Home

Geneesmiddelen voor ebola kunnen snel klaar zijn

Infectieziekte Tegen ebola is nog geen remedie. In Congolese ziekenhuizen gaan expert onderzoeken of geneesmiddelen tegen de virusziekte ingezet kunnen worden. Ook vaccins zijn in de maak.

Medewerkers van het Rode Kruis zijn bezig om de grond te desinfecteren bij het huis van een man die aan ebola is overleden in de Democratische Republiek Congo.

Bij de bestrijding van de ebola-epidemie kan de Democratische Republiek Congo alle hulp gebruiken. Het veelal dodelijke virus verspreidt zich razendsnel met tot nu 105 bevestigde en 906 onbevestigde gevallen en 233 doden, plus nog eens zeven gevallen en een dode in buurland Oeganda. De kwetsbare gezondheidszorg in de zeer arme regio kan de toestroom van zoveel patiënten niet of nauwelijks aan. Het verspreidingsgebied in het oosten van het reusachtige land (3,5 keer Frankrijk) is heel lastig te bereizen en wordt ook nog eens geteisterd door een gewapend conflict.

„Het werken daar wordt zeker een uitdaging”, zegt de Belgische infectioloog Laurens Liesenborghs aan de telefoon van vanuit hoofdstad Kinshasa. Samen met enkele van zijn collega’s van het Instituut voor Tropische Geneeskunde in Antwerpen gaat hij in Congo zorgverleners en hulporganisaties ondersteunen: „Er zijn vele obstakels op onze weg.” Zo zijn in het verspreidingsgebied net enkele behandelcentra aangevallen door mensen die hun overleden familieleden met geweld wilden meenemen om hen te begraven. Liesenborghs, begripvol: „Door het gewapende conflict is er veel wantrouwen onder de bevolking.”

De komende maanden helpen Liesenborghs en zijn collega’s met het opzetten van behandelcentra, waar patiënten „op een menswaardige manier geïsoleerd kunnen worden – op een voor zorgverleners veilige manier”. Om beter zicht te krijgen op de verspreiding van de ziekte, waarvoor nog geen remedie is, willen de Belgische experts veel meer mensen gaan testen dan nu gebeurt. En ten slotte gaan de experts bij patiënten in de ziekenhuizen onderzoeken of bepaalde geneesmiddelen, zo zegt Liesenborghs, „de sterfte effectief verlagen”.

Deze middelen zijn gericht op het bestrijden van de ziekteverwekker, het Bundibugyo-virus. Een daarvan is de virusremmer Remdesivir, die moet verhinderen dat het virus zichzelf vermeerdert. Remdesivir werd eerder tijdens de coronapandemie toegediend aan patiënten, maar zonder veel succes. „Bij covid komt de virusremmer vaak te laat, doordat de hoeveelheid virus in het lichaam vroeg piekt”, legt Liesenborghs uit. „Dan neemt de immuunrespons de bestrijding van het virus over en is een antiviraal geneesmiddel niet zo effectief meer.”

Virus blokkeren heeft zin

Dit zou anders kunnen uitpakken bij het Bundibugyo-virus, doordat bij ebola de hoeveelheid virusdeeltjes toeneemt met het verergeren van de ziekte. „Vlak voordat mensen sterven is de hoeveelheid virus het grootst”, zegt Liesenborghs. „Dus ook als de ziekte redelijk ver gevorderd is, kan het toch de moeite lonen om het virus te blokkeren. Het kan dus goed dat Remdesivir bij dit ebolavirus wel werkzaam is.”

Een ander veelbelovend middel doet – heel grof gezegd – het menselijk immuunsysteem na bij de afweer tegen ziekmakende indringers. „Het zijn eigenlijk antistoffen zoals het lichaam die zelf zou aanmaken, maar dan geproduceerd in de fabriek”, licht Liesenborghs toe. Als je deze zogeheten monoclonale antistoffen injecteert bij een patiënt, ruimen die stoffen de virusdeeltjes op. Het geneesmiddel MBP-134 bevat twee soorten antistoffen die meerdere soorten ebolavirussen herkennen. „De therapie werkt heel goed, bijvoorbeeld bij het Zaïre-virus”, zegt hij. Dit virus was verantwoordelijk voor de vorige grote ebola-uitbraak, zo’n tien jaar geleden. „We hebben goede hoop dat MBP-134 een bredere werking heeft tegen meerdere ebolavirussen, inclusief Bundibugyo.”

