Online comedy Voor veel dertig-minners is comedy vooral iets dat zich online afspeelt. Daar zie je een jonge generatie comedians die je niet vindt in het theater: ‘Op Insta zit wat ouder publiek. Daar kun je nog een grap van veertig seconden opbouwen’
Dokter Bruine Beer, oftewel Toto Mei, heeft ruim driehonderdduizend volgers op TikTok.
Voor veel mensen speelt comedy zich allang niet meer af in theaters of op televisie, maar op hun telefoon. In de trein, op de wc of vlak voor het slapengaan, swipen honderdduizenden mensen langs korte sketches van online makers. Vaak zijn dit zogeheten POV-video’s: point of view-sketches waarin makers typetjes spelen of sociale situaties naspelen. Buiten sociale media zijn hun namen vaak nauwelijks bekend, maar online bereiken ze dagelijks een publiek waar menig theatercabaretier jaloers op zou zijn.
Neem Appie Musa (27), die op TikTok zo’n 1,8 miljoen volgers heeft en absurde, razendsnelle sketches maakt. Of Justin Hoogbergen (26 jaar, 90.000 volgers op Instagram), die video’s maakt over leven met ADHD. Of Toto Mei (24, 328 duizend op TikTok), online beter bekend als Dokter Bruine Beer, die ongemakkelijke sociale situaties uitvergroot. Of Ezra van Hamelen (24, 118 duizend op TikTok), die zijn observaties over menselijk gedrag verpakt in verrassende sketches.
Veel van deze online makers begonnen tijdens de coronaperiode. Lockdowns, een avondklok en veel schermtijd vormden vruchtbare grond voor online comedy. Musa maakte voor zijn doorbraak al jaren filmpjes voor vrienden en familie, zonder beroepsplan: „Zoals sommige mensen voetballen of muziek maken, was dit mijn uitlaatklep.” Urenlang kon hij met een „illegaal edit-appje” spelen. Ezra van Hamelen herkent die vroege drang om te maken. „Video’s maken wás het na school gewoon een beetje voor mij”, vertelt hij. Hij had zeker ook „een drang naar publiek en validatie”, maar vooral vond hij het maakproces leuk: leren editen, leren wat comedy is, leren hoe je een grappige video maakt. Voor veel makers was het eerst een kwestie van lang zelf experimenteren, zonder veel publiek of opleiding.
Een bericht gedeeld door Apson (@appiemussa)
Sociale media democratiseerden comedy: je hoeft niet eerst langs programmeurs, jury’s of redacties. Eén sterke invalshoek kan genoeg zijn. Musa: „Als jij gewoon een goede video maakt, maakt het niet uit hoeveel volgers je hebt. Dan kan het alsnog bij honderdduizenden mensen belanden.”
Wat begon als hobby, is voor alle vier inmiddels werk geworden. Musa stopte in 2023 met zijn baantje bij een callcenter, Hoogbergen brak zijn studie af en ook Mei en Van Hamelen kunnen rondkomen van hun online werk, bijvoorbeeld via gesponsorde video’s. Van Hamelen leverde het bovendien een plek op in het tv-programma van Arjen Lubach.
Tegelijkertijd maakt dat succes de makers afhankelijk van platforms die niemand volledig begrijpt. „Ik denk dat niemand echt weet hoe het algoritme werkt”, zegt Musa. Soms flopte een video, haalde hij hem offline, plaatste hij hem een week later opnieuw en haalde hij alsnog een miljoen kijkers. Toch gelooft hij dat makers zich niet achter het algoritme kunnen verschuilen: „Als jij bijvoorbeeld niet inziet dat de gemiddelde aandachtsspanne aan het verkorten is, en je post elke dag een video van tien minuten op TikTok, moet je misschien eens iets anders proberen.”
