Elke week luncht NRC mee bij een bedrijf. Deze week: de Maxima-centrale van Engie in Lelystad, waar Arjen z’n kipkerriepoedersoep naast z’n kom giet en de klaverjassers net wat langer pauzeren.
In de kantine van de Maxima-centrale zitten Stef de Jonge (links) en Ronald Bakker aan de lunch.
‘Niet met smerige (werk)kleding de kantine in’, staat in het Nederlands, Engels, Duits en Pools op een geplastificeerd A4’tje. Bovenop de kapstok van de Maxima-centrale in Lelystad ligt een verzameling bouwhelmen. Aan de muur hangt een groot uitgeprinte foto van zevenendertig gelijkgezinde mannen en één vrouw met de armen over elkaar.
Naam bedrijf: EngieLocatie: LelystadBranche: Energieproductie Jaaromzet: 71,94 miljard euroAantal werknemers: Kosten lunch: Een salade met kip kost 3 euro 77 cent
Joke Wiegmink (61) runt de kantine van de centrale van het Franse energiebedrijf Engie al negen jaar „goed strak”. Ze kan vijftig man tegelijk aan. Op woensdagen bakt ze voor iedereen een uitsmijter. „Erik, zonder kaas, dubbel gebakken op wit.” Ze weet van de meesten wel hoe ze ‘m willen, hun ei. „Dat is echt een tik van mij”, zegt Joke. Een wekker gaat, vliegensvlug haalt ze „de kroketjes” uit het vet. Er zijn vers belegde broodjes met filet americain, een salade met kip of tonijn. Als iemand een speciale wens heeft, staat Joke daar altijd voor open.
„Wat doe je nu, Arjen?” zegt Joke van achter de kassa. Arjen gooit de helft van z’n kipkerriepoedersoep naast het kommetje. De soeplepel is ook wel iets te groot. Met een half servet probeert Arjen de kleverige soep van de rvs-werkbank te vegen. „Kijk, ik heb hier schoteltjes die er perfect onder passen”, zegt Joke, hem een schoteltje aanreikend. „Ach ja, ik snap dat soort dingen toch niet”, zegt Arjen.
Een broodje kroket, een kom soep, een broodje ei met ham, een broodje filet én een pak Optimel passievrucht. Stef de Jonge (26) rekent twaalf euro af bij Joke en gaat met een overvol dienblad bij zijn collega’s zitten. „Zo, heb je van ’t weekend niks gehad?”, vraagt Jan Vaartjes (60) aan Stef. Meestal neemt Stef ook nog zelf boterhammen mee, maar vandaag had hij niks in huis.
Ronald Bakker (44) knijpt een zakje sambal leeg in zijn kipkerriesoep. Hij werkt ook veel in Belgische energiecentrales. Daar is de soep volgens Ronald gratis, maar wel „gewoon water”. Hier in Lelystad is het beter. „Ik ben echt een fijnproever”, zegt Ronald terwijl hij een slok neemt van een literpak lang houdbare magere melk. Hij trommelt op zijn buikje: „Dat kun je ook wel zien aan mij.”
Een tafel verderop zitten vier mannen weinig te praten. Kaarten vliegen over tafel. „Troef?” „Ruiten.” De mannen dragen allemaal een kledingstuk van het merk PME Legend. Kaarten doen ze elke pauze. Wim Landman (56) leest af en toe de score op: „Zeuvenenzeuventig.”
„Snap je het?” vraagt Erik Brederwold (58). „De meeste jonkies kunnen het niet, klaverjassen”, zegt John Hendriks (64). De enige die het wel kan, zegt John, is Stef. Die van het volle dienblad aan de andere tafel. Stef zei net nog dat hij altijd wint. „Stef! Leugenaar!” roept Erik naar de andere tafel. Het is weer stil. De mannen hebben eigenlijk maar een half uur pauze, daar zitten ze al ruim een kwartier overheen. Gerard Hilgevoord (64) schilt een appeltje en gooit drie keer achter elkaar een aas op. Met een uitgestreken snoet hengelt hij de slagen binnen. „Ja ja, daar valt toch geen roem aan te behalen”, zegt Erik.
Wim kondigt het laatste rondje aan. Volgens Gerard is Erik eigenlijk de beste speler. „Hij kan echt nadenken over welke kaarten de rest heeft, ik kijk alleen naar mijn eigen hand.” De tactiek van Gerard lijkt vandaag te werken. Wim en Gerard: 1.940 punten. John en Erik: 750.
Een deel van het personeel benut de pauze voor een potje klaverjassen.