helpen. Want film, dat was in hun optiek immers „a girl and a gun”. Dat schuurt.
Daarom kun je hun werk nooit helemaal door een feministische lens bevatten. Het was toen al niet eenduidig en dat is het nog steeds niet. „Tu es infâme”, zegt Émile aan het einde tegen Angéla. „Je bent losbandig.” Nee, antwoordt ze, „je suis une femme.” Godard op z’n allerwoordspeligst. Met de blik van nu denk ik, dat ze er het hare van denkt. Misschien is infaam wel een geuzennaam.