Liminale ruimte ‘Backrooms’ weerspiegelt de fascinatie van Gen Z voor ‘liminale ruimtes’: desolate, ambivalente doolhoven met onbegrijpelijke spelregels, vermoedelijk bewoond door een Minotaurus. Wat maakt dat zo fascinerend?
Mary Kline (Renate Reinsve) staat op de drempel van The Backrooms in de film ‘Backrooms’.
Backrooms
Regie: Kane Parsons. Met: Chiwetel Ejiofor, Renate Reinsve. Lengte: 110 minuten.
Te zien in de bioscoop.
De Amerikaan Kane Parsons is angstaanjagend vroegwijs, kalm en getalenteerd. Op zijn zeventiende tekende hij een contract met het hippe filmbedrijf A24 om speelfilm Backrooms te maken, die deze week in de bioscoop rouleert met de filmsterren Chiwetel Ejiofor (12 Years a Slave) en Renate Reinsve (The Worst Person in the World). Het blijkt een intrigerend staaltje existentieel griezelen, gebaseerd op een filmpje waarmee Parsons als zestienjarige 78 miljoen kijkers trok op YouTube, een platform vier maanden ouder dan hijzelf.
Dat filmpje van negen minuten was een van de vele bijdrages in het Backroom-genre, maar stak er ook met kop en schouders bovenuit. ‘Backrooms’ is creepypasta: op internet gelanceerde griezelverhalen die echt pretenderen te zijn – in het geval van stalker Slender Man bijna te echt. Zo’n verhaal wordt collectief uitgebouwd voordat Hollywood het verpest met een teleurstellende verfilming. Kane Parsons is een ander verhaal: hij is mogelijk het grootste talent van een lichting jeugdige filmmakers die het vak leerden op YouTube, TikTok, Twitch of Reddit, het ‘wel begrijpt’ en nu volle bioscoopzalen trekt. Denk aan ‘Markiplier’ met Iron Lung, of Curry Barker met Obsession.
Backrooms begon in 2019 met een foto van een pisgelige, onbestemde ruimte op de site 4chan. Een kantoor? Winkel? Martelkelder? De foto circuleerde al sinds 2011 op internet: een hobbywinkel in Oshkosh, Wisconsin tijdens een verbouwing, bleek later. De ruimte was een treffende illustratie bij een post die gebruikers uitnodigde zelf foto’s van onbehaaglijke, verlaten plekken te uploaden.
Een 4chan-gebruiker verzon er een poëtisch bijschrift bij: de foto zou ‘the Backrooms’ tonen, een parallelle realiteit van bij benadering zes miljoen vierkante meter willekeurig gesegmenteerde kantoorruimte „met de stank van oude muffe tapijten, de waanzin van mono-geel, de eindeloze achtergrondruis en fluorescerende lichten op maximale hum-buzz”. Via toevallige portalen – scheuren in onze realiteit – kon je daar bij een misstap zomaar naar binnen struikelen – of ‘noclippen’, zoals dat in de gamewereld heet. En of je dan nog ontsnapt? In een griezeldoolhof loopt vaak een Minotaurus rond.
Het sloeg aan: Gen Z ging aan het knutselen met filmpjes, en inmiddels zijn er twee Backrooms-scholen: één strenge, die hecht aan de eenvoud van existentiële gele verlatenheid, één barokke, die lagen en entiteiten verzint die met dat kale concept weinig te maken hebben.
Kane Parsons definieerde in 2022 de Backrooms met een filmpje gemaakt met Blender, gratis software voor 3D-animatie. Een cameraman kukelt de Backrooms binnen, dwaalt minutenlang ‘what the fuck’ mompelend rond tot hij op een loeiend monster uit een kindertekening stuit. Deze vrij abstracte triomf van montage en geluid bouwde Parsons onder het alias Kane Pixels uit in een visueel complexere mythologie waarin de Async Foundation in gele hazmat-pakken het doolhof verkent, niet zelden met fataal gevolg.
Parsons Backrooms hebben een unheimische droomlogica van rare hoeken, scheve ladders, gangen naar nergens, ongerijmde analoge apparatuur en meubilair dat in de muur of vloer is verzakt. Zijn filmpjes werden ruim 200 miljoen maal aangeklikt voor hij in 2023 een contract tekende met A24 voor een speelfilm en zichzelf schaars maakte.
Die film is er nu, en blijkt knap en fascinerend. De hoofdrol is – aanvankelijk – voor Chiwetel Ejiofor als would be-architect Clark die de grote, desolate meubelzaak Captain Clark’s Ottoman Empire runt. Vlees noch vis zo’n naam, zeggen de Gen Z-ers die een raar reclamefilmpje met hem maken: is het thema nou piraten of Ottomanen? Dat typeert ook Clarks identiteitscrisis; hij spoort niet. Zijn ‘liminale toestand’ – daarover straks meer – maakt hem tot een modelbewoner van de Backrooms.
