De herrie van het schoolplein stierf langzaam weg. Buren hoorden telkens minder geluid tijdens het speelkwartier, tot basisschool Goejanverwelle in 2023 nog maar 39 kinderen telde en de deur voorgoed op slot ging. Sindsdien staan de lokalen leeg. Gordijnen gesloten, gras in de zandbak. Alleen een spandoek met alle namen van de kinderen herinnert nog aan die bewogen tijd. „Wij willen in Hekendorp naar School!”
En ach, je zou denken, dit pittoreske lintdorp met zo’n 720 inwoners, omgeven door een oer-Hollands IJssellandschap van weilanden, water en bruggetjes nabij Gouda, redt zich wel. Bewoond sinds 1280. Roemruchte historie. Sterk gemeenschapsgevoel.
In de omgeving zijn bovendien scholen genoeg. Haastrecht, Oudewater, Driebruggen. Dus de kinderen vlogen uit. Kwartiertje fietsen. Onder begeleiding, dat wel, want het spitsverkeer op de omliggende wegen is niet mals. Als zesjarige – stoer! – zelf naar school lopen was er niet meer bij.
Stilaan werd ook duidelijk dat de schoolsluiting invloed had op de Sinterklaasintocht. De kinderen van Hekendorp hadden vriendjes gemaakt op de scholen verderop dus de jaarlijkse samenkomst bij de kade was niet zo vanzelfsprekend meer. Om dezelfde reden telde ook het huttendorp, dé happening van het jaar, met dagenlang timmeren en een barbecue voor de ouders in de laatste week van de zomervakantie, geen tientallen bouwsels meer. De laatste keer nog zes; ook die hutten bouwden ze nu elders.
Maar het grootste gemis, weten de inwoners nu, is niet eens de school noch het levendige kinderrumoer op het schoolplein. Dat gemis zit ‘m in de stoep erachter, waar de ouders dagelijks verzamelden om hun kind op te halen. „Dé ontmoetingsplek in het dorp”, zegt Carla Gelderblom, wier kinderen, net als zijzelf, op de school hebben gezeten. „Daar hoorde je nog eens wat”, weet ook dorpsgenoot Jacques van der Horst. Iemand in het ziekenhuis? Oh, werd er wat geregeld. „Even de tuin besproeien.” Het was de plek ook waar je als inwoner van buiten kon „ingroeien” in het dorp.
En waar kan dat nu dan nog? De supermarkt verdween al. De bakker, de slager, het tankstation. De toog in het café was zo’n verzamelplek, maar dat is nu vooral restaurant. Blijft alleen over het verenigingsgebouw De Boezem. Als kloppend hart van het dorp.
In het zaaltje van De Boezem is tweejaarlijks de voorstelling van de toneelvereniging en soms een Lego-middag van de speeltuinvereniging. De Oranjevereniging organiseert er de Koningsdagspelen, ’s winters snert van de ijsvereniging. Ouderengym op woensdag met daarna een koffie-uurtje. Bingo, pub quiz, jubileum, uitvaart. Niet wekelijks, want alles moet georganiseerd worden door vrijwilligers met dikwijls een drukke baan.
Maar ook De Boezem ligt nu aan de pacemaker. Het gebouw is zeventig jaar oud, onpraktisch en amper te verwarmen. Al sinds duidelijk werd dat de school ging sluiten, zijn vrijwilligers als Carla Gelderblom en Jacques van der Horst bezig het buurthuis toekomstbestendig te maken. Ze werkten een plan uit voor nieuwbouw gecombineerd met een tiental woningen. Eén plek, om het gemeenschapsgevoel te behouden. Met aparte ruimtes voor de verenigingen en misschien een kleine bieb. Of een pakketjesmuur desnoods; alles om een toevallige ontmoeting te stimuleren.
Alleen, de gemeente ziet in de nieuwbouwplannen liever méér woningen. Zo’n vijftig, op de plek van de oude school. Maar als je straks geen gemeenschap meer hebt, vraagt Carla Gelderblom zich af, wat bouw je dan? „Wel huizen, maar geen thuis-en.”
Freek Schravesande doet elke donderdag ergens vanuit Nederland verslag