Home

Ook een feminist als ik heeft seksistische gedachten

Seksisme Cabaretière Anouk Kragtwijk kreeg vaak te horen dat ze te boos zou zijn op het podium. Het zette haar aan het denken: wanneer is kritiek op een vrouw seksisme en wanneer is het terecht?

Een paar jaar geleden deed ik mee aan wat cabaretfestivals. Ik kwam door enkele voorrondes, maar nooit tot de finale. Juryleden gaven achteraf feedback. Steeds ging het over mijn boze toon op het podium. Het duurde even voordat ik begreep wat voor stereotype er op me werd geplakt: die van de boze vrouw. Pas toen ik me realiseerde hoeveel boze mannelijke cabaretiers er zijn, viel bij mij het kwartje dat deze feedback zomaar seksistisch zou kunnen zijn.

Anouk Kragtwijk is freelance journalist en cabaretière.

Daar zouden mijn gedachten kunnen stoppen. Dit was seksisme, punt. Maar er waren redenen om hun gelijk aan te nemen. Ik ben een geboren Greta Thunberg. Ik maak mij al van jongs af aan zorgen over dieren en het klimaat en ben oprecht gefrustreerd dat we als Nederlanders zo hedonistisch leven, zelfs als dat ten koste gaat van alles wat leeft. Daarover heb ik comedy gemaakt, waarschijnlijk met een boze, beschuldigende ondertoon. Als je wordt beschuldigd, lach je gewoon minder.

Ik weet dus niet of het commentaar terecht was of seksistisch. Kritiek op vrouwen is als een Escher-tekening: wij vrouwen hebben geen idee waar seksisme eindigt en terechte kritiek op onze eigenschappen en tekortkomingen begint. Het loopt allemaal in elkaar over. Seksisme klinkt niet meer als: ‘vrouwen zijn gewoon minder slim’. Het is meer dat mensen vanuit diepgewortelde stereotypen werkelijk denken dat mannen betere leiders zijn.

Inmiddels weten we dat dit soort subtiel seksisme voorkomt, maar voor mijn generatie (millennials) was dat lang nog grotendeels onbekend. Die groeide op in een gelijk onderwijssysteem. Discriminerende wetten werden aangepast. Dat seksistische ideeën nog diep in de cultuur zaten en dat we daar op de werkvloer mee te maken zouden krijgen, was toen wij de arbeidsmarkt betraden (zo’n vijftien jaar geleden) nog niet zo bekend. Op papier was het toch allemaal geregeld? Als je minder succesvol was, dan lag dat waarschijnlijk aan jou.

Column op de modepagina

Tien jaar geleden wees ik de hoofdredactie van een regionale krant er in mijn sollicitatie op dat er bij die krant enkel mannelijke columnisten waren. Toen ze vroegen welke vrouw ze dan moesten vragen, noemde ik mezelf . Ik schreef in die tijd als freelancer over de Bollenstreek. Voor mijn sollicitatie als columnist moest ik uitleggen wat er zou gebeuren met de bollenteelt en de medicijnensector in Leiden als de dollar ten opzichte van de euro in waarde zou stijgen. Dat ging me prima af.

Toch kreeg ik een proefcolumn op de modepagina. Ik was er dankbaar voor, maar nu denk ik: de modepagina? En dus ging ik maar schrijven over ‘leuke dingen’ als de liefde, passiebrood van de Albert Heijn en mijn schoonmoeder. Na tien weken hield de proefcolumn op. Dat lag uiteraard helemaal aan mij, dacht ik. Ik was vast niet goed genoeg.

Dit is wat het Escher-seksisme doet, het maakt vrouwen onzeker. We moeten ons er bewust van zijn dat dit de consequenties zijn van de fase waar we inzitten als maatschappij. In vorige fases, die van discriminerende wetten en regels, waren we vooral boos, omdat seksisme zo duidelijk was. Maar in deze fase twijfelen we veel meer aan onszelf.

