Nieuwe muziek Na dertien jaar stilte sinds het vorige album van Boards of Canada is het mythische gewicht dat aan ‘Inferno’ is gehangen misschien te zwaar te gebleken. Ondertussen klinkt Jack Antonoff nostalgisch op het nieuwe Bleachers-album en wordt het grote gebaar niet geschuwd op ‘Music for Piano Solo’ van Jan Vriend.
Op de dag voor de release van het nieuwe Boards of Canada-album, gebruikte het officiële socialemedia-account van het Witte Huis de intro van Inferno voor een promo-video. Moderne oorlogsbeelden en de Amerikaanse vlag onder een wazig, nostalgisch ogend filter alsof het op een VHS-band was opgenomen. Fans reageerden woedend. Bij de Schotse broers Mike Sandison en Marcus Eoin werkt nostalgie namelijk radicaal anders dan bij Trump.
Boards of Canada
Inferno
In de jaren negentig stond Boards of Canada in de voorhoede van ‘Intelligent Dance Music’, met hun analoge synthesizers en hiphopbeats, bol van samples uit allerhande televisiefragmenten en niche archiefmateriaal. Daarmee probeerde BOC het verleden niet te verheerlijken, zoals Trump, maar juist te besmetten: de samples lieten ze verkruimelen tot resten van toekomstbeelden die werden beloofd, maar nooit uitkwamen. Een geniale band, die het verleden gebruikt als gearchiveerd spookhuis. Een soort pionierende nostalgie.
Maar na dertien jaar stilte sinds het vorige album is het mythische gewicht dat er aan Inferno is gehangen misschien iets te zwaar gebleken. Ondanks dat er heel veel scherpe, heldere, kwalitatief geweldige en opvallend gitaargerichte muziek op staat om op te leunen, is het geheel iets minder groots dan ‘toen’.
Het begint goed: ‘Prophecy at 1420 MHz’, waar de groove zwaar is maar niet log, snijden echoënde gitaren door de synthesizers die het nummer een crispy, postrockachtige spanning geven. Nog beter werkt die rocky formule op ‘Into the Magic Land’, waar de twee broers melancholische akkoordenschema’s openvouwen tot iets ruimtelijks, ritmisch en menselijks. Ook ‘Blood in the Labyrinth’ profiteert van die gitaren: donker, helder, fysiek, emotioneel, spookachtig.
Maar de geflipte en gemixte stemopname over embryo-ontwikkeling op ‘The Word Becomes Flesh’ lijkt interessanter als idee dan hoe het muzikaal is uitgewerkt. Dat laatste geldt ook voor ‘Naraka’, dat riekt naar oriëntalistische neigingen om een griezelig effect te creëren. Het repetitieve Krishna-mantra voelt te lichtzinnig ingezet. Maar een track als ‘You Retreat in Time and Space’ is vervelender: waar het vroegere werk van BOC je volledig opslokte, wordt dit nummer in zijn vlakheid behapbaar. Behapbaar zijn is toch niet de bedoeling van pioniers.
Jonasz Dekkers
Bleachers
Everyone for Ten Minutes
Jack Antonoff heeft als producer een gevarieerde collectie muziek afgeleverd. Zijn samenwerkingen met sterren als Taylor Swift, Lana Del Rey en Kendrick Lamar omvatten allerlei stijlen. Het leverde de 42-jarige Antonoff dertien Grammy Awards op.
Met zijn eigen band Bleachers koos hij tot nu toe voor een minder gevarieerd geluid, voornamelijk geïnspireerd door Bruce Springsteen en de E Street Band. Bombastische rockmuziek dus, ook wel Jersey rock genoemd. Antonoff komt net als Springsteen uit de Amerikaanse staat New Jersey, een plek waar hij ook op het vijfde Bleachers-album Everyone for Ten Minutes meermaals naar verwijst. Op het nostalgische ‘The Van’ bijvoorbeeld, waarin Antonoff terugkijkt op zijn vroege ervaringen als muzikant, rondrijdend in een busje. Hier klinkt Bleachers soulvoller dan ooit, vooral dankzij het effectieve gebruik van een sample van het nummer ‘Just Don’t Want to Be Lonely’ van Blue Magic.
