Home

Bijeenkomst van Sudeten-Duitsers in Brno roept weerstand op bij Tsjechen: ‘Seyss-Inquart was een van hen’

Geschiedenis Voor het eerst waren de Sudeten-Duitsers, de Duitse inwoners van Tsjechië die na 1945 het land uit werden gezet, dit weekend voor hun jaarlijkse bijeenkomst terug in hun ‘alte Heimat’. In Tsjechië zit niet iedereen op hen te wachten.

Tsjechen demonstreren in Pohorelice tegen een bijeenkomst van Sudeten-Duitsers.

Niet voor álle Sudeten-Duitsers was het gedwongen vertrek uit Tsjechië na de Tweede Wereldoorlog een verschrikking. Peter Vizenetz, geboren in 1935 in Brno: „In januari 1945 gingen we net als ieder ander jaar skiën in Sankt Anton. We namen extra veel spullen mee. We dachten: over zes maanden heeft Adolf Hitler de geallieerden verslagen en keren we terug.”

Het liep anders, en de familie Vizenetz keerde niet terug. In Tsjechië bezat de familie een chocoladefabriek, in Oostenrijk zette ze haar metier voort met een nieuw bedrijf waar Mozartkugeln werden gefabriceerd. Vizenetz woont nu nabij München, was zakenman, en is dit weekend op bezoek in Brno. Terugblikkend zegt hij: „Als je geld en chocola had in de oorlog kon je alles kopen. Voor ons was het geen oorlog.”

De oorlog is niettemin zeer aanwezig, dit pinksterweekend in Brno. Voor het eerst zijn de Sudeten-Duitsers, de Duitse inwoners van Tsjechië die na 1945 het land uit werden gezet, voor hun jaarlijkse bijeenkomst terug in hun ‘alte Heimat’. Op een plein in het centrum van de stad wordt gedanst, mensen dragen klederdracht, aan lange tafels wordt gedronken en gegeten. Een enkeling heeft de ‘verdrijving’, zoals de Duitsers het noemen, zelf nog meegemaakt, velen van hen waren te jong om het zich te herinneren. Maar hun kinderen, kleinkinderen en soms achterkleinkinderen zijn ook in Brno, en voor iedereen speelt hun herkomst op de een of andere manier een rol.

Na afloop van de Tweede Wereldoorlog werd op de Conferentie van Potsdam de kaart van Europa nieuw getekend en beslist dat Duitsers die in Oost- en Centraal Europa woonden naar Duitsland moesten vertrekken. In het huidige Tsjechië woonden sinds de vroege middeleeuwen Duitsers. Zo’n 3 miljoen van hen moesten na 1945 alles achterlaten en werden met geweld het land uitgezet. De Tsjechen konden ongestraft wraak nemen op Duitsers en dat gebeurde zonder aanzien des persoons. Aan de andere kant had ongeveer twee derde van de Sudeten-Duitsers Hitler gesteund; zij waren blij toen de nazi’s in 1938 het Sudetenland inlijfden.

In Tsjechië zit niet iedereen te wachten op de terugkomst van de Sudeten-Duitsers. De Tsjechische minister van Buitenlandse Zaken Petr Macinka, partijleider van de radicaal-rechtse ‘Automobilisten voor zichzelf’ (AUTO), waarschuwde een week van tevoren dat de Duitsers „geen goede tijd gaan hebben”. Premier Andrej Babis (ANO) noemde het „echt geen goed idee”. Vorige week stemden de regeringspartijen in het parlement in met een resolutie tégen de bijeenkomst „op het territorium van de Tsjechische Republiek”, onder meer omdat veel Sudeten „de naoorlogse afspraken in twijfel trekken”. De resolutie heeft verder geen consequenties.

Monument ter nagedachtenis aan de slachtoffers van de ‘Vertriebung’ in Pohorelice

De ‘Verzoeningspelgrimage’ in Pohorelice.

Een monument in Pohorelice.

Een Tsjechische tegendemonstrant.

Anti-Duitse demonstratie

Op donderdagavond demonstreert Jirí Nickelli met zo’n honderd anderen tegen de aanwezigheid van de Duitsers. De Duitse bezoekers herdenken op een braakliggend stukje grond naast het centraal station van Brno de slachtoffers van de Holocaust, samen met vertegenwoordigers van de Joodse gemeenschap, twee vrouwen die overleefden en hoogwaardigheidsbekleders van de stad. Om hen heen staan de demonstranten met spandoeken, Tsjechische vlaggen en een enkele megafoon. Ongeveer tienduizend Joden uit Brno werden gedeporteerd, van hen kwamen er een paar honderd terug. Als voorzitter Bernd Posselt van de Sudeten-Duitse Landsmannschaft – een organisatie van Duitsers die uit hetzelfde gebied afkomstig zijn – het woord neemt, wordt hij luid uitgefloten.

