Home

Oud OMT-lid Kluytmans: adviesorgaan bij volgende crisis anders inrichten. ‘Je zag het misgaan’

Microbioloog en voormalig OMT-lid Jan Kluytmans: „Het waren de moeilijkste weken van mijn leven. Je zag het misgaan, het was één minuut voor twaalf.”

De rol en de structuur van het adviesorgaan Outbreak Management Team (OMT) moet bij een volgende langdurige crisis op een andere manier worden ingericht. Dan moeten bijvoorbeeld economische, maatschappelijke en sociale effecten van de coronamaatregelen beter worden meegenomen. Dat zei hoogleraar microbiologie Jan Kluytmans deze ochtend tijdens de tweede dag van de openbare verhoren van de parlementaire enquête corona. Kluytmans werkte tijdens de coronacrisis in het Amphia-ziekenhuis in Breda en was OMT-lid. „De structuur begon te knellen.”

Het OMT is bedoeld voor acute crisisbestrijding, zei Kluytmans, niet voor de coronacrisis „die zó lang duurde en zó complex was”. „Dan is er meer behoefte aan een lange- en middellange termijnstrategie en het denken in scenario’s in plaats van al die losse vragen van het kabinet beantwoorden.” Hij wees erop dat binnen het OMT heel lang met dezelfde mensen werd gewerkt, „zonder nieuwe inzichten en nieuwe input”. Ook de vermoeidheid sloeg toe. „Iedereen deed dit vrijwillig, naast een gewone veertigurige baan. We hebben lang onder hoogspanning gewerkt.”

Nauwelijks kennis over neveneffecten

Economische en sociale standpunten werden nauwelijks betrokken in de adviezen, vertelde Kluytmans. Het OMT had nauwelijks kennis over neveneffecten, zei Kluytmans, alleen „zijdelings. Het werd door het kabinet ook niet aan ons gevraagd”. Gedragswetenschappers waren weliswaar betrokken, maar „heel beperkt”. Kinderartsen konden enigszins uitleg geven over gevolgen voor kinderen, ook haalde het OMT informatie daarover „uit onze eigen ervaring”. Er is volgens Kluytmans binnen het OMT wel gesuggereerd „breder te adviseren dan alleen medisch maar toen was het idee: ‘het is al zo complex’”. Wat meespeelt, zei hij: kwantitatieve data is voor beleidsmakers veel makkelijker dan hoeveel eenzaamheid er is bij jongeren; vind daar maar eens data voor.”

Kluytmans vertelde ook dat in die eerste weken de urgentie van de crisis nauwelijks buiten zijn eigen provincie doordrong. De Brabantse ziekenhuizen lagen vol en patiënten moesten worden overgeplaatst, maar bijvoorbeeld in Groningen werd geen enkele besmetting gevonden. Omdat Noord-Brabant zo afweek van de signalen van de rest van Nederland, drong ook bij het RIVM de spoed nog niet goed door, zei Kluytmans: „Het urgentiebesef in Nederland was wisselend, terwijl bij ons code zwart dreigde.”

Jan Kluytmans, destijds microbioloog in het Amphia-ziekenhuis in Breda, tijdens de openbare verhoren van de parlementaire enquêtecommissie over het coronabeleid.

Tekenend voorbeeld was dat de directeur van de GGD half maart vertelde dat er naar schatting zesduizend besmettingen waren. Maar eigen berekeningen van Kluytmans en zijn ziekenhuis kwamen al uit op 40.000 tot 50.000. Door gedoe bij het opstarten van een Teams-vergadering van het OMT, destijds in opmars door corona, verliep rommelig en de berekeningen van Kluytmans werden niet meer besproken. Kluytmans: „Het waren de moeilijkste weken van mijn leven. Je zag het misgaan, het was één minuut voor twaalf.”

Corona-enquête

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next