De dader, of beter het slachtoffer, was een 17-jarige zwarte jongen, Jesse Washington. Hij was veroordeeld wegens moord en verkrachting van een witte vrouw, en werd op 15 mei 1916 door een meute aan een ketting uit het gerechtsgebouw van Waco (Texas) gesleurd, door de straten geparadeerd, geslagen en gestoken, daarna aan een boom geketend, overgoten met olie en levend verbrand. Rond het gerechtsgebouw waren tienduizend inwoners samengedromd voor de festiviteiten. Zij lachten en juichten terwijl Jesse werd gemarteld. Foto’s van de ,,barbecue”, met een tevreden menigte rond het verkoolde lijk, werden als ansichtkaarten rondgestuurd.
Het is een extreem voorbeeld van openlijke eigenrichting, maar een dat in het zuiden en westen van de Verenigde Staten niet ongewoon was, tot in de jaren twintig van de vorige eeuw. De raciale orde, geschonden door de jonge dader, moest worden gehandhaafd – en dat kon niet worden overgelaten aan de staat. Integendeel, die liep – ver weg in Washington – juist in de weg, met praatjes over gelijke rechten. Als ze zich er al mee bemoeide, wat lang niet altijd het geval was.
Nederland is geen Texas – gelukkig. En ook Texas anno 2026 is niet langer dát Texas – goddank. Maar het oplaaiende verzet tegen de komst van asielzoekers, opgefokt door landelijke politici, heeft onheilspellende kenmerken van eigenrichting en politiek geweld.
Niet eens in het wapperen met de Nederlandse vlag – ook D66-leider Jetten wikkelde zich daar tenslotte in om premier te kunnen worden. Eerder in een aantal andere dingen. Allereerst: de hang naar de bestendiging van een sociale orde voor het eigen volk. Er wordt volop gejammerd over de procedure en gebrekkige communicatie – maar was het anders gelopen als de burgemeester van Loosdrecht maandenlang inspraakavonden had georganiseerd? Je kunt het betwijfelen.
En waren het louter extremistische activisten daar in Loosrecht? Net zo min als in Texas. Eerder ‘gewone burgers’ die zichzelf als de maat van de sociale orde zien en, uit angst of wrok, weigeren een krimp te geven.
Dan: het symbolische, bijna rituele karakter van het de protesten. Het vuurwerk smijten en brandstichten. Vuur fascineert net als geweld , ze hebben een eigen dynamiek. Het inzetten van vrouwen en kinderen als onschuldig geoormerkte slachtoffers van vreemde dreiging. Ook in het Amerikaanse Zuiden was dat dé obsessie: de verkrachting van ‘onze vrouwen en meisjes’ (en rassenvermenging).
Die fetisj van het bedreigde volk, ook hier al decennia gekoesterd door politieke entrepreneurs en intellectuele aspirant-revolutionairen, staat een serieuze, werkbare oplossing van het asielprobleem juist in de weg. Die kan er alleen komen als de zaak uit de sfeer van eigenrichting wordt gehaald die nu de overhand krijgt bij de protesten.
Dat die nativistische geest vaardig is geworden over een deel van ‘het volk’ is ook te wijten aan falende autoriteiten die de veenbrand te lang hebben aangezien. Handhaven is geen Hollandse specialiteit. De staat stond erbij en keek ernaar toen links-radicalen in 1986 een hotel in de fik lieten gaan waar Janmaat en de zijnen vergaderden. Of, meer in lijn met de huidige agitatie, de Afrikaanderrellen in Rotterdam in 1972, toen de ruiten ingingen bij pensions met Turkse gastarbeiders (ook toen: om onze meisjes en vrouwen).
Nu is het nog erger: de brandstichters worden aangemoedigd door een lichting rechts-radicale Haagse politici die zich, soms na jaren op het pluche, afkeren van ‘de boven ons gestelden’ en zich in revolutionair enthousiasme voegen bij de ‘dappere burgers’. Terwijl het kabinet van ‘het kan wél-Jetten’ zich geen houding weet te geven.
Zijn kabinet staat op een kruispunt. Je hoeft de ‘asielcrisis’ niet weg te praten, het is duidelijk dat het systeem allang is vastgelopen en er hoognodig buiten de doos gedacht moet worden. Tegelijk kun je het geweld niet verkleinen tot een, weliswaar betreurenswaardige, uiting van legitieme volkswoede. Alsof heel Nederland in Loosdrecht met schuim op de lippen de brandweer stond tegen te houden. Integendeel, het is hoog tijd dat alle andere ‘bezorgde burgers’, inclusief die in Den Haag, zich luid en duidelijk keren tegen agitatie die erop uit is de zaken te ontwrichten in de hoop op een grote, vurige omwenteling.