Demonstrant Nickelli: „U komt uit Nederland? Weet u wie ook een Sudeten-Duitser was? Seyss-Inquart!” De hoogste nazi-bestuurder van bezet Nederland werd geboren in het huidige Stonarov, destijds Stannern, in het zuiden van Tsjechië. Nickelli heeft een tasje met papieren bij zich. Hij haalt er een gevangenisfoto uit van een oom die omkwam in Auschwitz, net als een tweede familielid. Op een ander A4’tje is een onderscheiding afgebeeld die Duitsers kregen die het Sudetenland bezetten. Nickelli: „Die deelde Hitler uit om Duitsers te belonen voor de vernietiging van Tsjechië!” Andere demonstranten leunen minder op paperassen en meer op symboliek: een vrouw en een man zijn verkleed als concentratiekampgevangenen in een gestreept pak, een andere man is verkleed als kampwachter, inclusief plastic machinegeweer.

De politieke weerstand uit Praag tegen de Sudeten-Deutscher Tag in Brno klonk pas begin deze maand, en daarmee rijkelijk laat, aangezien de bijeenkomst vorig jaar al werd beklonken. In januari had president Babis het weekend nog als een „burgerinitiatief” bestempeld waar hij verder geen mening over had. Babis zelf ontvangt zondag de Beierse minister-president Markus Söder (CSU), nadat Söder de Sudeten-Duitsers in Brno heeft toegesproken.

Rechts-populistische media verspreidden voorafgaand aan de bijeenkomst verschillende complottheorieën, onder meer dat de Sudeten-Duitsers nog altijd aanspraak maken op het land en de huizen in Tsjechië die ze tachtig jaar geleden zijn kwijtgeraakt. Volgens de complottheorie werd die eis in de statuten van de vereniging van Sudeten-Duitsers weliswaar in 2015 geschrapt, maar werd dat door een rechter ongedaan gemaakt. Verschillende demonstranten dragen borden met de waarschuwing dat de Duitsers huizen komen afpakken.

Viering van de Sudeten-Duitsers met muziek en dans in Brno.

De grootste slachtoffers

Het Tsjechische wantrouwen is wel te verklaren. Na de Tweede Wereldoorlog zagen de Duitse ‘Vertriebenen’, dus naast Sudeten-Duitsers ook diegenen die uit voormalig Oost-Pruisen, Polen of de Baltische Staten moesten vertrekken, zich als de grootste slachtoffers van de oorlog. Een deel van hen dacht dat het een kwestie van tijd was voor ze konden terugkeren naar het oosten, na de val van de Muur procedeerden sommigen tevergeefs om bezittingen terug te krijgen. Het statuut van de Sudeten-Duitse Landsmannschaft over de „herwinning van het vaderland” werd inderdaad pas in 2015 geschrapt. Voorzitter Posselt zegt desgevraagd: „Ik werd er toen pas op gewezen dat dat in onze statuten stond.”

De ‘Vertriebenen’ zijn doorgaans politiek conservatief- of radicaal-rechts. De krant voor nazaten van Duitsers uit Oost-Pruisen (tegenwoordig verdeeld over Rusland, Litouwen en Polen), de Preussische Allgemeine Zeitung, gewoon te koop bij de kiosk, opent deze week met een stuk over het gevaar van migranten voor Duitsland, en wordt volgeschreven door auteurs die ook in andere nieuw-rechtse krantjes publiceren.

Een voormalig voorzitter van de koepelvereniging ‘Bund der Vertriebenen’, Erika Steinbach, is lid van de Alternative für Deutschland. Steinbach was in de jaren negentig en nul een belangrijke stem in het publieke debat en is bepalend geweest voor het imago van de Vertriebenen. Voorzitter Posselt zegt: „Ze radicaliseerde pas ná haar voorzitterschap. Bovendien heeft ze helemaal geen Vertriebenen-achtergrond.” Steinbach, zo ontdekten Poolse media nadat Steinbach de Polen weer eens had geschoffeerd, is alleen in Polen geboren omdat haar vader daar in de oorlog voor de Luftwaffe gestationeerd was.

Er is dus wel wat reden voor scepsis. Daarbovenop komt dat ‘de Duitser’ hoe dan ook synoniem was voor ‘fascist’ in communistische landen tijdens de Koude Oorlog, dus ook in Tsjechië.

Een viering van de Sudeten-Duitsers in Brno trekt ook Tsjechische tegendemonstranten.

AfD-leden zijn niet welkom

„Wat staat daar op dat bord?”, vraagt de Duitse Maria-Anna Bittner wanneer ze langs de tegendemonstranten loopt. „Stop fascisten? Wij zijn democraten. De fascisten zitten bij de AfD.” Bittner blijft gelaten onder het tegenprotest, maar er zijn wel kennissen van haar die vanwege de politieke weerstand in Tsjechië de trip naar Brno hebben afgezegd. In Brno zijn, volgens voorzitter Posselt tenminste, geen AfD-leden welkom.