Die spanning voelen alle makers. Hoogbergen vertelt hoe hij in het begin obsessief statistieken controleerde: nieuwe volgers, likes, views per uur. Als een video tegenviel, dacht hij: nu is het klaar, niemand gaat me ooit nog kijken. Op een gegeven moment zag hij het algoritme „als de baas”. Hij maakte extreem korte, herkenbare video’s die goed deelbaar waren, maar dacht soms ook: wat is dit eigenlijk een stomme video. Inmiddels probeert hij alleen nog te maken wat hij zelf grappig vindt.
Toto Mei noemt sociale media „soms toxisch”, omdat succes er draait om kijkcijfers. Hij studeert Biomedical Engineering en noemt zichzelf „een dikke nerd uit Twente”, die sociale media er aanvankelijk naast deed. Die tweede wereld helpt hem afstand te houden, zegt hij. Hij probeert zijn personage online van zichzelf gescheiden te houden. Makers die in korte tijd populair worden, gooien volgens hem soms hun hele persoonlijkheid op internet: „Als het dan minder gaat, voelt het gelijk alsof je als persoon minder waard bent.”
Ook praktisch gezien houdt het werk nooit helemaal op. Musa vertelt dat hij ’s nachts om twee uur iets op zijn telefoon kan zien wat hem inspireert voor een video: „Je bent de hele dag bezig met werken en niet werken tegelijkertijd.” Hoogbergen herkent dat. Hij heeft een telefoonkluis: je doet je telefoon erin en hij opent pas weer als de timer is afgelopen. Van Hamelen hanteert een vergelijkbaar hulpmiddel, een apparaatje dat hij moet scannen voordat hij sociale media op kan. „Ik word creatiever van niet te veel zelf op de platforms zitten.”
Een bericht gedeeld door ezra! (@ezravanhamelen)
De vorm van online comedy is volledig aangepast aan het platform. Waar Musa vroeger op Instagram soms video’s van één of twee minuten maakte, noemt hij die lengte voor TikTok nu „een soort documentaire”. Zijn advies: leg een concept zo duidelijk en grappig mogelijk uit in zo min mogelijk tijd. Op TikTok werkt volgens hem vooral de korte, flitsende video. Op Instagram, met een iets ouder publiek, kun je soms nog „een grap van veertig seconden opbouwen”.
Online sketches draaien zelden om lange spanningsbogen, maar om onmiddellijke herkenbaarheid. De kijker moet binnen enkele seconden denken: dit ben ik of dit ken ik. Veel van Mei’s ongemak op beeld komt uit zijn eigen leven. Onzekerheden uit zijn jeugd projecteert hij in sketches over sociale interacties, vrouwen of situaties in het sushi-restaurant van zijn ouders. Ook bij Hoogbergen begint de grap vaak bij persoonlijke ervaring. Hij maakt video’s over tijdblindheid, uitstelgedrag of chaos in het hoofd van iemand met ADHD. Naar de douche lopen, vergeten wat je nodig had, teruglopen, weer iets anders vergeten: vroeger raakte hij dan vooral geïrriteerd van zichzelf, nu ziet hij er materiaal in. Door de absurditeit te laten zien, wil hij ADHD luchtiger maken én herkenning bieden.
Voor Van Hamelen begint een sketch met een observatie, maar is herkenbaarheid alleen niet genoeg: „Ik wil een observatie matchen met een verrassende vorm.” Veel online content blijft volgens hem steken in alleen de observatie: iemand praat in de camera over iets herkenbaars. Interessanter wordt het wanneer er dubbelzinnigheid ontstaat. In een video over Adam en Eva ná de zondeval plakte hij hedendaagse relatieproblemen op een bijbels verhaal. In een andere personifieerde hij een boek dat je meeneemt op vakantie en nooit leest. De grap ontstaat in de spanning tussen vorm en observatie. Daarbij probeert hij typetjes niet alleen belachelijk te maken: „Online typetjes hebben vaak een normerend element: je ziet wat de maker van een bepaald soort mens vindt. Soms vind ik dat te makkelijk.”
