Nederlandse romans Een groepsreis staat centraal in de nieuwe romans van Fleur Pierets en Merel Bem. Tot elkaar veroordeeld zijn en de dynamiek die daardoor ontstaat: zo’n verhaal lijkt zichzelf te schrijven. Maar is dat echt zo?
Je moet niet dralen, zeuren, kniezen en klagen, of, zoals de moeder van Anja het verwoordt niet „miemelen”. Anja is de hoofdpersoon van Los. Deze debuutroman van kunstjournaliste Merel Bem (1977) is een coming of midlife-age-verhaal: alles moet anders, voor Anja, het is nog niet te laat. Anja ontpopte zich al vroeg tot een muis. Een muis die weliswaar nooit miemelde, maar ook nooit joelde, bulderde, jubelde of krijste. Als haar dominante moeder sterft en zowel haar kat als haar man wegloopt, geeft zij zich op voor „ZelfBewust Wandelen & Communicatie”, een groepsreis in Bretagne. Anja wil niet langer onzichtbaar zijn. Ook haar reisgenoten stellen zulke individuele doelen. Ze vinden hun hoogstpersoonlijke groei een stuk boeiender dan andermans noden.
Fleur Pierets: Als alles goed gaat. Borgerhoff & Lamberigts, 168 blz. € 22,99
Ikke, ikke, ikke: dat komt vaker voor. „Ik wil iets bereiken. Ik wil iets achterlaten. Ik wil op reis. Ik wil een uitdaging”, luidt het in Als alles goed gaat van Fleur Pierets (1973). Ook hier is sprake van een groepsreis van individuen die vooral met zichzelf bezig zijn. Groepsreizen zijn een geliefd onderwerp in de literatuur. Het gedwongen samenzijn met vreemden, de dynamiek die ontstaat: zo’n verhaal schrijft zichzelf. Of toch niet? In welke vorm vertel je zo’n verhaal? Hoe breng je al die personages samen en tot leven? De balans slaat al snel door naar te veel, of juist naar te weinig.
Merel Bem: Los. Hollands Diep, 288 blz. € 22,99
De roman van Pierets speelt zich af in een nabije toekomst. In een voormalig luxeresort op een voormalig tropisch eiland waar door de verschroeiende zon niet langer iets wil groeien, wacht de groep van Pierets een unieke taak: het veiligstellen van de beschaving. Of nee, het overdragen van wat de moeite waard was voor de mensheid, opdat iets, iemand, ooit, kan herleiden wie we waren – mocht er ooit opnieuw intelligent leven op deze planeet ontstaan. Op het eiland staat een speciaal ontworpen container klaar, een tijdscapsule die de groepsleden moeten vullen met spullen die bewijzen dat de mensheid bestond – en hoe. Het is een missie van overheidswege. Maar het is ook een tv-programma: kijkers wereldwijd volgen het proces, om te beginnen stemmen zij voor wie er mee mag.
Bem blijft dicht bij Anja. De verteller kijkt (vooral) mee door haar ogen, weet wat haar beweegt, wat ze waarneemt en voelt: „Anja veegde de pindadoppen van het aanrecht in het groenbakje. Misschien zou ze nog een ei koken. Misschien ook niet.” Anja is geen uitgesproken persoon, integendeel. Gaandeweg wordt dat voor de lezer een probleem.
Keer op keer blijkt uit haar herinneringen, haar acties en haar associaties precies hetzelfde, wordt hetzelfde verteld, benadrukt, uitgelegd: dat Anja niet opvalt. Bem maakt er veel te veel woorden aan vuil. Slechts af en toe veroorlooft zij het zich iets te tonen van een toch wel innemende binnenwereld: Anja „dacht aan vleesetende planten en of ze die nu eigenlijk sympathiek vond of niet”.