Je kan jezelf als vrouw helpen door uit te zoeken wat voor subtiel seksisme in je eigen werkveld voorkomt. Als vrouwelijk cabaretier sta je bijvoorbeeld überhaupt met 1-0 achter, vertelde hoogleraar Giselinde Kuipers me ooit. Omdat je als vrouw lief en harmonieus moet zijn maar als comedian juist grenzen op moet zoeken, ontstaat er frictie in het hoofd van je publiek. Dan ben je óf geen goede comédienne óf geen goede vrouw.

Sowieso wordt algemeen aangenomen dat humor een mannelijke kwaliteit is. Nota bene mijn schrijfleraar op de cabaretopleiding vertelde doodleuk dat mannen leukere cabaretiers zijn omdat vaders vaak grappiger zijn dan moeders en jongens van hun vader leren. Wat bij ons thuis echt onzin is. Als mijn vader een grap maakt, krijgt hij een staande ovatie omdat we zo verbaasd zijn dat hij toch humor blijkt te hebben. Mijn moeder is een geboren clown.

Wegwuiven negeert verbetering

Belangrijk in deze fase is ook om te beseffen dat niet alleen mannen stereotiep denken. Vrouwen ook. Zo was ik eens op de radio te horen toen er in het Marengo-proces een nieuwe, maar anonieme advocaat was gevonden voor de kroongetuige. Ik had het consequent over ‘deze man’ of ‘hij’ . Mijn mannelijke collega’s bleven maar opperen dat het óók een vrouw kon zijn.

Natuurlijk is kritiek op vrouwen niet enkel en alleen seksisme. Kritiek kan terecht zijn. Maar als je als vrouw kritiek steevast als seksisme wegwuift, kan je kansen voor verbetering negeren. Dat is niet alleen vervelend voor jezelf, maar soms ook voor je omgeving. Dit speelt denk ik bij Dieuwke Wynia, oud-hoofdredacteur van De Wereld Draait Door. Zij vertelde in interviews dat ze te maken heeft gekregen met seksisme, een vrouw mag immers niet boos zijn. Velen vonden dat nogal een statement, vooral omdat ze niet op beschuldigingen aan haar adres was ingegaan.

Ik ben nog steeds zoekende naar wat ik met de feedback van de juryleden moet. Een goede comedian is authentiek en mijn toon in het normale leven is veel zachter dan de fanatieke Greta Thunberg. Maar je wordt ook jezelf door je omgeving. In hoeverre wordt je authenticiteit gevormd door het patriarchaat?

Liever op het podium

Als cabaretjournalist heb ik veel met comedians over hun jeugd gesproken. Deze (vaak) neurodivergente makers voelden zich als kind geregeld anders dan hun leeftijdsgenootjes. Ze ontwikkelden humor om gezien en geliefd te worden. Toen ik als kind voelde dat ik ‘raar’ werd gevonden, deed ik exact het tegenovergestelde. Aandacht ging ik uit de weg, ik werd stiller en stelde anderen vooral vragen. Mensen gaan van je houden omdat jouw aandacht hen van zichzelf laat houden . Ik ben gaan doen wat van vrouwen wordt verwacht: lief zijn, dienen, vooral niet te veel ruimte innemen. Die eigenschap heeft me enorm geholpen in mijn leven (ik maakte er zelfs mijn werk – ik schrijf vooral interviews – van) maar is wel aangewakkerd door de samenleving. Het patriarchaat splitst vrouwen in verschillende delen en laat de felle het liefst in de schaduw wonen. Ooit was ik heel, maar er leven nu twee vrouwen in mij. Het lieve meisje en de boze vrouw.

Toch heb ik ervoor gekozen om de boze vrouw minder mee het podium op te nemen. Ik vertel daar dat ze in mij bestaat, maar ze is het onderwerp waar ik over praat, niet degene die vertelt. Dat is een bewuste keuze. Mensen lachen eerder als ik vriendelijker ben en ze luisteren beter, en dat is alles wat ik wil. Mijn inhoud is niet veranderd, mijn toon wel.

Ik heb een notitieboekje waarin ik mijn hersenspinsels schrijf. Op de kaft staat: We are all feminists. Maar beter zou zijn: We are all sexists. Alleen als we erkennen dat we allemaal seksistisch denken, kunnen we iets in onszelf veranderen. Wees je bewust van wat je op vrouwen plakt. Iedereen is seksistisch. Ook feministen.

Gender

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next