Achter de ogenschijnlijk achteloze filmpjes gaat vaak veel werk schuil. Hoogbergen schrijft zijn sketches volledig uit. Van Hamelen kan maanden een observatie bewaren voordat hij de juiste vorm vindt. Musa schrijft juist weinig uit, maar improviseert veel. ”Hoe ik dat doe: supervaag doen, superraar, waardoor mensen denken: deze gast is crazy.”
Toch worden de makers niet altijd serieus genomen. Soms worden ze influencers genoemd, een woord waar ze alle vier een hekel aan hebben. Van Hamelen noemt het tegenwoordig populaire ‘content creator’ een neutralere en daarmee betere term. Musa noemt zichzelf het liefst comedian: „Sommige mensen zeggen dan tegen me: je bent pas comedian als je theater doet. Oké bro, maak er dan maar internetcomedian van.”
Een bericht gedeeld door Toto (@dokterbruinebeer)
Serieus genomen worden gaat niet alleen over artistieke status, maar ook over commercie. Mei begrijpt ergens wel dat mensen soms denigrerend doen over online makers als „luie mensen”. „Het is bizar hoeveel geld je kan verdienen met soms hele simpele dingen.” Betaalde video’s voor bedrijven, of een betaalde verschijning bij een evenement leveren soms „gewoon al een maandsalaris” op. Belachelijk, vindt hij, maar hij zegt er „natuurlijk ja tegen”.
Tegelijkertijd ziet hij het als een kwetsbare positie: „Het is moeilijk om in die positie te komen én er te blijven.” Je moet steeds nieuwe ideeën vinden, grappig en relevant blijven, legt hij uit. Over hun toekomst spreken de makers met enige onzekerheid. De meesten zien de huidige sociale media als tussenfase. Musa droomt van een eigen sketchserie op een streamingsdienst, zoals zijn held Dave Chappelle heeft met Chappelle’s Show. Hoogbergen wil ooit theater maken en lespakketten ontwikkelen over ADHD. Van Hamelen schrijft steeds vaker langere scripts. Hij voelt weleens weerstand tegen de eindeloze stroom korte content en tegen de afhankelijkheid van Amerikaanse Big Tech-platforms: „Het voelt soms alsof we met z’n allen snakken naar iets langers, iets beters, iets met meer inhoud, iets Nederlands.”
Daarin zit een paradox. Financieel is korte online content juist nu interessant. Het grote geld van bedrijven, in de vorm van gesponsorde video’s, kwam volgens Van Hamelen pas de afgelopen jaren goed op gang. Creatief voelt hij tegenwoordig geregeld minder enthousiasme. Views zijn soms een zakelijke eenheid geworden. Om geld te verdienen werken de makers incidenteel samen met bedrijven en merken in de vorm van video’s in opdracht, waarbij afspraken worden gemaakt over zogenaamde KPI’s, aantallen views die gehaald moeten worden. Blijft een video daaronder, dan kan de maker dat compenseren met extra content of betaalde boosts, legt Mei uit. Bij zo’n boost wordt geld betaald aan het platform, zodat meer mensen de video te zien krijgen. Ook makers zelf gebruiken elkaar strategisch: samenwerkingen werken als een soort „Avengers crossover”, aldus Mei, waarbij je probeert te profiteren van elkaars publiek.
Voorlopig blijft de korte sketch dominant op social media. De platforms zijn erop ingericht, de makers beheersen de taal, en het publiek kijkt in groten getale. Toch klinken bij alle vier ook twijfels: over verslaving, vluchtigheid, eenvormigheid. Van Hamelen vindt dat online comedy te veel op elkaar is gaan lijken. „Het kan veel diverser zijn dan het nu is.” Soms fantaseert hij er daarom over dat elk land tien jaar geïsoleerd van elkaar aan de gang gaat en daarna terugkomt met eigen vormen: „Dat zou zó verrijkend zijn.”
Een bericht gedeeld door Justin Hoogbergen (@alledagenheeldruk_)