Reacties Sonny Rollins, de laatste jazzmuzikant uit een tijdperk van grootheden, overleed gisteren op 95-jarige leeftijd. Vier saxofonisten over zijn leven, zijn spel en zijn erfenis.
Jazzlegende Sonny Rollins treedt op tijdens North Sea Jazz in 2010 in Rotterdam.
Saxofonist Benjamin Herman
„Sonny Rollins is voor mij voor altijd verbonden aan een van mijn eerste saxofoonherinneringen. Van mijn vader – die trouwens ook Sonny heette – kreeg ik de plaat + 4 van drummer Max Roach. Op die plaat speelt Rollins de laagste noot op een sax, een lage bes. Toen ik jong was zette ik twee speakers tegenover elkaar en dan ging ik er met mijn hoofd tussen liggen om te luisteren hoe die speakers trilden door die ene lage noot. Dat geluid… daardoor ben ik verliefd geworden op de saxofoon.”
„Ik heb het er vandaag moeilijk mee. Maar het mooie is dat hij zo lang bij ons is geweest, in tegenstelling tot veel andere genieën uit zijn generatie. Je kunt zijn hele leven, zijn hele ontwikkeling in al die decennia, volgen via zijn platen.”
„Ik heb hem verschillende keren live gezien en bij hem gebeurde er iets wat bij jazzconcerten niet zo vaak gebeurt: dat iedereen met een glimlach naar buiten kwam. Dus niet alleen maar mensen die met een moeilijke blik over hun kin wrijven en zeggen: ‘goh, wat knap allemaal’. Hij wist mensen met zijn muziek op allerlei lagen aan te spreken.”
Tineke Postema in 2019
„Je bent je er natuurlijk al een tijd van bewust dat Sonny Rollins een van de laatste giganten was die een keer moest gaan. Maar hij heeft zo veel invloed gehad op mij, op iedereen eigenlijk, het raakt me zeker.”
„Zijn spel was zo krachtig, zo vol charisma. Hij leunde in zijn improvisaties nooit op clichés, viel nooit terug op dingen die hij eerder gespeeld had, dingen waarvan hij wist dat ze werkten. Hij bleef altijd vooruit kijken en hield altijd de drive om zichzelf te ontwikkelen.”
„Rollins had echt een gigantisch geluid. Hij fraseerde heel ritmisch en heel duidelijk gearticuleerd. Al bij één noot wist je meteen dat hij het was. Die persoonlijke stijl en sound stak altijd overal bovenuit.”
Yuri Honing op North Sea Jazz 2023.
„Ik kreeg vannacht om 4.00 uur een appje met het nieuws. Mijn eerste gedachte was natuurlijk: verschrikkelijk jammer. Hij was toch een beetje de laatste der Mohikanen, en misschien wel de grootste improvisator uit de geschiedenis van onze muziek. Rollins kon zich meten met de állergrootste uit de geschiedenis. Met Armstrong, met Ellington. Met Miles en Coltrane. Zijn dood voelt wel een beetje als de afsluiting van een tijdsgewricht.”
„Toen ik nog studeerde liet iemand mij een live-opname van Rollins horen uit de jaren 50. Daar was ik toen zo door van streek dat ik twee weken geen saxofoon heb aangeraakt. Omdat ik dacht: wat heeft het nou voor zin, dit ga ik nooit bereiken. Onvoorstelbaar joh, met zo’n gemak.”
„Het belangrijkste dat ik van hem geleerd heb: het gaat niet om de kwaliteit van het idee dat je hebt. Gelukkig maar, want verreweg de meeste ideeën die je hebt zijn uiteindelijk heel middelmatig. Het gaat erom hoe ver je een idee kunt ontwikkelen. Geduld hebben, doorwerken aan iets dat het nog net niet helemaal is. Net zo lang totdat het wel te gek is. Dat is voor mij typisch Rollins: dat hij zelfs de meest middelmatige ideeën tot grote kunst kon verheffen.”
Hans Dulfer tijdens een optreden in Paradiso.
„Ik hoorde Rollins voor het eerst toen ik 15 was. Ik word volgende week 86 en in al die jaren daartussen heeft Rollins mijn leven sterk beïnvloed. De manier waarop hij van niets iets weet te maken… Hij was een meester in aandacht besteden aan de kleine dingen, zodat hij ook daar iets moois van kon maken: van een klein lullig liedje maakte hij de mooiste composities.”
„En zijn improvisaties natuurlijk. Die waren uitzonderlijk breed altijd, eindeloos lang kon-ie soleren. Maar hij kon ook veel zeggen met weinig; een calypso spelen met een paar eenvoudige noten.”
„In de jazzmuziek probeer je altijd een beetje te zoeken naar wat je goed vindt aan het spel van anderen, en daar een stukje van jezelf aan toe te voegen. Rollins heeft mij laten zien hoe vrij je met je eigen muziek om kunt gaan. Soms zie je van die klassieke muzikanten, die met ernstige gezichten op al die noten zitten te kijken. Dat was bij hem helemaal niet. Hij speelde met volledige vrijheid.”