Internationaal Strafhof Khaled el-Hishri werd door gevangenen ‘Engel des Doods’ genoemd. Voor het Internationaal Strafhof moeten hoorzittingen bepalen of er voldoende bewijs is voor een volwaardig proces tegen de Libische gevangenisbaas.
Geflankeerd door drie bewakers zat de Libische Khaled el-Hishri vorige week in het Internationaal Strafhof in Den Haag.
Zodra Khaled el-Hishri, de baas van de beruchte Mitiga-gevangenis bij de Libische hoofdstad Tripoli, een overvolle cel binnenstapte, was het op slag stil en was iedereen doodsbang. „Je kon de vliegen horen zoemen als hij binnen was”, herinnerde een voormalige gevangene zich. „We vreesden hem meer dan God zelf”, verklaarde een ander.
El-Hishri zou volgens getuigen die vorige week hun verhaal deden voor het Internationaal Strafhof (ICC), de gewoonte hebben gevangenen in de benen te schieten of langdurig ondersteboven op te hangen, zodat hun schouders soms uit de kom schoten. Ook zou hij gedetineerden veelvuldig slaan, dikwijls met een metalen schop, tot ze hevig bloedden en soms zelfs stierven. Zowel vrouwelijke als mannelijke gedetineerden liepen bovendien gerede kans op verkrachting.
Geflankeerd door drie bewakers luisterde El-Hishri, die door gevangenen ‘Engel des Doods’ werd genoemd, ogenschijnlijk onbewogen, hiernaar. De opsomming van wreedheden en martelingen die hij volgens de openbare aanklager tussen 2014 en 2020 beging tegen Libiërs en Afrikaanse migranten, was lang. El-Hishri schudde slechts af en toe het hoofd of nam een slokje water.
Het is voor het eerst dat een Libiër zich voor het Strafhof in Den Haag moet verantwoorden voor daden die zijn begaan na de bloedige omwenteling van 2011 in Libië. Daarmee kwam een einde aan het grillige regime van Moammar Gaddafi. Die revolutie luidde echter een periode van chaos en conflict in, waaraan het land zich nog altijd niet geheel ontworsteld heeft. Libië heeft nog steeds twee rivaliserende regeringen.
Vorig jaar werd El-Hishri, een van de oprichters van de RADA-militie die vooral in West-Libië opereerde, aangehouden in Duitsland. Hij werd uitgeleverd aan het Strafhof op grond van een eerder arrestatiebevel. Juist vanwege de aanhoudende chaos in Libië, zeker op het gebied van de rechtspraak, bemoeit het Strafhof zich al sinds 2011 met het land. Nu daagt er voor het eerst enige hoop voor de slachtoffers.
„Dit is een historisch moment”, stelde Ahmed Mustafa (34), een Libische mensenrechtenactivist, vorige week tijdens een paneldiscussie elders in Den Haag. „De slachtoffers hebben in Libië geen kans hun recht te halen. Daar heerst nog altijd straffeloosheid.” Zelf zat hij zes jaar geleden ook vier maanden in een gevangenis in het oosten van Libië, waarna hij met vrienden vluchtte naar het buitenland. Vanuit het Britse Birmingham zet hij zich nu met Libya Crimes Watch in voor de mensenrechten.
Het Strafhof hield vorige week hoorzittingen om vast te stellen of er voldoende bewijs is voor de zeventien aanklachten van oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid tegen El-Hishri. De openbare aanklager beriep zich daarbij op de verklaringen van 64 getuigen. Binnen twee maanden zullen de rechters vervolgens beslissen in hoeverre de aanklacht op het proces kan worden gehandhaafd.
De meeste van de enkele duizenden gedetineerden in Mitiga waren mannen, maar er was ook een vleugel waar zo’n 125 vrouwen en kinderen verbleven. El-Hishri beheerde de sleutels en niemand had er toegang zonder zijn toestemming. Ook hier oefende El-Hishri volgens de aanklager een schrikbewind uit. Veel vrouwen werden bij ondervraging gemarteld, ook vaak seksueel.
Verkrachtingen hadden soms plaats in aanwezigheid van kinderen van de slachtoffers. Verscheidene vrouwen werden seksueel zo mishandeld dat ze geen kinderen meer konden krijgen. Ook mannen werden vaak seksueel gemarteld, onder meer met anale verkrachtingen met flessen of plastic buizen. Alles was erop gericht de gedetineerden zoveel mogelijk te vernederen.
Eén vrouwelijke gedetineerde die in verwachting was geraakt werd op last van El-Hishri naar een ziekenhuis gebracht, waar haar baarmoeder werd weggehaald. Een ander kreeg in gevangenschap een baby, die medische zorg behoefde. El-Hishri weigerde dit echter, volgens de aanklager omdat het om een meisje ging. Een moeder met een babyjongen mocht wel naar het ziekenhuis. Het babymeisje overleed kort daarop.
Migranten uit Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara werden het slechtst behandeld. Ze werden in grote aantallen in veel te kleine cellen opgesloten. El-Hishri en zijn medewerkers beschouwden hen als inferieur en volgens de aanklager werden ze systematisch als slaven behandeld, die als dwangarbeiders werden ingezet. Ook zij kregen seksueel geweld te verduren.
De leefomstandigheden in de Mitiga-gevangenis waren slecht. Soms deelden honderd mensen één toilet, vaak niet meer dan een gat in de grond. Ze kregen weinig en zeer slecht voedsel, mondjesmaat water. Het was soms warm, dan weer heel koud. Sommige cellen met tientallen mensen waren zo klein dat de gedetineerden er niet tegelijk konden liggen. Dan sliepen ze bij toerbeurt, opeengepakt als sardientjes, terwijl de anderen uren achtereen bleven staan. Ziekten tierden welig, vaak met de dood tot gevolg.
Volgens El-Hishri’s advocaten ontkent hij schuld aan zulke misdaden. Bovendien betwisten zij de jurisdictie van het Strafhof. Een proces zou in Libië moeten plaatsvinden, betogen ze. De laatste jaren is de toestand daar volgens hen verbeterd en zou er van oorlog geen sprake meer zijn. El-Hishri’s daden kunnen dus niet als oorlogsmisdaden worden aangemerkt, menen zij. Een van hen, de Brit Iain Edwards, hekelt voorts dat ruim 60 procent van de getuigenissen anoniem is. „Dat is niet eerlijk”, stelt hij. Hoe kan zijn cliënt zich verweren tegen zulke schimmige getuigenissen?
Dit argument gaat niet op, zegt Jeanne Sulzer, een Franse advocaat die zeven slachtoffers bijstaat die allen nog in Libië verblijven. „Het blijft heel gevaarlijk om je uit te spreken”, vertelt ze in het café bij het Strafhof. „De situatie in Libië is nog heel instabiel en ze beseffen dat ze elke dag weer kunnen worden opgepakt.” Sulzer zelf heeft de reis naar Libië ook nog niet durven maken.
Mensenrechtenactivist Ahmed Mustafa peinst evenmin over een terugkeer. „Als we teruggaan, laten de machthebbers ons direct verdwijnen.”