Home

Kommil Foo weet: „Rozengeur en maneschijn veranderen onherroepelijk in grote sleur en hartenpijn”

Theater In Babel toont Kommil Foo zich wederom meester in het overbrengen van een bepaald levensgevoel: het leven is een slinger met daarop verdriet, melancholie én grote vreugde.

De gebroeders Walschaerts in Babel

Babel

Kommil Foo

Gezien: 30-05, De Kleine Komedie, Amsterdam.

www.kommilfoo.be

De nieuwste voorstelling van cabaretduo Kommil Foo begint met een karakteristieke Kommil Foo-vertelling: smakelijk en komisch opgediend, maar ook enigszins nevelig. Een man zit in een café met een witte en zwarte hond. Om mysterieuze redenen lijkt hij een voorkeur te hebben voor het witte exemplaar. Hij wil dit mopje graag vertellen omdat hij zich identificeert met de zwarte hond, fluistert Mich het publiek toe, wijzend naar zijn broer. Maar waarom?

De Vlaamse gebroeders Walschaerts, Mich (57) en Raf (60), treden al decennialang op als Kommil Foo. Ze maken beeldende en bloemrijke voorstellingen, met losse, enigszins associatieve scènes en vaak schitterende, melodieuze liedjes. Ook in het mooie Babel liggen boodschap en betekenis niet bepaald aan de oppervlakte. Sterk zijn de broers in het scheppen van beelden en gevoelens. Een terugkerend thema is miscommunicatie en de gevolgen daarvan, iets waarnaar ook verwezen wordt in de titel van de voorstelling: de mythische stad Babel, bekend van zijn Babylonische spraakverwarring.

Jeugdherinnering

Ook het beginmopje over de twee honden draait om zo’n misverstand, zo wordt later duidelijk. Het blijkt een metafoor voor een scherpe jeugdherinnering van Raf, die met een paar rake typeringen wordt geschetst. Gezinsvakantie, de jaarlijkse vakantie op de Costa Blanca, 27 uur onderweg, want vader weigerde de Franse tolwegen te nemen. Tijdens een van de dagelijkse kinder-insmeersessies met zonnebloemolie op het balkon zei Rafs vader eens iets tegen hem dat resulteerde in diepe onzekerheid. Een misverstand, Raf weet het haast zeker, maar dan moest dat wel eerst worden uitgesproken. „Ik had moeten spreken op dát moment.” Maar hij deed het niet, en vervolgens was het moment voorbij.

In Babel zitten meer van dit soort sterke, beeldende verhalen. Vaak vertelt door de een, terwijl de ander het geheel op de achtergrond geregeld van droogkomische aanvullingen voorziet. Ogenschijnlijk kleine voorvallen – iets met een loszittend zoutvaatje, of een pijnlijke schoolherinnering, staand voor een schoolklas – die decennialang dooretteren.

In Babel toont Kommil Foo zich wederom meester in het overbrengen en verbeelden van een bepaald levensgevoel: het leven is een slinger met daarop verdriet, melancholie en grote vreugde. Dit doen ze middels puntige verhaaltjes, losse episodes uit eigen of soms andermans levens. Met mooie theatrale vondsten, zoals een terugkerende scène waarin de één middels een mooie technische truc de stem in het hoofd van de ander speelt. Antwoorden op existentiële vragen heeft deze stem niet, maar hij weet wel: „Rozengeur en maneschijn veranderen onherroepelijk (…) in grote sleur en hartenpijn.”

Na een scène volgt meestal muziek. Gelukkig, want zo worden een aantal scènes die wat erg mistig zijn toch opgehelderd. Hoogtepunt is een schitterend aanzwellend lied met als repeterende hartenkreet: „Alles om niet alleen te zijn…” In Babel laat Kommil Foo je in een fijne afwisseling van licht en zwaar voelen wat het leven is: intens bitterzoet.

Theater

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next