Internationaal Theater Amsterdam De Britse regisseur Rebecca Frecknall (1986) brengt in haar bewerking van Henrik Ibsens ‘Bouwmeester Solness’ zoveel nieuwe thema’s onder – zelfdoding, vrouwelijke ambitie, een traumatische jeugd – dat het stuk eronder bezwijkt.
Marieke Heebink en Eefje Paddenburg in ‘De architect’ door ITA.
De architect door ITA. Naar ‘Bouwmeester Solness’ van Henrik Ibsen. Bewerking en regie: Rebecca Frecknall. Gezien: 31 mei, in Internationaal Theater Amsterdam. Aldaar te zien t/m 14 juni. In april 2027 wordt de voorstelling hernomen. Info: ita.nl
Sinds 2025 is de Britse regisseur Rebecca Frecknall (1986) ‘Ibsen Artist in Residence’ bij Internationaal Theater Amsterdam (ITA). Een mooie aanleiding, leek haar, om een keer een stuk van Henrik Ibsen op de planken te brengen. Frecknalls keuze viel op Bouwmeester Solness (1892), een van Ibsens latere stukken, over een succesvolle architect op z’n retour, wiens ego een laatste boost krijgt door zijn affaire met Hilda, een meisje van nog niet half zijn leeftijd. Een van de redenen dat de zestiger zo vatbaar is voor Hilda’s avances, is dat de relatie met zijn echtgenote in de loop der tijd behoorlijk bekoeld is geraakt. Dat heeft een tragische oorzaak: jaren geleden stierven hun tweelingzoontjes, nog maar een paar weken oud. Allebei rekenen ze zichzelf deze tragedie aan; een schuldgevoel zo onverteerbaar dat ze elkaar in hun rouw nooit hebben kunnen steunen.
De midlifecrisis van de architect, waar veel regisseurs in hun enscenering van het stuk op focussen, interesseert Frecknall niet zo, zegt ze in een interview voor ITA. Liever richt ze zich op de onverwerkte pijn van het echtpaar: „ik lees [Bouwmeester Solness] vooral als een verhaal over rouw die nergens heen kan en zich daarom op destructieve manieren uit.”
Maar dat is lang niet alles wat Frecknall in haar bewerking van het stuk heeft willen onderbrengen. Zo kiest ze ervoor van het titelpersonage Solness een vrouw genaamd Sela te maken, en via haar te onderzoeken „welke offers er gevraagd worden van vrouwen die ‘het hoogste’ nastreven in een door mannen gedomineerd veld”. De jonge maîtresse Hilda (hier: Hilde) krijgt van Frecknall een droevig achtergrondverhaal: een vader met een agressieprobleem en een moeder die ervandoor ging – dit om Hildes obsessie voor de veel oudere Sela (een rol van Marieke Heebink) te verklaren. Ook verandert Frecknall de gestorven tweelingbaby’s in één zestienjarige zoon, die om onbekende redenen zijn eigen leven beëindigde. Die zelfdoding wordt dan weer gekoppeld aan Goethes ballade Erlkönig en vervolgens ook nog aan een feministische hervertelling ervan door Angela Carter. Intussen blijft ze in die zin trouw aan Ibsen dat ze ook nog wil tonen hoe Sela zich vastklampt aan haar machtspositie, uit angst van de troon gestoten te worden door de jongere generatie.
De voorstelling begint met een paar heerlijke scènes, waaruit Frecknalls grote talent voor acteursregie spreekt. De plagerige dynamiek tussen leerling-architect Gideon (Sanne den Hartogh) en zijn verloofde Katelyn (Ilke Paddenburg) bijvoorbeeld, en ook het avondje dat Sela (Marieke Heebink), haar vrouw Aline (Janni Goslinga) en huisvriend Herdal (Eelco Smits) samen doorbrengen wordt gespeeld met een aanstekelijk-vrolijke losheid, die je meteen overtuigt van hun jarenlange vriendschap.
Maar vanaf het moment dat de wereldvreemde Hilde (Eefje Paddenburg), natgeregend, Sela’s woonkamer binnen slentert, begint het stuk te knarsen in z’n scharnieren. Waar kijken we naar? Wat zien Sela en Hilde in elkaar? Het lukt Paddenburg en Heebink niet de romantische aantrekkingskracht tussen hun personages geloofwaardig tot stand te brengen, waardoor de plotse fysieke uitingen ervan een hoog cringe-gehalte hebben.
Scène uit ‘De architect’.
Heebink krijgt door Frecknall eigenlijk drie verschillende rollen te spelen: die van de ambitieuze, monomane kunstenares (Sela ziet zichzelf meer als kunstenaar dan als architect), die over lijken gaat om haar positie veilig te stellen. Die van de verbitterde moeder, die zichzelf niet kan vergeven voor haar falen in het ouderschap. En die van de door een incestueus geladen verliefdheid verblinde, oudere vrouw. Ze krijgt ze in Sela niet samengevoegd.
Zelfdoding, rouw, de ambitie van een vrouwelijke kunstenaar, moederschap, een fatale verliefdheid, schuldgevoelens, egocentrisme, en dan ook nog die vreemde Elfenkoning, die maar niet werkelijk deel van het stuk wil worden – het is allemaal nogal veel. De geestdrift en ambitie waarmee Frecknall zich in het materiaal ingroef is voelbaar, wat deze enscenering wat mij betreft, hoezeer die ook ontspoort, spannender en interessanter maakt dan haar sleetse A Streetcar named Desire, eerder dit jaar. Maar in haar enthousiasme voegt Frecknall zoveel nieuwe thema’s en zijlijnen aan Ibsens klassieker toe, dat de voorstelling er gaandeweg, piepend en krakend, onder bezwijkt.