Geopolitiek Premier Rob Jetten verdedigde op een veiligheidsconferentie de NAVO als hoeksteen van de Europese veiligheid. Maar hij waarschuwde dat internationaal recht voor iedereen moet werken. En sancties tegen het Internationaal Strafhof? „Totaal onacceptabel.”
Premier Rob Jetten spreekt tijdens de eerste editie van de Next Gen: Security Conference in het Haagse Vredespaleis.
Het was een fris affiche: de jongste premier uit de Nederlandse geschiedenis op een veiligheidsconferentie van en voor de next generation – georganiseerd door de jongerenafdeling van de Atlantische Commissie, in samenwerking met Instituut Clingendael en de Universiteit Leiden.
In zijn eerste grote speech over geopolitiek en internationale veiligheid ontvouwde minister-president Rob Jetten geen spectaculaire nieuwe vergezichten over de plaats van Nederland in de wereld, maar zette de D66-leider nadrukkelijk het internationale recht op één. In de stijl van zijn verkiezingscampagne – ‘het kan wél’ – sloeg Jetten bovendien een optimistische toon aan. Europeanen, zo zei de premier, zouden wel wat meer zelfvertrouwen kunnen gebruiken. „Dit is de grootste interne markt ter wereld. En dit is het enige continent waar de rechtsstaat het fundament vormt van een geweldige samenleving.” Even daarvoor had Jetten tussen neus en lippen door Nederland een ‘middle power’ genoemd.
In zijn speech zocht Jetten aansluiting bij de ideeën van de Canadese premier Mark Carney, die tijdens een geruchtmakend optreden op de conferentie in Davos in januari stelde dat de ‘middle powers’ – de middenmachten – zich moeten verenigen tegen landen als Rusland, China én de VS. In navolging van Carney sprak Jetten van „grootmachten die hun eigenbelang voorop stellen” en over het vormen van „nieuwe coalities” en samenwerking met landen in de ‘Global South’.
Tegelijkertijd waakte Jetten ervoor om de trans-Atlantische relaties bij het grofvuil te zetten. De NAVO, zo zei Jetten, blijft de hoeksteen van de Europese veiligheid. En daar waar Mark Carney in Davos de internationale rechtsorde dood had verklaard, noemde Jetten het internationaal recht juist een kernpunt van het Nederlandse buitenlandse beleid. Daarbij mag het westerse perspectief niet altijd leidend zijn, aldus de Nederlandse premier: „Internationaal recht moet niet alleen werken voor ons, maar voor iedereen.” Het was een duidelijke verwijzing naar de twijfelende opstelling van Europa – en van rechtse partijen in de Tweede Kamer – ten opzichte van Israëls genocidale oorlog in Gaza.
Dat wil niet zeggen dat Jetten een ideologisch bevlogen verhaal hield in het Vredespaleis in Den Haag. De Amerikaanse oorlog tegen Iran is weliswaar „een schending van het internationale recht”, zo zei de premier, maar het gevaar van nucleaire wapens in handen van de ayatollahs moet eveneens onder ogen worden gezien. Jetten citeerde de Finse president Alexander Stubb, die eerder sprak van „op waarden gebaseerd realisme”. Pas bij een vraag uit de zaal over de Amerikaanse sancties tegen het Internationaal Strafhof in Den Haag trok Jetten een duidelijke lijn: „Totaal onacceptabel.”
Zo werd er door het – gemiddeld behoorlijk jonge – publiek in de zaal met enige spanning uitgekeken naar het optreden van de Amerikaanse ambassadeur in Den Haag, Joseph Popolo. De ambassadeur kreeg meteen een vraag over een pijnlijk dossier: het verbod van het kabinet van de overname van Solvinity – het bedrijf achter DigiD – door het Amerikaanse softwarebedrijf Kyndryl. Popolo had er al meermalen over gebeld met Washington. „Wat zit hierachter? Is dit een handelsbelemmering? Amerikaanse investeerders hebben behoefte aan duidelijkheid voordat ze verder kunnen gaan.”
Popolo – een investeerder en zakenman die in 2025 door Trump werd benoemd – wilde echter geen al te grote confrontaties op een bijeenkomst van de Atlantische Commissie – de organisatie die sinds 1951 de relaties met de Verenigde Staten wil bevorderen. De Amerikaans-Europese verhoudingen zijn een huwelijk, zo zei Popolo, en in elke relatie zijn er zaken die verbetering behoeven – „zoals mijn vrouw vaak zegt”.
Om de onderlinge band te benadrukken vertelde Popolo over de herdenking van de tienduizend Amerikaanse gevallenen op de begraafplaats van Margraten en de ‘naadloze samenwerking’ die hij zag tussen Nederlandse en Amerikaanse militairen tijdens zijn bezoek aan de vliegbases op Woensdrecht en Volkel. Tegelijkertijd liet de ambassadeur doorschemeren dat de weigering van Europa om de VS te hulp te komen in de Perzische Golf wonden heeft geslagen in Washington. En de ambassadeur wees er fijntjes op dat de VS een handelstekort van 2.000 miljard hebben met de EU. „Er zijn nogal wat mensen in de VS die vinden dat die verhouding niet eerlijk is.”
Ivo Daalder, oud-functionaris in de regering-Clinton en de voormalige Amerikaanse ambassadeur bij de NAVO, hoefde minder op zijn woorden te letten. Sinds januari 2025, toen Donald Trump voor de tweede maal zijn intrede deed in het Witte Huis, is er volgens Daalder een duidelijke „waterscheiding” ontstaan tussen de VS en Europa – ook als het gaat om Oekraïne. Voor de Europeanen wordt het steeds duidelijker dat Oekraïne van essentieel belang is voor een toekomstige veiligheidsorde. In de Verenigde Staten daarentegen is het idee dat Europa belangrijk is in hoog tempo afgebladderd, en is het traditionele Amerikaanse isolationisme van vóór WO II in opmars.
Europa moet zich volgens Daalder realiseren dat de veiligheid van het eigen continent niet moet worden gezocht in de relaties met de VS, maar in de eigen (militaire) capaciteiten. Oekraïne is in dat opzicht het Europese examen, aldus de Nederlands-Amerikaanse oud-diplomaat, „en elke dag halen we in Europa een onvoldoende.”
Twintiger Jana Roedenko, die de Russische slachting in Boetsja overleefde en nu geld inzamelt voor Oekraïense drones, had daarna een waarschuwing voor de zaal. „Iedereen zegt: jullie in Oekraïne zijn zo moedig. Maar wij zijn moe, en er zijn niet zo veel mensen meer die kunnen vechten.”
De Oekraïense ambassadeur Andri Kostin vulde aan: „Oekraïne is niet jullie probleem. Jullie probleem is Rusland.”