Duitse literatuur De hoofdpersoon in de nieuwe roman van Annett Gröschner maakt zo ongeveer alles mee wat je in het Duitsland van de 20ste eeuw kon overkomen. Daarmee is haar boek een monument voor alle hardwerkende vrouwen.
Weimar, 1988.
Annett Gröschner: Boeket voor een onbekende. (Schwebende Lasten) Vert. Ralph Aarnout. Cossee, 288 blz. € 24,99
Hanna Krause, de hoofdpersoon van Annett Gröschners roman Boeket voor een onbekende, wordt in 1913 geboren en woont in Maagdenburg. Ze overleeft wereldoorlogen, revoluties en dictaturen. Ook verliest ze twee van haar kinderen. Maar ondanks al die tegenslag probeert ze er het beste van te maken.
Altijd komt ze op voor anderen. Ze biedt onderduik aan vervolgden, helpt Oekraïense dwangarbeidsters in de staalfabriek en blijft ondanks meerdere zwangerschappen, miskramen en abortussen (waarvoor ze naar een „engeltjesmaakster” gaat) een stabiele vrouw. Bovenal weet ze dat het verstandig is om niet al te uitgesproken te zijn.
Dat zowel de voor- als achternaam van Hanna Krause veelvoorkomende Duitse namen zijn, is daarbij symbolisch en misleidend tegelijk. Want het portret van deze doorsneevrouw is juist heel bijzonder. Haar tegenspoed is groot, de historische gebeurtenissen die zij meemaakt zijn zeer indringend. Dat zij dader, noch verzetsheldin of meeloopster is, maakt de roman dan ook intrigerend.
Boeket voor een onbekende opent met een vertellersstem: „Dit is het verhaal van bloembindster en kraanmachiniste Hanna Krause.” Alle hoofdstukken worden vervolgens ingeluid door Hanna’s beschrijvingen van bloemen, wat later in de roman wordt toegelicht. Over het vergeet-mij-nietje lees je onder meer: „De naam komt uit een middeleeuwse sage, waarin de plant God smeekt haar ondanks haar bescheiden afmetingen niet te vergeten.” Je zou daarbij aan Hanna kunnen denken, ook al is ze niet gelovig.
Hanna’s vaardigheid in bloembinden is niet enkel van economisch nut maar geeft haar ook esthetische voldoening. Als zij van een klant de opdracht krijgt het boeket samen te stellen dat Ambrosius Bosschaert de Oude op zijn schilderij ‘Vaas met bloemen in een venster’ in de zeventiende eeuw vervaardigde, brandt er een passie in haar los die haar tot aan haar dood drijft en haar uiteindelijk ook naar het Mauritshuis brengt.
Zij heeft dan al grote ontberingen doorstaan, de opkomst van het nationaalsocialisme meegemaakt, bombardementen haar wereld zien verscheuren, in te krappe woningen gewoond totdat ze in de DDR in een woning van de arbeiderswoningbouwcoöperatie terecht kan. In de socialistische heilstaat wordt ze kraandrijver. Ze oefent daarmee een mannelijk beroep uit. Dat levert het nodige commentaar op van collega’s. Maar door haar voortreffelijke kwaliteiten oogst ze respect, terwijl haar man Karl, die in de machinefabriek een been heeft verloren, een administratieve baan heeft.
Gröschner geeft de gemankeerde relatie tussen Krause en haar man een zekere vanzelfsprekendheid. Karl, wiens vader nazi werd, gooide ooit een steen naar de limousine van Hitler, belandde bijna in een kamp vanwege zijn sociaal-democratische gezindheid, maar is vooral een weinig aanwezige vader die liever in de kroeg zit te kaarten: „Haar hoop dat Karl haar wel met rust zou laten nu hij een been miste was een illusie gebleken. Sterker nog, het leek wel of hij zichzelf en haar zijn mannelijkheid wilde bewijzen.” Krause blijft haar man trouw en verzorgt hem. Ook als ze eenmaal bejaard is.
De roman kreeg in het Duits de titel „Schwebende Lasten”. Daarmee werden niet alleen de zwevende lasten van de bouwkraan bedoeld, maar ook, in symbolische zin, dat het verleden boven het heden zweeft. De titel van de vertaling benadrukt de liefde voor de bloembinderij.
Behalve voor vrouwen als Hanna Krause is Gröschners roman een monument voor Maagdenburg, dat in de Tweede Wereldoorlog vrijwel geheel verwoest werd terwijl het in de Middeleeuwen een belangrijke stad was. Waar de een de stad associeert met het natuurkundige experiment met de halve bollen, weet de voetbalkenner dat de lokale vereniging FC Magdeburg de enige club uit de DDR was die een Europa Cup finale won, tegen AC Milaan in Rotterdam notabene. Gröschner schreef zelfs een boek over die club. .
Maar behalve Maagdenburg wekt Gröschner, die als stadshistoricus van Berlijnse wijken zoals Prenzlauer Berg een grote reputatie geniet, in haar roman ook Berlijn tot leven. Zo ziet zij door de verwoesting van die beide steden heen overal structuren en de verhalen.
Wie ooit van Eugen Ruge de roman In tijden van afnemend licht las, die over meerdere generaties van een familie gaat tijdens de dictaturen van de twintigste eeuw, kan zich nu laven aan de focus op een vrouwelijk personage. Onwillekeurig denk je daarbij aan de Oost-Duitse schrijfster Brigitte Reimann, die krachtige romans over vrouwen in het harde systeem van de DDR schreef, maar ook de ironische toon van het proza van Katja Lange-Müller echoot na bij Gröschner.
Boeket voor een onbekende is behalve het levensverhaal van een vrouw in tumultueuze tijden een literair monument voor hardwerkende, onbekende vrouwen die hun gezinnen onderhouden en de maatschappij ondanks alle ontberingen te allen tijde draaiende houden. Gröschner vertelt dat verhaal boeiend.