Antonoff heeft in het hier en nu veel om vrolijk over te zijn. Tegelijk voelt hij ook de drang om zichzelf en zijn omgeving te beschermen. Op ‘Dirty Wedding Dress’ zingt hij over de trouwdag met actrice Margaret Qualley. Dat werd mede door hun beroemde vrienden een dag waarop opdringerige mensen buiten de deur gehouden moesten worden: „We had to board up all the windows and shoot out the drones”. Hier schiet Bleachers weer vol in Springsteen-modus, inclusief een prominente rol voor de saxofoon. Daarna gaan alle registers open op ‘Take You Out Tonight’. Het bouwt op naar een climax waar de hele band een momentje krijgt om te schitteren. Bleachers deed dit op het album Take the Sadness Out of Saturday Night al eens beter, hier voelt het wat geforceerd.
Everyone for Ten Minutes eindigt met ‘Upstairs at ELS’, een opgewekt popnummer in jarentachtigstijl over de legendarische Electric Lady Studios in New York en de vele vriendschappen die daar rondom Bleachers gevormd zijn. De conclusie: „You’re not at it alone.” Geen bijster originele gedachte, net zoals het album ook niet bijster origineel is. Maar er valt ook weinig tegenin te brengen.
Thijs Schrik
Jan Vriend
Music for Piano Solo
Drie jaar geleden verscheen ter gelegenheid van de 85ste verjaardag van componist Jan Vriend een dubbel-cd met werk voor ensemble, orkest en koor. Een voltreffer, want Vriends muziek hoor je zelden, terwijl ze sprankelend, inventief, kleurrijk en oorspronkelijk is. De opvolger is al evenzeer de moeite waard. Music for Piano Solo bevat twee grote pianocycli, beide opgedragen aan meesterpianist Ralph van Raat, een groot pleitbezorger van Vriends muziek. Van Raat en zijn leerlingen Elizabeth Goh en Apollon Kalamenios verdelen de Six Liebesträume, Vriend zelf tekent voor de uitvoering van Six Preludes into Fugues.
Omdat hij zich niet senang voelde in het Nederlandse muziekleven verhuisde Vriend ruim veertig jaar geleden naar het Engelse platteland. Zowel daar als hier viel hij buiten de boot. Daar zou een mens sikkeneurig van worden, maar de muziek die Vriend in zijn betrekkelijke afzondering componeerde getuigt juist van levenslust en verbeeldingskracht.
Zijn virtuoze pianomuziek roept het archetype van de negentiende-eeuwse klavierleeuw in herinnering. Het grote gebaar wordt niet geschuwd. De titel Liebesträume lijkt een knipoog naar het gelijknamige drieluik van Liszt, en de zes stukken klinken als bastaardkinderen van de canon van romantische pianomuziek, vol bloemrijke gestes en parelende notencascades. Maar Vriend zet het gevoel van herkenning tegelijkertijd op losse schroeven, met opgeruwde harmoniek en een aura van vrolijke strengheid. Zijn grote gebaren herbergen geen woeste impulsen, maar zorgvuldig uitgekiende en geënsceneerde gestes.
In de geweldige Six Preludes into Fugues is Bach het model. Vriend componeerde steeds eerst de fuga en gebruikte dat materiaal vervolgens voor een prelude die er naadloos in overgaat. Het effect is een wonderlijk ambigu en vervreemdend weefsel van abstracte fantasie en quasi-barok, Bach op amfetamine. Telkens weer probeer je als luisteraar het precieze moment van de geboorte van een fuga aan te wijzen. Dat mislukt, en je blijft gebiologeerd luisteren.
Joep Stapel