Nederlandse literatuur In haar tweede roman schrijft Rosa Willemijn Vlogman smaakvol en waarheidsgetrouw over de prille, uitzinnige fase van de liefde. Het lichaam lijkt soms iets volledig anders te willen dan het hoofd, lijkt haar diagnose.
Soms is er weinig voor nodig: „Het is heel zonnig, het zonlicht windt me op, de vitaliteit ervan. Als Ramses de woonkamer in komt, kan ik niet aan zijn gezicht aflezen of hij de buttplug draagt of niet.” In Wat mijn lichaam weet, de tweede roman van Rosa Willemijn Vlogman (1992), is Reva aan het woord over haar ontluikende relatie met Ramses. Vooral over het fysieke deel ervan: hoe hun vrijpartijen eruitzien, welke grenzen ze opzoeken en hoe ze zich voortdurend op- en ontladen in elkaars aanwezigheid. Tot er een fysieke grens opdoemt: Reva’s lichaam sluit zich, vaginale penetratie is plotseling onmogelijk.
Rosa Willemijn Vlogman: Wat mijn lichaam weet. De Harmonie, 200 blz. € 22,99
De roman is opgebouwd uit bondige hoofdstukken, voorzien van datering, waardoor het de schijn heeft van een dagboek. De intieme fragmenten lenen zich daar inhoudelijk wel voor, maar tegelijkertijd zijn ze (te) gestileerd, gedetailleerd (hele dialogen) en bovendien wordt er verteld vanuit de derde persoon.
We leren niet veel over Reva en Ramses, Vlogman schrijft zuinig, maar wanneer haar blokkade opdoemt op een derde van de roman, komt er wat diepte in het verhaal. Bij een workshop waar vrouwen contact maken met hun baarmoeder, komt er een enorme pijn los. Er duikt een dood kindje op, in haar gedachten, in een droom en in een therapeutische sessie, wat de suggestie van intergenerationeel trauma wekt.
Of we het dode kindje metaforisch of letterlijk moeten lezen, blijft onduidelijk. Reva heeft een kinderwens, maar die wens komt met onzekerheid: wanneer dan? En zou het wel lukken? Ook blijkt dat Reva haar moeder al zeven jaar niet heeft gezien, een gegeven waar we verder niet echt de vinger achter krijgen (wat is er gebeurd?). Psychologie van de koude grond: voor Reva zelf moeder wordt, heeft ze eerst nog oud moederlijk zeer te overwinnen.
Het lichaam wil soms iets anders dan het hoofd, lijkt de diagnose. Dit thema kwam ook in Vlogmans debuut Raaf (2021) naar voren, waarin een zoon zich los probeert te maken van zijn problematische moeder. De crisis van Reva lijkt noodzakelijk en trekt bovendien een belangrijk spoor in de relatie met Ramses. Wat blijkt: een relatie kan niet passief worden ondergaan, maar vraagt om onderhoud, van het individu én het stel. De eerste les van elke relatietherapeut.
„De seks overstemt alles”, merkt Reva op. Bij zinnen die je heel makkelijk als ‘neutrale’ handelingen kunt zien, maar hier direct seksueel geladen zijn, vroeg ik me soms af of seks hier niet óók het narratief overstemde. Het gaat zó vaak en snel richting seks, dat het als een verademing leest wanneer er ook eens een eksterjong moet worden gered. Even uit de verdoving. Niet uit preutsheid, wel omdat het fijn is om wat meer eigen contouren van de personages te zien, wie ze zijn als ze niet samensmelten, hun leven daarbuiten.
Wel moet worden gezegd dat Vlogman die seks eerlijk, smaakvol en waarachtig beschrijft. Het kan soepel én onhandig gaan, trefzeker én onzeker. Er is veel aandacht voor het vrouwelijke orgasme – op pagina’s 52 en 53 vind je een uitstekende handleiding voor het bevredigen van een vrouw, doe er je voordeel mee. En Reva’s blik, bewonderend over haar eigen lichaam, dat ze ferm, rond en mollig noemt, geeft een verademend positief lichaamsbeeld.
Wat mijn lichaam weet leest soms als een estafette van onderwerpen: seks, een relatiecrisis, een afwezige moeder en een trauma. De overgangen voelen wat abrupt – er ontbreekt een voorafschaduwend kruimelspoor waarmee verwachtingen worden gewekt en ingelost. Anderzijds weet Vlogman de chemie tussen twee mensen in zorgvuldige observaties te vangen en beschrijft ze de aantrekkingskracht krachtig: „We vibreren. Het voelt alsof de atomen onder mijn huid, in mijn huid, in mijn botten en ingewanden tegen elkaar aan botsen, zich hergroeperen, en het gevonk van buitenaf te zien is.”
We blijven in het lijf, in het voelen. Misschien is dat wel een waarheidsgetrouwe weergave van de uitzinnige, prille fase van een relatie, waarin het gevoel mateloos zegeviert en de ratio overstemt. Dat hoofd, dat komt later wel.