DEN HAAG - 'Het is wel duidelijk dat u voorstander bent van Hamas', zo zei de Rotterdamse rechtbank woensdagmiddag. Maar dat Amin Abou R. uit Leidschendam ook geld naar de terreurbeweging stuurde kan niet worden bewezen. Volgens de rechtbank is er geen bewijs dat het geld dat R. naar een stichting voor weeskinderen in Gaza stuurde bij Hamas terecht kwam.
R. werd door het Openbaar Ministerie (OM) sinds 2023 vervolgd voor dit feit, en ook voor het ontduiken van de Europese sanctieregels tegen Hamas en het voortzetten van de in 2003 verboden stichting Al Aqsa.
Alleen voor dat laatste is de man ten dele veroordeeld, tot een voorwaardelijke celstraf van zes maanden. Het OM had drie jaar cel geëist. Volgens het OM is er via R. ruim 11 miljoen euro naar Gaza gegaan. Voor 8,4 miljoen daarvan werd hij vervolgd.
Volgens de rechtbank is veel van de bewijsvoering van het OM gebaseerd op één deskundige, en is er te weinig ondersteunend bewijs voor zijn verklaring. Dat had de verdediging van R. ook betoogd.
'Je kan een deskundige iets laten verklaren over een kogel uit een wapen, dat is een verklaring over een feit. Maar dit is een deskundige op basis van argumentatie. Hij heeft het niet zelf waargenomen', zo stelt het vonnis.
De rechtbank stelt dat de deskundige zich baseert op websites, rapporten en krantenartikelen, en dat er met rapporten uit Israël voorzichtig moet worden omgegaan.
'Ze zeggen dat in oorlog en liefde alles geoorloofd is. Israël en Hamas staan elkaar naar het leven, dan moet je voorzichtig zijn met rapporten van één van de partijen. En we gaan iemand niet veroordelen op basis van wat er in de krant staat.'
De rechtbank zegt niet dat de deskundige van het OM helemaal onbruikbaar is, wel dat er te weinig ander bewijs is. 'Het is wel duidelijk dat u aanhanger en voorstander bent van Hamas', aldus rechtbankvoorzitter J. Boek.
'Maar dat maakt nog niet dat u deel uitmaakte van Hamas en dat u wist dat Hamas de weeskinderenstichting controleerde. Daar hebben we in de kern geen bewijs voor gevonden.'
Ook voor het feit dat R. niet wist dat de Nationale Bank in Gaza van Hamas is vindt de rechtbank in het dossier geen bewijs, al gelooft de rechtbank er weinig van.
'U zei tijdens de zitting dat u dat niet wist. Dan zeggen we 'ik hoor het u zeggen', maar dat ik u misschien niet geloof daar gaat het niet om. Er moet bewijs zijn en dat is er niet.'
De rechtbank ziet alleen bewijs dat R. de stichting Al Aqsa uit Rotterdam heeft voortgezet, nadat die in 2003 was verboden. Het OM stelde dat die stichting door R. nog twintig jaar is voortgezet.
Maar de rechtbank concludeert dat R. maar tot 2011 erbij betrokken is geweest, en dat de jaren van 2003 tot 2007 door een wetswijziging niet kunnen meetellen.
In 2014 is de stichting Al Aqsa weer gelegaliseerd, zodat die daarna opgeheven zou kunnen worden, maar dat is nooit gebeurd.
'In de ambtelijke prioriteitenlijst is dat blijkbaar ergens onderop gekomen. Het vergroot denk ik niet heel erg je carrièrekansen als ambtenaar als je daar achteraan gaat rennen', aldus Boek. Omdat Al Aqsa dus al veertien jaar weer legaal is kan daar ook geen veroordeling voor volgen.
Uiteindelijk is R. alleen veroordeeld voor het voortzetten van Al Aqsa tussen 2007 en 2011. Dat is te weinig en te lang geleden voor een gevangenisstraf, zo vindt de rechtbank.
R. krijgt daarom een half jaar voorwaardelijke gevangenisstraf, met een proeftijd van een jaar. Dat is de helft van wat een gebruikelijke proeftijd is.
R. en zijn gezin reageerden opgetogen op het vonnis. Na afloop van de uitspraak sprak R. kort zijn verzamelde aanhang toe, die met enkele tientallen mensen aanwezig was.
De advocaten van R. gaan het vonnis bestuderen, voor ze besluiten of ze eventueel nog in hoger beroep willen.
Source: Omroep West L'dam