De Oranjebus, een 46-jaar oude dubbeldekker, staat startklaar ergens in het zuiden van de Verenigde Staten. Een maand geleden zei Henk van Beek van de organisatie (midlife, bril-baard, oranje trainingspak) tegen het RTL Nieuws op de vraag: ‘Wordt het weer van links naar rechts, denkt u?’: „Ik vermoed van wel, ik denk dat heel Amerika dat ook wel wil zien.”
Sinds dat korte item heb ik geen zin meer in het Wereldkampioenschap voetbal in Noord-Amerika, Canada en Mexico. Het is de totale afkeer van onze wansmaak, en vooral de export daarvan.
Ik was korte tijd fan van Arne Slot, eindelijk een voetbaltrainer die normaal bleef, totdat hij vorig jaar bij de huldiging van Liverpool ‘van links naar rechts’ in het Verenigd Koninkrijk introduceerde. En dan vanaf een balkon naar beneden kijken hoe je de authentieke voetbalsfeer hebt vermoord en doen alsof het resultaat indrukwekkend is.
In Parijs braken ze dit weekend de eigen stad af nadat Paris Saint- Germain voor de tweede keer op rij de Champions League won, geen goed woord voor over, maar van ons Oranjelegioen word ik ook al jaren niet blij.
Mensen die hun veel te dure voetbalbeleving in Noord-Amerika ‘de kers op de taart’ van hun leven noemen trekken alle levenslust weg. Ze wrijven ons hun gemeenschappelijke hobby, trots zijn op Nederland, net iets te nadrukkelijk in het gezicht. Beperkten ze zich net als vroeger maar tot een miniatuurtrein op zolder, maar nu moeten we het allemaal zien.
Gelukkig krijgen ze nu met Ronald Koeman een spiegel voorgehouden. Hij laat zijn elftal net zo fantasie- en futloos voetballen als de ingebakken zekerheden van hun levens. Het deint van links naar rechts, maar echt dreigend wordt het nooit. En dan roepen ze om de zoveel tijd ook nog ‘aanvallen’, iets wat Oranje helemaal niet kan omdat er amper spitsen mee zijn. Terwijl we op links en rechts steeds intoleranter worden, alle ordebewakers zijn inmiddels overspannen, staat een deel van de grote, grijze middenmoot op om net te doen alsof het hier nog gewoon eind jaren tachtig is, een periode waarin de saamhorigheid nog niet kunstmatig hoefde te worden gecreëerd omdat het enthousiasme spontaan was.
Het is voor het eerst sinds lange tijd dat de talentloosheid van een elftal samenvalt met het verzadigde legioen. Dit gezelschap heeft niets te zoeken op een normaal WK, maar natuurlijk wel op een toernooi waar bijna alle landen aan mee mogen doen. Het WK is de Nijmeegse Vierdaagse geworden. Over tien jaar zal niemand zich onze deelname herinneren, behalve dan de mensen die erbij waren. „Kijk daar sjokt Henk achter de bus aan door Houston, helemaal oranje.”
En dat de rest dat ook ziet als een hoogtepunt van een leven.