Bittner werd geboren in 1949, na het vertrek uit Tsjechië. Over dat vertrek werd thuis nooit gesproken. Haar ouders hadden veel trauma’s, denkt Bittner. „Ik vroeg eens aan mijn vader waarom hij sneeuw zo haatte. Hij zei: Als ik sneeuw zie, zie ik weer het bloed van mijn kameraden in de sneeuw.” Bittners vader zat aan het Oostfront, en ging met zijn kinderen niet zachtzinnig om. Pas na de dood van haar ouders begon ze zich met hun geboortegrond bezig te houden, en maakt ze iedere paar jaar een reisje naar de regio. Haar grootvader was timmerman in een plaatsje tachtig kilometer ten noorden van Brno, sinds een paar jaar bestaat het huis niet meer. „Dit zal wel mijn laatste keer zijn hier.” Op zaterdagavond, zegt Bittner, trekt ze een honderd jaar oude jurk aan, klederdracht van de Sudeten-Duitsers. Misschien ook voor de laatste keer.

Sabine Jobst-Ofner uit de Oostenrijkse deelstaat Karinthië zegt dat haar familie ook nooit sprak over hun lot. Jobst-Ofner houdt zich sinds een paar jaar bezig met de familiegeschiedenis, en heeft familie in Tsjechië teruggevonden. „Mijn grootmoeder was 25 toen ze met drie kleine kinderen naar Duitsland kwam. Haar man en drie broers van haar vielen aan het Oostfront.” Haar grootmoeder was Tsjechisch, maar omdat haar man Duitser was, moest het gezin weg. Ze wilde dolgraag terug naar haar geboortedorp, maar het is haar niet gelukt. Haar familie kon ze alleen door het grenshek zien en spreken. Jobst-Ofner zegt dat zij zich ook heel erg thuis voelt in de regio waar haar grootmoeder vandaan komt: „Het is alsof het in de genen zit. Als een zalm die terugkomt waar hij geboren is.”

De demonstranten overschreeuwen de Holocaust-herdenking in Brno, maar de andere dagen zijn ze een kleine minderheid. Veel Tsjechen steunen het initiatief van organisatie Meeting Brno, die de Sudeten-Duitsers heeft uitgenodigd. Op zaterdag is er een „Verzoeningsmars” van Pohorelice, ruim dertig kilometer ten zuiden van Brno, naar de stad. Eind mei 1945 werden ongeveer 19.500 Duitse inwoners uit Brno verdreven, vooral vrouwen en kinderen, van hen kwamen honderden om op de zogenaamde „Dodenmars” naar de Oostenrijkse grens. In Pohorelice liggen veel slachtoffers begraven.

Bijeenkomst van de Sudeten-Duitsers in Tsjechië; rechts gedenkteken voor verdreven Duitsers.

Hardvochtig vluchtelingenbeleid

In Pohorelice spreekt de Duitse minister van Binnenlandse Zaken, Alexander Dobrindt (CSU), die ironisch genoeg vooral bekend is voor zijn hardvochtige vluchtelingenbeleid. Naast de Duitse deelnemers, vooral van middelbare leeftijd, zijn er heel veel jonge Tsjechen die deelnemen aan de optocht.

Adam Splíchal loopt samen met zijn vrouw mee. Splíchal promoveert op het rechtssysteem in Sudeten-Duitsland in de Tweede Wereldoorlog, en hij vindt het belangrijk dat ook het leed van de Duitsers wordt gezien en dat daar in Tsjechië kennis over is. „De Sudeten-Duitsers hadden bepaald geen geluk. Heel veel mannen kwamen om aan het Oostfront of raakten in krijgsgevangenschap in de Sovjet-Unie. Daarna raakten ze alles kwijt.”

Matous Kolecek is geboren in 1998 en komt uit Ústí nad Labem, aan de Duitse grens in het noorden. Zijn overgrootouders waren óók Sudeten-Duitsers, maar mochten blijven omdat zijn overgrootvader sociaal-democraat was; zo’n tweehonderdduizend Duitsers konden blijven. Maar zijn grootouders leerden al geen Duits meer, omdat het gezin bang was om de taal te spreken. Kolecek vindt de band met Duitsland alsnog belangrijk, en is blij dat de bijeenkomst in Brno plaats kan vinden, „voor verzoening en kennis van de geschiedenis”. In zijn thuisstad in het noorden, zegt hij, zou zoiets niet kunnen: „Daar zijn de rechts-extremisten veel sterker. De weerstand zou te groot zijn.”

Tweede Wereldoorlog

Lees meer

Source: NRC

Previous

Next