Wetsvoorstel Minister David van Weel wil de minimumleeftijd voor sekswerk verhogen van 18 naar 21 jaar. Verscheidene andere kabinetten probeerden dat al. Hoe denkt het werkveld over de plannen? „Verbieden maakt alleen maar dat het ondergronds gaat.”
Het kabinet wil de minimumleeftijd voor sekswerkers verhogen van 18 naar 21 jaar.
Als het aan het kabinet-Jetten ligt, kunnen jongeren pas vanaf 21 jaar sekswerk doen: momenteel ligt de leeftijdsgrens op achttien jaar. Dat schreef minister van Justitie en Veiligheid, David van Weel (VVD), eerder deze maand aan de Tweede Kamer. Een jonge sekswerker is namelijk „extra kwetsbaar voor dwang en uitbuiting”, zo stond ook al in het coalitieakkoord van D66, VVD en CDA.
Het idee is verre van nieuw. Al in 2009 diende voormalig PVV-Kamerlid Fleur Agema een initiatiefwet in om de minimumleeftijd voor sekswerkers te verhogen, om te voorkomen dat zestien– en zeventienjarigen via loverboys in de prostitutie terechtkomen. Het voorstel werd een jaar later opgenomen in het regeerakkoord van kabinet-Rutte I, waarvan de PVV gedoogpartner was.
Maar de initiatiefwet van Agema raakte in de vergetelheid. Zelf had ze verwacht, omdat het in het regeerakkoord stond, dat het wel uitgevoerd zou worden. „Het was uitonderhandeld”, zegt ze telefonisch. Het voorstel verjaarde in 2025.
Andere kabinetten waagden ook een poging. Onder Rutte III in 2021, bijvoorbeeld, werd de Wet regulering sekswerk (Wrs) ingediend waarin naast de minimumleeftijd van 21 jaar een vergunningsplicht voor alle sekswerkers en exploitanten stond. Volgens de Raad van State zou het laatstgenoemde echter een „hoge drempel” vormen voor sekswerkers, waardoor het volgens de Raad juist „zeer aannemelijk” is „dat de illegale prostitutie en daarmee ook de kans op misstanden toeneemt”.
Nu sneuvelt ook die wet. Vanwege de kritiek zet het kabinet-Jetten de Wrs niet door. In plaats daarvan wil het naast de leeftijdsverhoging „op korte termijn” het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven (Wgts) indienen. Volgens dit voorstel verwerken gemeenten straks de gegevens van sekswerkers, met het oog op het controleren en handhaven van de vergunningvoorschriften voor exploitanten.
Vanuit het werkveld klinkt al langer kritiek op zowel de beoogde verhoging van de minimumleeftijd als de registratieplicht. Recentelijk betoogde sekswerker Eve de Jong (echte naam bekend bij de redactie) in NRC dat de leeftijdsverhoging jonge sekswerkers vooral de illegaliteit induwt. Juist dat maakt ze kwetsbaar, schrijft ze: „Wie illegaal werkt, stapt minder snel naar de politie bij geweld, dwang of misbruik. Meldingen bij gemeenten of hulpinstanties worden mogelijk risicovol.”
Dat onderschrijft Iris de Munnik, projectleider bij Soa Aids Nederland en betrokken bij het Sekswerk Meld- en Adviespunt. Ook zij is tegen de leeftijdsverhoging. Hoewel het kabinet de grens gefaseerd wil verhogen om huidige jonge sekswerkers niet in één klap illegaal te maken, weerhoudt anderen dat er volgens De Munnik niet van om voor het werk te kiezen. „Er zal altijd voor sekswerk worden gekozen. Het verbieden zorgt er niet voor dat het niet gebeurt, het zorgt er alleen maar voor dat het ondergronds gaat.”
Momenteel gaan gemeenten nog over de minimumleeftijd. In Amsterdam, Utrecht en Den Haag is die bijvoorbeeld al opgehoogd naar 21. Het is „dubbel”, vindt De Munnik. „Omdat het aan één kant fijn is dat sommige gemeenten wel nog steeds achttien jaar hanteren. Maar het maakt het voor sekswerkers ook moeilijk om te weten welke regels per gemeente gelden.” Sekswerkers onder de 21 vertrekken bovendien simpelweg naar een andere gemeente, zegt de projectleider.
Ook over de Wgts is De Munnik niet te spreken. „Alle bezwaren tegen de Wrs, zijn er ook weer tegen de Wgts.” Bijvoorbeeld over de verwerking van de persoonsgegevens: „Sekswerk is helaas nog steeds een erg gestigmatiseerd beroep, dus dat jouw gegevens als sekswerker bekend zullen zijn bij gemeenten en dat het verwerken en delen daarvan makkelijker wordt, kan ernstige gevolgen hebben – bijvoorbeeld sociale afwijzing.” Ook doet het wetsvoorstel volgens De Munnik niets om de arbeidsomstandigheden te verbeteren.
Ondanks de kritiek vanuit het werkveld klinkt bij rechtse en christelijke partijen in de Tweede Kamer – waar het voorstel naar verwachting een meerderheid geniet – vooral ongeduld. „Waar blijft het wetsvoorstel om deze leeftijdsgrens te verhogen naar 21 jaar?” vroeg Marjolein Faber (PVV) tijdens een commissiedebat over mensenhandel en prostitutie, vorige week woensdag. Volgens Diederik Boomsma van JA21 gaat de implementatie „ontzettend traag”. „Mijn geduld is gewoon op”, zei ook ChristenUnie-fractievoorzitter Mirjam Bikker tijdens het commissiedebat.
Bikker werkt zelfs al aan een initiatiefwetsvoorstel om de leeftijdsverhoging via het strafrecht te regelen. Dat moet volgens haar bewerkstelligen dat, evenals bij minderjarigen, de klant strafbaar is. Die route wil Van Weel juist niet nemen, omdat hij „te allen tijde wil voorkomen dat sekswerkers in aanraking komen met het strafrecht”.
Tijdens het debat oogstte het plan ook kritiek, bijvoorbeeld van D66. Hoewel de coalitiepartij „in beginsel de wens om jongeren te beschermen” begrijpt, zei Kamerlid Fatimazhra Belhirch, vergroot „beleid dat sekswerkers uit het legale en zichtbare circuit duwt” juist „de kans op onveiligheid en uitbuiting”.
Het aangekondigde plan is volgens Van Weel slechts het „startpunt”. In een latere consultatiefase mogen het werkveld en instanties meedenken. En de minister beloofde de Kamer na de zomer te informeren over het tijdpad van het voorstel.