Of de virusremmers en antistoffen echt werken, moet duidelijk worden tijdens klinische studies, die worden betaald door België, het Verenigd Koninkrijk en de Wereldgezondheidsorganisatie. Patiënten krijgen het ene geneesmiddel of het andere of helemaal niets, waarna de onderzoekers kijken of dit uitmaakt voor de sterftecijfers. Nu overlijdt een derde tot de helft van de patiënten. Liesenborghs: „Zodra we zeker weten dat een middel werkt, gaan we het alle patiënten zo snel mogelijk geven natuurlijk.”

Dat is een dilemma. Zou het niet beter zijn om alle patiënten de middelen te geven, als je al eerder het gevoel hebt dat ze werken? „Intuïtief voelt dat zo, natuurlijk, maar de studie is een extreem belangrijke stap die je niet moet overslaan”, benadrukt Liesenborghs: „Dat is een les van de coronapandemie.” Hij noemt het anti-malariamiddel hydroxychloroquine dat destijds massaal werd voorgeschreven zonder klinische test en „uiteindelijk meer kwaad dan goed heeft gedaan”.

Snelheid is geboden

Hoe snel de studies in Oost-Congo verlopen hangt onder meer af van hoeveel patiënten het ziekenhuis binnenkomen en hoe snel. „Je hebt al gauw vijfhonderd patiënten nodig”, zegt Liesenborghs. „Maar het verloop van de epidemie laat zich slecht voorspellen.” Het kán snel gaan, zegt hij: „Binnen enkele maanden, misschien enkele weken.”

Snelheid is geboden, omdat er nog geen vaccin is voor het virus dat nu rond raast. Er is wel een goed werkend vaccin voor het Zaïre-virus, Ervebo genaamde, maar dat is waarschijnlijk nauwelijks bruikbaar. „Op het ebolavirus zit een stukje eiwit waarmee het virus een menselijke cel binnendringt, een glycoproteïne”, legt Liesenborghs uit. Deze eiwit-suikercombinatie is heel specifiek voor een ebolavirus. „Het bestaande vaccin wekt dus antistoffen op tegen een heel specifiek glycoproteïne van het Zaïre-virus en beschermt daardoor niet of nauwelijks tegen Bundibugyo.”

Om die reden wordt nu ook gewerkt aan vaccins, waarvan er twee veelbelovend zijn. Het ene vaccin is een aanpaste versie van Ervebo, dat in een half jaar tot negen maanden beschikbaar kan zijn. Het andere wordt ontwikkeld door de universiteit van Oxford op basis van het coronavaccin dat destijds werd gemaakt met AstraZeneca en zou in een maand of drie klaar moeten zijn. Intussen moeten de vaccins ook worden getest in een klinische studie.

Het helpt niet dat de VS de geldkraan goeddeels hebben dichtgedraaid. Een succesvol geneesmiddel voor het Zaïre-virus werd bijvoorbeeld voor een groot deel betaald door de Amerikaanse gezondheidsorganisatie NIH, die dit nu niet meer financiert. Liesenborghs weigert te somberen. „De klinische studies voor dat middel zijn in 2018 ook gedaan onder heel zware omstandigheden, maar de Congolezen hebben het toch voor elkaar gekregen. De opdracht is heel moeilijk, maar moet absoluut worden uitgevoerd.”

Schrijf je in voor de nieuwsbrief NRC Wetenschap

Op de hoogte van kleine ontdekkingen, wilde theorieën, onverwachte inzichten en alles daar tussenin

Geneeskunde en farmacie

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next