Sexodus Hoe ontworstel je je, als vrouw, aan een onrealistisch schoonheidsideaal? Met het charisma van een popster zoekt theatermaker Naomi Velissariou in ‘Sexodus’ naar een uitweg.
Naomi Velissariou in Sexodus
Het afgelopen jaar heeft actrice Naomi Velissariou doorgebracht in het besef zich ‘op de drempel van de middelbare leeftijd’ te begeven, vertelt ze in het Engels, op informele toon, het zaallicht is nog aan. Ze is bijna veertig, zegt ze. Dus zit ze in een crisis, want „ouder worden is simpelweg de grootste tragedie in het leven van een vrouw”.
Sexodus door Naomi Velissariou. Gezien: 28 mei tijdens Festival O, Rotterdam.
Te zien t/m 4 december. Info: theaterutrecht.nl
Naast me schudt iemand driftig het hoofd. Ook in mij komt er iets in opstand. Is het ironie? Hoe dan ook, die crisis is een passend startpunt van de ontwikkelingsboog die Velissariou haar publiek wil laten meemaken. Die voert je langs drie mogelijke antwoorden op de vraag hoe je je als vrouw kunt verhouden tot het onrealistische schoonheidsideaal (lees: blijvend jong, slank, liefst minimaal getekend door zoiets als een karakter), dat je in het dagelijks leven non-stop via allerlei kanalen wordt voorgespiegeld.
Dat doet ze in haar eentje, in een grote zaal, die ze moeiteloos vult. Met het charisma van een popster zweept Velissariou haar publiek op, daarbij geholpen door een imponerend video- en geluidsdecor (URLAND) en beeldschone kostuums (Ülkühan Akgül). Via verschillende personages, deels gebaseerd op beroemde vrouwelijke denkers en artiesten, voert Velissariou je in Sexodus langs drie stadia van emancipatie.
Nummer één, de meest pragmatische wellicht: je best doen je zo goed mogelijk naar dat schoonheidsideaal te voegen. Door je, bijvoorbeeld, toe te leggen op agressieve skin care routines, en je te bekwamen in de vaardigheid je jonger en onnozeler voor te doen dan je bent.
Twee: je ertegen te verzetten. Laten zien, bijvoorbeeld, hoe absurd de eisen zijn waar vrouwen aan worden onderworpen, door je een wereld voor te stellen waarin het juist de mannen zijn, die worden gevalideerd op basis van hun uiterlijk. Dit gedachte-experiment, dat het leeuwendeel van de voorstelling beslaat, levert hier en daar zeer geestige (want rake) observaties op.
En tenslotte, optie nummer drie: je niet te voegen, niet te strijden – in beide gevallen maak je jezelf immers kleiner, spreekt Velissariou met de Franse tongval van therapeute Esther Perel – maar een ferme aanloop te nemen en je, dwars door het schrikdraad van de maatschappelijke voorschriften heen, een weg te banen naar een wereld, wereldbeeld, waarin sekse geen betekenis meer heeft. Waarin je ‘alles’ kunt zijn. Bent.
Het is alsof Velissariou een voorstelling lang in lichte ironie door de knieën ging, om pas nu, in de slotminuten, aan te komen op het punt waar haar eigen denken zich begeeft. Het maakt dat je wat hongerig de zaal verlaat. Want hoe interessant zou het zijn geweest als deze utopie niet het slot, maar het startpunt van de voorstelling was geweest? Hoe ziet dat eruit, een wereld waarin sekse niet langer machtsverhoudingen voorschrijft? Leven vanuit het besef dat je ‘alles’ belichaamt? Welke verhalen kunnen er vanuit dat bewustzijn worden verteld?