Het wordt gaandeweg grotesk en daarmee ongeloofwaardig, hoe anderen Anja aldoor over het hoofd zien, telkens niet weten hoe ze heet, haar keer op keer niet kunnen verstaan of niet eens horen. Hier en daar is dat ook onhandig verwoord. Anja’s uiterlijk houdt „niet op bij de randjes, want er waren geen randjes: het vloeide gewoon door, als mist”. Kan dat? Er is meer beeldspraak die verstorend werkt in plaats van verhelderend, bijvoorbeeld als knippende oogleden vergeleken worden met „roestige guillotines”.
Maar er valt gelukkig ook veel te lachen. Bem bedrijft lichte satire. De personages zijn komische typetjes. Zo zijn de babbelzieke influencer genaamd Wendela Kortekaas en Hendrickje en Desiree, twee welgestelde menopausale buurvrouwen, wel kolderiek. Bem karakeriseert ze niet zozeer verrassend, maar wel grappig en handig (een deelnemende man is „niet onaantrekkelijk, op een amateurvoetbalcoachachtige manier”) . Ook is ze goed in natuurbeschrijvingen: je ziet Bretagne voor je tijdens het lezen, wilt er subiet naartoe. Anja vindt er wat ze zocht. Los is al met al best een lekker boek, maar ontbeert (psychologische) spanning.
Qua spanning zit het wel goed, denk je aanvankelijk bij Als alles goed gaat. Pierets zet de boel direct op allerlei manieren op scherp. Om te beginnen door vijf uiteenlopende types in een arena te plaatsen, uiteenlopend van een idealistische geschiedenislerares die alles wil rubriceren en categoriseren tot een verveelde CEO die juist voor het eerst in zijn leven zoveel mogelijk chaos nastreeft. Het meest interessante en uitgewerkte personage is de gladde Viola. Zij is zowel de presentatrice als de geheime regisseur van het programma. Zij weet als enige waar alle camera’s hangen en kent de controlekamer waarvandaan ieders slaapkamer te zien is. Zij heeft alle touwtjes in handen, ware het niet dat ze verliefd wordt. En niet tijdig doorheeft dat er een saboteur in de groep zit. Die zich ontpopt tot een moordenaar.
Pierets schrijft beeldend. In een kil belichte zaal ligt stil en verlaten het binnenzwembad. Water zit er niet meer in, al lang niet meer. Wat dan wel? „Vanaf de rand gezien zou je denken dat iemand een rommelmarkt overhoop had gehaald”: hier liggen alle spullen die mensen ooit nodig meenden te hebben, uiteenlopend van een microdrone tot een cassettebandje, van een tandenborstel tot een kogel. De groepsleden moeten kiezen: wat bewaren ze voor de archeologen van de toekomst?
Ze trachten te voorzien wat „toekomstmensen” aan objecten kunnen aflezen. Dat leidt tot meeslepende discussies. Een ijsblokjesbakje bijvoorbeeld: „Een rechthoekig bakje van plastic, verdeeld in gelijke vakjes. Het is leeg en heeft geen duidelijke mechanische functie. […] Wat is het?” Een „apparaat voor het ordenen, scheiden of vormen van kleine materie”, antwoordt de een droogjes. Of, oppert een ander, iets om kleine hoeveelheden van iets heiligs of waardevols in te bewaren. Het bakje is multi-interpretabel en valt af. Zoals alles aldoor. Pierets zet je aan het denken: wat zou ik kiezen? Het is jammer dat ze hier niet op focust.
Er is veel meer aan de hand in Als alles goed gaat. Het boek zit vol fantasievolle ideeën en in beginsel boeiende verhaallijnen, maar had, om die tot zijn recht te laten komen, vele malen dikker moeten zijn. Door iedereen en alles in kort bestek voor het voetlicht te willen brengen, maatschappijkritiek te bedrijven, een whodunnit te schrijven, een liefdesverhaal, een groepsportret én een berg individuele geschiedenissen te bieden, plus reality-tv op de hak te nemen, is het te vol. De spanning loopt voortijdig uit het verhaal.