Meteorologie Het KNMI lanceert een nieuw cijfer, dat de hittekracht weergeeft op een schaal van 1 tot 10. Het cijfer moet mensen helpen in de voorbereiding op extreme hitte.
Vrijwilligers van de Roparun worden gelaafd in Rotterdam op 25 mei
Piet Paulusma, de Friese weerman die in 2022 overleed, was zijn tijd blijkbaar ver vooruit. In zijn SBS6-programma Piets Weerbericht gaf hij elke dag rapportcijfers aan het weer: „het barbecueweer krijgt morgen een 6” bijvoorbeeld, om daarna steevast met een welgemeende „oant moarn” af te sluiten.
Rapportcijfers zijn intuïtief, wist Paulusma al, en tot die conclusie is het Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) nu ook gekomen. Deze week lanceerde het instituut een nieuw indexcijfer bij de weersverwachtingen op hun website: de „hittekracht”.
Op een schaal van 1 tot 10 berekent het KNMI voortaan hoe belastend de hitte voor mensen is. Daarbij houdt het instituut niet alleen rekening met de temperatuur, maar ook met luchtvochtigheid, zonnestraling en wind. Al die factoren zijn van belang voor de manier waarop mensen de hitte ervaren. Bij een hoge luchtvochtigheid kunnen mensen bijvoorbeeld minder hitte kwijt via zweten, en raken ze sneller oververhit.
Het cijfer moet mensen helpen in de voorbereiding op extreme hitte, bijvoorbeeld door werktijden aan te passen of een hitteprotocol in werking te stellen. Het KNMI benadrukt in het begeleidend persbericht het belang van hittekracht voor sportevenementen en ook voor de hulpdiensten die „soms langdurig buiten in zware kleding” moeten werken en daarbij last kunnen krijgen van de hitte.
De lancering van de hittekracht komt in een week waarin Europa te maken kreeg met uitzonderlijk hoge temperaturen voor de tijd van het jaar. De hitte brak dinsdag een record in Nederland, met 31,2 graden in De Bilt. De dag ervoor sneuvelden records in Spanje, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Woensdag passeerde Portugal voor het eerst in mei de veertig graden Celsius. Dit voorjaar komt in de top 5 van de warmste lentes sinds het begin van de meningen in1901.
Juist zo vroeg in het jaar kan hitte gevaarlijk zijn, waarschuwde klimaatwetenschapper Sjoukje Philip van het KNMI dinsdag al in NRC, omdat het menselijk lichaam nog niet aan de hoge temperatuur is gewend. Ook zijn activiteiten vroeg in het jaar nog niet altijd ingesteld op hitte. Volgens Philip vertoont het aantal hittedoden die het RIVM berekent altijd een duidelijke piek aan het begin van het seizoen.
Door klimaatverandering krijgt Nederland vaker te maken met extreme hitte en dat zal ook steeds vroeger in het jaar voorkomen. De hitte van afgelopen week was het gevolg van een zogenoemde ‘hittekoepel’. Dat relatief zeldzame weerfenomeen kan waarschijnlijk vaker voorkomen in een opwarmend klimaat.
De hittekracht die het KNMI berekent is een afgeleide van de zogeheten Wet Bulb Globe Temperature (WBGT). Dat is een weergave van de ervaren hitte, die deels gebaseerd wordt op metingen met ‘een natte bol’: een ronde thermometer waar vochtig katoen omheen is gewikkeld. Zo’n thermometer meet de laagste temperatuur die bereikt kan worden door de verdamping van water. Op verschillende Amerikaanse legerbases hangen al jaren vlaggen die met een kleur weergeven in welke categorie de gevoelstemperatuur die dag valt. De WBGT houdt ook rekening met wind en zonnestraling.
Het KNMI heeft de WBGT naar een hittekracht-cijfer omgerekend, omdat de WBGT altijd iets lager ligt dan de werkelijke temperatuur. Dat zou volgens het instituut verwarrend kunnen zijn.
Voor de ontwikkeling van het hittekracht-cijfer werkte het KNMI samen met het RIVM, de Vrije Universiteit en adviesbureau TNO. Boris Kingma, thermofysioloog bij TNO, kondigde het plan vorig jaar aan in NRC. „Als mensen de melding horen dat het morgen windkracht 11 zal zijn, weten ze meteen dat ze niet met de caravan de weg op moeten”, zei Kingma toen. Kingma erkende destijds ook dat dat voor het hittekracht-cijfer nog niet meteen zal gelden. „Het zal wel even duren voordat zo’n index is ingeburgerd.”
Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin