Home

Britse meesterpianist Imogen Cooper neemt afscheid: ‘In Nederland ben ik als pianist echt volwassen geworden’

Imogen Cooper | pianist Na een carrière van ruim zestig jaar zegt ze het podium vaarwel, de eminente Britse pianist Imogen Cooper. „Ik beschouw het als een stap vooruit, het zonlicht in. Daar zie ik veel te weinig van.”

Imogen Cooper.

Ze geldt als een van de meest vooraanstaande Britse pianisten, maar Imogen Coopers carrière kreeg misschien wel vleugels aan de overzijde van het Kanaal.

„In Londen was mijn management aan het begin van mijn carrière nog niet zo efficiënt, maar in Nederland had ik twee vertegenwoordigers uit Nijkerk, en die waren geweldig. Ze belden het hele land op: ‘déze pianist moet je hebben.’ Daardoor had ik hier in Nederland elke drie, vier maanden concerten, tot de kleinste zalen en orkesten aan toe. Heerlijk was het – ik ben hier als pianist echt volwassen geworden.”

Die volwassenheid uit zich bij Cooper (Londen, 1949) in doordachte, poëtische vertolkingen. Al zes decennia bouwt ze een carrière op met het werk van onder anderen Mozart en Beethoven en dat van Schubert in het bijzonder. Het is ook zíjn muziek die haar uitgebreide afscheidstournee begeleidt – Cooper kondigde in januari aan een punt te zetten achter haar leven als concertpianist.

„Je went eraan dat je uit een koffer leeft en dat plekken als deze je thuis zijn”, zegt ze en tilt haar tablet op om een sobere hotelkamer te tonen. Het interview vindt plaats via een videoverbinding, want voor een ontmoeting is het nu eenmaal te druk. De agenda liegt er niet om: Cooper is net terug van een tournee door China, en binnenkort staan steden als Oxford, München en Chicago op de rol. Zaterdag speelt ze in het Muziekgebouw in Amsterdam.

Dat zwarte bakbeest

„Ik weet niet of ik het een stressvol bestaan wil noemen, maar je staat wel continu onder druk – zelfs in je eigen huis. Zodra je de trap afkomt voor het ontbijt, staat dat zwarte bakbeest al in de hoek te wachten. Die eist elke dag je aandacht op, er staan altijd wel concerten of een nieuwe opname gepland.”

Cooper, die opgroeide in een muzikaal Londens gezin, wist al van jongs af aan dat de piano haar leven zou bepalen. Als twaalfjarig meisje werd ze in haar eentje naar Parijs gestuurd, waar het leven zich afspeelde tussen het conservatorium en het nonnenhostel dat haar thuis was. Leeftijdsgenootjes ontmoette ze daar niet. Regulier onderwijs kreeg ze ook niet.

„Het normale leven van een tienermeisje – de nieuwste make-up uitproberen, samen naar de film – nee, dat was er niet bij. Maar dat wil heus niet zeggen dat ik die girly periode later in mijn leven niet heb ingehaald, hoor. Zulke dingen kun je opsparen. Wie een bepaalde levensfase overslaat, kan die op z’n vijftigste alsnog beleven, daar ben ik van overtuigd.”

Na vijf jaar in Parijs volgde Wenen, waar Cooper bij de legendarische pianist Alfred Brendel studeerde. Aanvankelijk heel grondig. Later, toen ze beiden in Londen woonden, minder intensief. „Ik wilde mijn eigen stem vinden met wat hij me in die Weense jaren had aangereikt. Later vroeg hij me om de dubbel– en tripelconcerten van Mozart met hem op te nemen. Hij behandelde me toen echt als gelijke.”

Haar vorming op het continent maakte dat Cooper zich lange tijd een buitenstaander voelde in eigen land. Ook muzikaal gezien waren er weinig mensen met wie ze kon praten: tot haar veertigste speelde ze nauwelijks met anderen samen kamermuziek.

„Alles was in die tijd strikter gescheiden. Je was óf solist, óf kamermusicus. Of wat met een vulgaire term ‘begeleider’ werd genoemd. Zelf wist ik niet beter dan dat ik een solist was, het kwam niet in me op dat je ook iets anders kon doen. Tegenwoordig is dat gelukkig veranderd. De jonge generatie pianisten pakt alles aan, daar ben ik heel blij om.”

‘Ik had moeten experimenteren’

Dat is iets wat Cooper in haar eigen muzikale opvoeding miste, achteraf gezien. Het perfectionisme van haar vader, recensent en musicoloog, domineerde. „Wat je ook deed, het moest volmaakt zijn. Daardoor pakte ik uitsluitend repertoire op waarmee ik me ten diepste verbonden voelde”, zegt ze. „Wat ik me toen niet realiseerde, was dat je als twintiger ook gewoon mag experimenteren op een podium. Ik had fouten kunnen maken en nog veel méér kunnen leren. Dat advies geef ik nu aan jonge pianisten: blijf niet te veel in je comfortzone. Eigenlijk had ik gewoon op mijn negentiende Stravinsky’s Pétrouchka moeten instuderen, muziek ver buiten mijn vertrouwde repertoire. Als je carrière eenmaal op stoom is, kom je daar niet meer aan toe. Maar wat je in je jonge jaren instudeert, blijft altijd wel ergens bewaard.”

Nu is het dus tijd om gas terug te nemen, al gebruikt Cooper het woord pensioen niet graag. „Dat heeft een connotatie van terugtrekken, een stap achteruit doen. Ik beschouw het meer als een stap vóóruit, het zonlicht in. Daar zie ik veel te weinig van”, knipoogt ze.

„Dit beroep heeft me enorm veel verdieping gebracht, maar als je zo diep graaft, is het soms niet eenvoudig om ook om je heen te blijven kijken. Tegen de tijd dat ik straks in februari mijn allerlaatste concerten geef, ben ik bijna 78. Er zijn nog zo veel onderwerpen buiten de muziek die ik wil verkennen. Nu ik nog gezond ben, wil ik de vrijheid nemen om mezelf te verbreden en meer te reizen.”

Nog voor ze beroemd werd nam ze bij het kleine Nederlandse label Ottavo een indrukwekkende Schubert-serie op. Nu, aan het slot van Coopers podiumcarrière, staat wederom Schubert centraal. In februari zal ze voor het allerlaatst in Nederland te zien zijn. Met bariton Henk Neven – „een dierbare vriend” – deelt ze dan het Haagse podium Amare voor een uitvoering van Winterreise. Cooper: „Het Nederlandse publiek stond aan de prille start van mijn volwassen carrière – ik ben blij dat het er ook aan het einde bij zal zijn.”

Imogen Cooper speelt 30 mei in het Muziekgebouw, Amsterdam. Info: muziekgebouw.nl In februari 2027 neemt ze definitief afscheid van het podium in Schuberts Winterreise met bariton Henk Neven. Info: amare.nl

Klassieke muziek

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next