Na een griezelig intro gedateerd op 19 juni 1990 – pré-internet – zien we dat Clark na zijn recente scheiding in de kelder van zijn showroom slaapt. Daar vindt hij op een nacht een portaal naar The Backrooms en gaat op expeditie. Zijn psychotherapeut Mary Kline (Renate Reinsve) is gealarmeerd als Clark haar erover vertelt: wordt hij psychotisch? Ze blijkt mentaal zelf ook nogal wankel, ze groeide op bij een psychotische moeder. Via zelfhulpboeken en tapes hoopt Mary mensen te bevrijden van neurale patronen waarin ze zich veilig wanen, maar die henveroordelen tot isolement en hun geluk in de weg staan.
Als Mary, Clark en zijn Gen Z-personeel dieper de Backrooms ingaan – en het eerste bloed vloeit – wordt de link met psychose, fobie, blokkade en eenzaamheid helder – een echte Gen Z-film. Is het Backrooms-doolhof een onderbewustzijn, een tussenstadium tussen rigide normaliteit en mentale chaos? Zeker is dat Clarks verdedigingsmechanisme er op zeker moment rondzwerft, dat hem opgesloten houdt tussen schaduwmensen die door een hallucinerende AI ontworpen lijken.
Toch is The Backrooms niet louter een ‘headspace’, het is ook een objectieve ruimte waar de mysterieuze Async Foundation research doet. Of is dat ook een paranoïde projectie? Kane Parson bewaart knap het evenwicht tussen mystificatie en expositie. In een interview zei hij zelf een verklaring voor The Backrooms te hebben uitgeschreven op 72 A4’tjes. Die moet hij dan maar voor zichzelf houden: meer verklaring zou doodslaan, meer mysterie zou irriteren. Nu is Backrooms puike ontologische horror die draait op desoriëntatie, vervreemding en leegte. Laat die Escher-mensen maar lekker in hun trappenhuis ronddwalen.
The Backrooms is een ‘liminale ruimte’. De term liminaliteit – van het Latijnse limes (grens, drempel) – stamt uit het werk van antropoloog Arnold van Gennep en beschrijft de ambivalente tussenfase in een ‘rite de passage’, overgangsrituelen waarbij een kind volwassen wordt, of een outsider een insider. Zo’n initiatie vereist een – soms pijnlijk, soms langdurig – ritueel, met een fase tussen de oude identiteit of situatie en de nieuwe. Je staat dan op de drempel – limes.
Nadat antropoloog Victor Turner de term in 1967 opnieuw in roulatie bracht in zijn boek Betwixt and Between veroverde ‘liminaliteit’ een steeds prominentere plek in het filosofisch, psychologisch en artistiek jargon. Het staat nu voor een ambivalente overgangsfase, dan wel niemandsland of schemerzone, waar hiërarchie, conventies en regels tijdelijk weg zijn. Een plaats van gevaar, experiment en diep contact dus. Vrraag ‘feuten’ maar. Tijdens een ontgroening, bij uitstek een liminale situatie, ontstaan vriendschappen voor het leven.
‘Liminale ruimte’ stond aanvankelijk voor doorgaansruimtes waar je niet leeft, maar wel ontmoet: gangen, vliegvelden, lobby’s, kruispunten. Stanley Kubricks giezelfilm The Shining geldt als liminale horror: een hotel is op zich al liminaal – je woont er tijdelijk, niet echt – maar in het lege, winterse Overlook Hotel ontmoeten bovendien de levenden de doden. Het is ook nog eens een doolhof, een liminale ruimte bij uitstek: een gang die pretendeert je van A naar B te leiden, maar je in een niemandsland opsluit.
David Lynch geldt als grootmeester van liminale ruimte: banale plekken waarin zich bij nadere inspectie macabere horror verbergt, een overgang naar een demonische dimensie. Dat is het type liminale ruimte waar Gen Z enorm op aanslaat. Openbare plekken waaruit elk leven verdwenen lijkt: lege kantoren, speeltuinen of hotels, tegelijk vertrouwd en onbegrijpelijk, een onbehaaglijke parodie op ons leven. De cultfilm Vivarium – hier helaas niet uitgebracht – drijft op dat gevoel, en Apple- serie Severance – geïnspireerd door The Backrooms – waar werkers onbegrijpelijk werk verrichten in een kantoorlabyrinth.
Wat maakt dat machteloze gevoel interessant? Misschien komt het voort uit apocalyptische angst, vermoedelijk ligt het simpeler: dit is een esthetiek van een generatie wiens drukke, opwindende jeugdwereld in de covid-pandemie in 2020 van de ene op de andere dag veranderde in een nachtmerrieachtige schimmenwereld, een liminale ruimte van lege winkelcentra en verlaten klaslokalen. Zou hun zo abrupt verdwenen wereld ooit weer ontwaken?
Wantrouwen in de stabiliteit van onze realiteit is ze krachtig ingeprent. Geen wonder dat liminale ruimtes met een schaduw van vroegere, halfvergeten activiteiten bij tieners en twintigers zo’n beklemmende fascinatie oproept. Het maakt Backrooms tot een belangwekkend tijdsdocument.