Nassim Nicholas Taleb Econoom en schrijver Jona van Loenen (31) zocht tijdens de chaos van de coronapandemie naar iets dat overzicht gaf. Dat vond hij in Antifragiel van Nassim Nicholas Taleb.
„Voor mij geldt: als een boek niet goed genoeg is om twee keer te lezen, was het eigenlijk ook niet de moeite waard om één keer te lezen. Ik heb zelfs een soort persoonlijke top honderd. Boeken die daar eenmaal in staan, lees ik steeds opnieuw. Antifragiel van Nassim Nicholas Taleb is daar een van.
De eerste keer dat ik het las was tijdens de eerste maanden van de coronapandemie, in april 2020. Ik zat toen met een start-up in Amsterdam. Het was een onzekere tijd: niemand wist hoe het zou aflopen, of het bedrijf het zou redden. Tegelijk gebeurde er van alles in de maatschappij wat ik niet goed kon begrijpen. In die chaos zocht ik naar iets dat meer overzicht gaf en besloot Antifragiel te lezen.
Dat was een bijna koortsachtige ervaring. Ik heb vaker boeken gelezen waarvan ik dacht: dit gaat mijn leven veranderen, maar dit boek was anders. Het zette me aan tot schrijven. Ik had ineens het gevoel: dit kan dus, zo kun je ideeën combineren met verhalen en cijfers. Achteraf durf ik te zeggen dat dat het begin is geweest van waar ik nu sta.
Een belangrijk idee uit het boek is het onderscheid tussen fragiel, robuust en antifragiel. Fragiele dingen kunnen slecht tegen druk of onzekerheid: een wijnglas valt en breekt. Robuuste dingen kunnen tegen een stootje, maar veranderen niet echt: een plastic beker valt en blijft heel. Maar antifragiele systemen doen iets anders — die hebben spanning, chaos of tegenslag juist nodig om beter te worden.
Bij spieropbouw is het duidelijk: als je sport, beschadig je je spieren een klein beetje, maar juist door die belasting herstellen ze sterker dan daarvoor. In mijn eigen leven ga ik daar nu bewuster mee om: hoe kun je jezelf blootstellen aan kleine vormen van stress of onzekerheid, zodat je er sterker van wordt?
Tegelijk zie ik hoe we als samenleving vaak het tegenovergestelde doen. We proberen schade zoveel mogelijk te vermijden – in de economie, in opvoeding, in beleid. Maar juist daardoor maken we systemen kwetsbaarder. Door elke kleine schok te dempen, bouwen we spanning op die zich later in één grote klap ontlaadt.
Wat me bij het herlezen van Antifragiel opviel, is hoe concreet Taleb schrijft. Hij combineert abstracte ideeën met voorbeelden die blijven hangen: kinderen die juist kwetsbaarder worden wanneer ze nooit meer mogen vallen, bossen waarin kleine branden worden geblust totdat één grote alles verwoest. Taleb trekt zich weinig aan van conventies: zijn boeken springen van onderwerp naar onderwerp, waardoor je als lezer zelf moet meedenken. Dat past ook bij zijn idee van antifragiliteit: je moet moeite doen om er beter van te worden.
Voor mij is dit geen boek dat je uitleest en weer weglegt. Het is eerder een soort lens geworden. Ik merk dat ik er in allerlei situaties naar teruggrijp – bij werk, bij keuzes in mijn persoonlijke leven, bij hoe ik naar tegenslag kijk. En misschien is dat ook waarom ik het boek blijf herlezen: niet om het beter te begrijpen, maar om mezelf eraan te blijven herinneren hoe ik wil leven.”
In de rubriek ‘Teruglezen’ vertellen boekenliefhebbers over een werk dat in het verleden veel indruk op hen heeft gemaakt.